x

Nieuwsbrief september 2008


Geachte mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS  (index...) Interim. Met ingang van heden ontvangt u de nieuwsbrief één keer per kwartaal. Deze nieuwsbrief bevat interessante onderzoeksberichten speciaal voor u, op gebied van management en HRM, verzameld uit diverse media. Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Vakantiedagen over door werklast  (index...)
Bijna de helft van de Nederlandse werknemers laat vakantiedagen liggen, omdat ze te veel werk hebben om ze allemaal op te maken. Dit blijkt uit onderzoek van werving- en selectiebureau Robert Half. Het merendeel van de Nederlanders gebruikt niet al zijn vrije dagen. Ongeveer 57 procent houdt vakantiedagen over aan het eind van het jaar. Degenen die wel hun dagen opmaken, doen dat vooral omdat ze het belangrijk vinden om vakantie te nemen of omdat ze hun dagen niet mee mogen nemen naar het volgende jaar. Uit het onderzoek blijkt ook dat werkgevers in Nederland het meest flexibel zijn, dit in vergelijking tot andere Europese landen. Bijna 90 procent van de werkgevers biedt flexibele werkregelingen, waarbij ‘ingedikte werkweken’ een typisch Nederlandse oplossing blijken. Ondanks de flexibele houding neemt de werkdruk volgens Nederlandse werknemers toe. Twee derde van hen geeft aan dat ze het afgelopen jaar meer uren hebben gewerkt. De belangrijkste oorzaken zijn: toename van de hoeveelheid werk (31 procent), bedrijfsgroei (16 procent) en het tekort aan personeel (16 procent).

Ambtenaren laten werk moeilijk los   (index...)
Het overschakelen van werk naar vakantie valt veel ambtenaren zwaar. Vakantievierende overheidsfunctionarissen komen vaak niet los van hun werk, zo blijkt uit onderzoek van InOverheid.nl. Vooral leidinggevenden blijven in gedachten met hun baan verbonden. 46 procenten van de ondervraagden denkt de eerste paar vrije dagen nog na over het werk. Bijna 30 procent van de ambtenaren is telefonisch bereikbaar voor collega’s en 16 procent checkt op vakantie regelmatig zijn of haar werkmail. De vakantie blijkt voor een aanzienlijk deel van de overheidsfunctionarissen een goede tijd om zich op hun carrière te bezinnen. Vooral jonge ambtenaren zijn op hun vakantieadres met hun toekomst bezig. Voor 28 procent blijft het niet bij nadenken, zij gaan na hun vakantie actief op zoek naar een andere baan. Ze willen wel bij de overheid blijven, want die wordt met een 7,4 gewaardeerd als aantrekkelijke werkgever. Vrouwelijke ambtenaren denken op vakantie meer over hun carrière na dan hun mannelijke collega. 42 procent van de vrouwen gaat tijdens de zomer een loopbaan uitstippelen, tegenover 32 procent van de mannen. Waar vindt al dat ambtelijke ‘gepeins en geplan’ plaats? Volgens de onderzoekers trekken de meeste ambtenaren voor hun vakantie naar Frankrijk. Ook Italië en Duitsland zijn populair. Daarmee volgen de overheidsfunctionarissen de smaak van de doorsnee Nederlander.

Werknemers treuren om diploma’s  (index...)
Van sollicitanten die trots hun diploma’s laten zien, hoeven managers niet onder de indruk te zijn. Dik kans dat een dergelijk diploma een ‘brevet van onvermogen’ is. Bijna de helft van de werknemers in Nederland heeft spijt van de gemaakte studiekeuze. Dat blijkt uit een onderzoek van Kelly Services. Eén op de vijf werknemers heeft zelfs spijt van de carrière. Overigens is 57 procent wel tevreden over studiekeuze en loopbaan. Spijt over de studie heeft vooral te maken met al dan niet behaalde doelen. Veel mensen vinden dat ze die niet gehaald hebben doordat ze tijdens hun studie de kantjes eraf hebben gelopen. Toch geven zij zichzelf daar niet de schuld van. De opleiding deugde niet, zo is de overtuiging van een meerderheid van de werknemers.

Verlichting helpt tegen de lunchdip  (index...)
Ons bioritme raakt verstoord doordat we steeds meer tijd op kantoor doorbrengen. Speciale verlichting moet helpen. Wetenschappers toonden aan dat te weinig licht op de werkplek leidt tot vermoeide medewerkers, die ’s nachts slechter slapen. Dit blijkt uit een onderzoek van de Technische Universiteit (TU) Eindhoven in 2005. Licht is niet alleen maar handig om te ‘zien’, maar het doet ook iets met ons lichaam. Ieder mens heeft een biologische klok. Deze wordt verstoord als we onvoldoende licht tot ons krijgen. In een standaard kantoorruimte is de lichtvoorziening ongeveer 500 lux (eenheid van verlichtingssterkte). Ter vergelijking: de zon kan 100.000 lux bereiken. Ons slaappatroon kan verstoord raken, doordat we inmiddels zoveel binnen zitten, dat de natuurlijke lichtcyclus verstoord raakt. Betere verlichting stimuleert niet alleen de fitheid, maar kan ook werken als stemmingsverbeteraar, met name in een jaargetijde met minder zonlicht.

Inspiratie belangrijk  (index...)
Jonge topmanagers vinden communicatieve vaardigheden, besluitvaardigheid en inspiratie het belangrijkst. Dit blijkt uit onderzoek van Twynstra Gudden Interim Management. De gevestigde manager kenmerkt zich juist door maatschappelijk bewustzijn, analytisch vermogen en autoriteit. Deze laatste twee worden door de toekomstige generatie als minst belangrijke competenties genoemd. Tweederde van de jonge managers vindt zichzelf flexibel, zelfkritisch, inlevend en communicatief vaardig. Volgens Twynstra Gudde Interim Management zit daar wel een naïef kantje aan. Het is namelijk de vraag hoever je met zulke eigenschappen komt als je ook echt aan de top staat. Er zijn andere vaardigheden nodig als de manager, als topman zou moeten praten met de AFM of de Raad van Commissarissen.

Meeste topmanagers overschatten zichzelf  (index...)
Topmanagers hebben over het algemeen een te positief beeld van hun functioneren bij het doorvoeren van veranderingen. Sleutelfiguren binnen de organisatie blijken een stuk kritischer over de managers dan zij zelf zijn. Dit blijkt uit onderzoek van adviesbureau Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen. De onderzoekers ondervroegen topmanagers bij 45 organisaties uit het bedrijfsleven, de overheid en de non-profitsector. Ook werden sleutelfiguren buiten deze teams ondervraagd. Topmanagers oordeelden positief over hun rol en prestaties. De sleutelfiguren waren minder enthousiast. Volgens hen lukt het de managers wel om veranderingen in gang te zetten, maar laten zij steken vallen bij het borgen van die veranderingen. De sleutelfiguren menen ook dat veranderingen vooral succesvol zijn als het team en topmanagers tijd nemen om te reflecteren op hun eigen functioneren, problemen niet uit de weg gaan en alert blijven op signalen van buitenaf. Ceo’s en voorzitters van managementteams die sterk focussen op de korte termijn, staan het goed functioneren van hun topteams in de weg, concluderen de onderzoekers. De rol van de ceo of voorzitter binnen het team is bepalend voor het succes van de verandering.

Selectie personeel niet effectief  (index...)
HR-managers maken gebruik van werving- en selectiemethoden die niet effectief zijn, terwijl ze de methoden die wel effectief zijn, links laten liggen. Dit is een conclusie uit het onderzoek ‘Personeelsselectie in Nederland’ van Yacht en de Universiteit van Amsterdam. Nog steeds wordt veel waarde gehecht aan assessmentcenters, terwijl uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat de assessmentcenters maar weinig voorspellende waarde hebben. Ook worden bij meerdere kandidaten voor één functie nog steeds ongestructureerde interviews gehouden, terwijl je zou mogen verwachten dat er dan een gestandaardiseerde vragenlijst wordt opgesteld. Uit het onderzoek komen ook methoden naar voren die wel een voorspellende waarde op succes hebben. Een capaciteitentest is een goede voorspeller van succes. Er wordt nu veel gekeken naar kennis en vaardigheden uit het verleden, terwijl er meer gekeken zou moeten worden naar iemands capaciteiten om verder te groeien in de organisatie.

Verplaatsen productie en kennis valt vaak tegen  (index...)
Maar liefst 85% van de Nederlandse bedrijven die kennis en productie verplaatsen naar het buitenland (offshoring) is ontevreden over de resultaten. Gebrek aan ervaring met offshoringstrategieën en moeizame ervaringen met buitenlandse zakenpartners zijn belangrijke knelpunten. Dit blijkt uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2008 van de Rotterdamse school of Management. Het betreft een onderzoek onder 10.000 bedrijven en organisaties in Nederland. Uit eerder onderzoek bleek dat Nederland koploper is onder de industrielanden bij offshoring van productie en productontwikkeling. Cultuurverschillen blijken vaak groter dan gedacht, kennisoverdracht blijkt lastig en vaak is er teleurstelling over de kwaliteit van de samenwerking. Bedrijven die wel succes boeken bij offshoring hebben meestal meer dan de helft van het eigendom in de buitenlandse deelneming. Zelf greep hebben op eigendom en aansturing blijkt zwaar te tellen. Volgens de innovatiemonitor blijven kansen onbenut. Tevens concluderen de onderzoekers dat Nederlandse bedrijven financieel beter presteren, maar minder innoveren. De nadruk ligt nog steeds eenzijdig op lagere kosten. R&D is niet doorslaggevend voor succes bij innovatie. Organisatie en management tellen zwaarder.

Vrouw werkt liever met man  (index...)
Ruim eenderde van de Nederlandse vrouwen geeft de voorkeur aan samenwerking met mannelijke collega’s boven collega’s van de eigen sekse. Toch werkt bijna de helft van de vrouwen vooral met vrouwen samen. Het zijn de resultaten uit een enquête van Randstad, dat 870 werknemers in Duitsland en Nederland ondervroeg over samenwerking op de werkvloer. De uitslag is opvallend, omdat werknemers die ontevreden zijn over het teamwerk vaker met overwegend mannen samenwerken. Vrouwen zouden juist de teamgeest bevorderen. Hoewel in Duitsland meer vrouwen in een vrouwelijke omgeving werken (55 procent) dan in Nederland (43 procent) hebben de Duitsers een minder grote voorkeur voor de andere sekse. Van de ondervraagden ondervond 30 procent dat parttime werkers veel werk aan andere werknemers overdragen. In de regel hebben werknemers een betere relatie met fulltimers dan met parttimers. De uitslag van het onderzoek zegt iets over de status van vrouwen in organisaties. De gedachte is toch dat als iemand meer met mannen samenwerkt, dat de carrière gunstig wordt beïnvloed. De mannen die netwerken doen dat om de carrièreperspectieven te vergroten, de vrouwen voor de sociale ondersteuning.

Bedrijven vaag over risico’s  (index...)
Nederlandse beursfondsen geven nauwelijks inzicht in wat de belangrijkste risico’s zijn, die ze lopen. Evenmin geven ondernemingen aan waar en in hoeverre ze bereid zijn om in de toekomst bepaalde risico’s aan te gaan. Dit blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit. Volgens de onderzoekers lappen Nederlandse ondernemingen de regels voor goed bestuur rond risicobeheersing op grote schaal aan hun laars. Uit het Erasmus-onderzoek blijkt dat slechts 16 procent van de 110 onderzochte ondernemingen aangeeft wat hun risicobereidheid eigenlijk is. Volgens het onderzoek ontstaat het gevaar dat door de toegenomen hoeveelheid informatie over de verschillende risico’s, de risicoparagraaf een opsomming wordt van een lange lijst van risico’s. Daardoor wordt het voor de gebruiker van een jaarverslag lastig om een inschatting te maken van de risico’s die het meest bedreigend of belangrijk zijn. Slechts 9 procent van de ondernemingen verschaft dit inzicht wel. De onderzoekers stellen eveneens vast dat slechts 4 procent van de ondernemingen aangeeft, of er eventuele tekortkomingen zijn geconstateerd in de risicobeheersing- en controlesystemen. Dit terwijl maar 85 procent van de ondernemingen zegt ‘in control’ te zijn, een verklaring die alleen betrekking heeft op de financiële verslaggeving.

Hoe overleef ik de nieuwe ceo?  (index...)
Als er een nieuwe directeur wordt aangesteld, rollen er koppen in de subtop. Het verloop van ceo’s blijft toenemen en dat is een alarmerende ontwikkeling voor managers. Als er een nieuwe ceo wordt aangesteld die van buiten het bedrijf komt, vertrekt gemiddeld 25 procent van het zittende management. Bij een nieuwe ceo die uit het bedrijf zelf komt, is dat 17 procent. De normale (jaar)’turnover’ onder executives is gemiddeld 15 procent. De kans om je executive te overleven is onderzocht door Havard en Samford University. Conclusies zijn onder anderen toon je goodwill. Begin dus niet meteen over beloning, lange termijnplannen bij het bedrijf, je problemen met andere executives enzovoort. Bestudeer de werkstijl van de nieuwe ceo. Presenteer een realistisch, eerlijk speelplan voor je afdeling of divisie en ga met dubbele kracht voor positieve resultaten.

Belgische werkgevers liggen wakker van personeel  (index...)
Een toenemend stressgevoel bij werknemers, langdurig zieke werknemers en ontevredenheid op de werkvloer. Het zijn de drie belangrijkste problemen waar Belgische werkgevers ‘wakker van liggen’ stellen onderzoekers van SD Worx vast, na een onderzoek. Stress onder werknemers neemt aan belang toe: 56 procent van de werkgevers wordt er regelmatig mee geconfronteerd, tegenover 51 procent in 2005. Verder ligt 38 procent van de werkgevers wakker van werknemers die langdurig afwezig zijn. Algemene ontevredenheid bij het personeel is voor 35 procent van de werkgevers een belangrijke zaak. Ten opzichte van 2005 betekent dit een daling van 7 procent. Uit het onderzoek blijkt verder dat 12 procent van de Belgische werkgevers toegeeft wakker te liggen van alcoholmisbruik bij de werknemers. Bij organisaties met honderd tot vijfhonderd werknemers bedraagt dit percentage zelfs 21 procent.

Jonge managers minder ethisch  (index...)
In vergelijking met hun oudere collega’s tonen jonge managers beneden de 35 jaar duidelijk minder ethisch besef in het zakelijk handelen. Volgens 31 procent van de managers laten jonge ondernemers een groot gebrek aan ethisch besef zien. Slechts 15 procent denkt dat oudere managers en ondernemers juist minder ethisch bewust handelen. Deze conclusies komen uit een onderzoek van Nyenrode onder ruin 500 managers en ondernemers. 60 procent van de ondervraagde managers is van mening dat universiteiten en hogescholen veel meer tijd moeten besteden aan ontwikkeling van het ethische besef bij hun studenten. Op de vraag of je als manager of ondernemer soms wel genoodzaakt bent om het met de ethiek wat ‘minder nauw’ te nemen, antwoordt 20 procent bevestigend. Onder jonge managers is dat percentage toch nog wat hoger (28 procent). Een even grote groep jonge managers onderschrijft de stelling ‘als je succesvol zaken wilt doen, moet je af en toe wel vuile handen maken’’.

Uitdagingen Europese managers  (index...)
Geconfronteerd met zowel vergrijzing als een nijpend tekort aan hoog opgeleid personeel, moeten managers zich de komende acht jaar meer dan ooit bezighouden met de vragen hoe ze goed personeel aantrekken en behouden. Uit onderzoek van The Boston Consulting Group en de European Association for Personnel Management onder 1.350 managers in de EU kwam de top vijf met belangrijkste uitdagingen naar voren: 1. Talentmanagement, 2. Demografische vraagstukken, 3. Opleidingsmogelijkheden, 4. Balans tussen werk en privé, 5. Aansturen van veranderingen en culture kwesties.

Overgewicht beïnvloedt hele carrière  (index...)
Discriminatie wegens overgewicht heeft invloed op alle aspecten van werk. Het gaat daarbij niet alleen om het verwerven van een baan, maar ook om de kans op promotie, de hoogte van het salaris en de loopbaanplanning. Dit blijkt uit analyse van dertig onderzoeken door de Universiteit van Michigan. Volgens geanalyseerde onderzoeken kunnen werknemers met ernstig overgewicht de onderneming tot 500 dollar per persoon extra kosten. Zij hebben de meeste beperkingen door hun gewicht bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Ze hebben meer tijd nodig om hun werk af te maken en zijn minder goed in staat tot inspannende werkzaamheden, vanwege hun gewicht of pijn en daarmee samenhangende aandoeningen zoals artritis. Werkgevers denken dat ze geld besparen door geen mensen met overgewicht aan te nemen, maar vergeten naar iemands kwaliteit te kijken die wel meer waardevol kunnen zijn. Discriminatie komt het meest voor tijdens de sollicitatieprocedure. Dikke blanke vrouwen het meest gehinderd door hun gewicht. Studies wijzen uit dat dikke zwarte vrouwen meer worden geaccepteerd. Het inkomen van dikke vrouwen kan tot 6,2 procent lager liggen dan voor vrouwen met een gemiddeld gewicht. Voor mannen ligt dit percentage op 2,3 procent.

Gebrek aan toptalent baart bedrijven zorg  (index...)
Bijna driekwart van de bestuurders in de top-vijftig van Nederlandse bedrijven heeft direct last van het gebrek aan toptalent. 74 procent van de HRM verantwoordelijken uit de raden van bestuur vindt dat de uitvoering van strategische projecten hapert door onvoldoende beschikbaarheid van talent. Dit wordt weergegeven in een onderzoek van Quanteus, een collectief van organisatieadviseurs uit de Benelux. De topbestuurders klagen ook in grote mate over de beschikbaarheid van toptalent in eigen land ten opzichte van andere EU landen. Volgens 77 procent van de respondenten is de rest van de EU beter af. Vooral de commerciële en technologische ontwikkelingen lijden aan het gebrek aan talent in ons land. Het betreft mensen die in staat zijn een belangrijke bijdrage te leveren aan de versterking van de concurrentiepositie van de ondervraagde bedrijven. Deze selecte groep van zeer hoog, vaak internationaal opgeleiden heeft de potentie strategieën te bepalen en technologische en operationele doorbraken in presentaties af te leveren. Volgens Quanteus betekent de uitslag van het onderzoek dat de bedrijven in toenemende mate zullen overwegen om kennisintensieve activiteiten te verplaatsen naar regio’s waar het gemakkelijker is om aan toptalent te komen.

Eenpitters minder vaak failliet dan BV’s  (index...)
Eenmanszaken zijn kredietwaardiger en gaan minder vaak failliet dan BV’s. Dat blijkt uit gegevens van de leverancier van bedrijfsinformatie Dun & Bradstreet op basis van zijn nieuwste risicomodel. Volgens Dun & Bradstreet gaan naar verhouding meer BV’s ter ziele dan bedrijfjes van eenpitters, omdat de hoofdelijke aansprakelijkheid anders is geregeld. De directeur van een eenmanszaak is emotioneel en financieel meer betrokken bij zijn organisatie, met name als het gaat om bedrijfs continuïteit. Uit het risicomodel van Dun & Bradstreet komt naar voren dat BV’s liefst drie keer zo vaak ‘op de fles gaan’ dan eenmanszaken. Zes op de duizend zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) krijgen een faillissement aan hun broek, tegen achttien op de duizend BV’s . Verder laat het model zien dat 7 procent van alle Nederlandse bedrijven tot de hoogste risicogroep behoort. Dat houdt in dat zij, volgens Dun & Bradstreet, de meeste kans lopen op een faillissement. Vorig jaar zat nog 15 procent van de vaderlandse ondernemingen in de hoogste risicogroep. Deze categorie is daarmee tot de helft geslonken. De meeste faillissementen komen voor in de sectoren transport en kleding. In de transport ziet 1,6 procent van de bedrijven zich met een deconfiture geconfronteerd, terwijl in de kledingbranche 1,7 procent failliet gaat. Dat zijn zeventien op de duizend bedrijven. Ter vergelijking: maar zes op de duizend landbouwbedrijven gaan ‘op de fles’. Gemiddeld gaat 0,4 procent van de Nederlandse bedrijven ten onder. Bedrijven in Flevoland lopen het grootste risico.

Laat werknemer liever niet doen waar hij al goed in is  (index...)
Ouder personeelsleden kunnen alleen competent blijven door niet alleen dingen te doen die ze al kunnen, maar juist door steeds nieuwe dingen uit te proberen. Langer doorwerken is alleen succesvol voor beide partijen, als een werknemer kan blijven meegroeien met veranderingen. Het adviesbureau Kolkhuis Tanke deed onlangs op de universiteit van Nijenrode onderzoek naar de inzetbaarheid van oudere werknemers. De groep oudere werknemers is te verdelen in twee groepen: de werknemer die vooral doet waar hij goed kan en de werknemer die kwaliteit levert en daarnaast bewuste stappen zet om zichzelf te verbeteren. Vindt er in een organisatie een verandering plaats, dan heeft de eerste groep de grootste kans om vast te lopen. De werknemer heeft namelijk zo lang alleen maar taken gedaan die hij goed kan, dat hij bij te veel nieuwe impulsen niet goed weet wat hij ermee aanmoet. De tweede groep zal een verandering vanzelfsprekend vinden: de werknemer zit immers al in een lerende modus en veranderingen horen erbij. Een werkgever zou vanaf de vroege loopbaan moeten bekijken hoe je voorkomt, dat mensen in een versmalling komen en zich alleen richten op werkzaamheden waar ze goed in zijn. Doet een manager of HRM’er een poging om een ‘vastgeroeste’ werknemer te veranderen, dan werkt dit averechts. Kritiek kan bij een dergelijke werknemer overkomen dat hij vastloopt en dat hij zich anders moet opstellen, dat ‘moeten’ heeft dan een negatieve uitwerking. Een manager of HRM’er kan aan de werknemer vragen hoe hij zelf vindt dat hij ervoor staat. Ga gelijkwaardig het gesprek in, dan zal de werknemer eerder kritisch naar zijn situatie kijken. De motivatie om te veranderen komt dan uit zichzelf.

Huisvestingsperikelen rem op groei mkb  (index...)
Één op de vijf ondernemers met vijf tot 250 werknemers vindt dat de groei van zijn bedrijf wordt belemmerd doordat er te weinig passende huisvesting voorhanden is. Dit blijkt uit onderzoek door de ING bank. Van de snelgroeiende mkb’ers zegt zelfs een kwart, dat de groei hierdoor wordt geremd. Gebaseerd op vijf criteria waaronder omzet- en resultaatgroei, becijfert ING dat circa 37 procent van het midden- en kleinbedrijf (mkb) met vijf tot 250 medewerkers een snelle groei doormaakt. Een tijdige aanpassing van de huisvesting is cruciaal om te kunnen groeien. Goede en moderne huisvesting creëert onder meer efficiencyvoordelen, heeft een positieve invloed op de logistiek en het productieproces en stimuleert zo de groei van het bedrijf. De zogeheten huisvestingsdynamiek van het Nederlandse mkb is groot. In vier jaar tijd past de helft van de 140.000 bedrijven met vijf tot 250 medewerkers de huisvesting aan door uitbreiding, verbouwing of verhuizing, zo blijkt uit het onderzoek. Toch is 12 procent van de mkb’ers ontevreden over de locatie en 17 procent ontevreden over het pand waar het bedrijf in huist. Gebruikers van kantoren, van bedrijfsruimtes en van winkels klagen over dezelfde punten, zo blijkt uit het onderzoek onder 17.000 bedrijven uit verschillende sectoren. De grootste kritiekpunten zijn het aantal parkeerplaatsen en de locatie. Ook kleinere bedrijven willen op een goede plek zitten. Huisvesting is belangrijk, ondermeer voor de uitstraling naar klanten en werknemers. De overheid zou er goed aan doen om op verschillende niveaus de huisvestingsmogelijkheden van het mkb te verbeteren, onder anderen om gemeenten financieel te stimuleren om bestaande locaties te herontwikkelen, toegespitst op mkb. Ander mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een beperking van de voorverhuureis voor nieuwbouw voor mkb’ers, flexibilisering van bestemmingsplannen en vereenvoudigen van de vergunningsverlening.

(c) 19 februari 2020 Vos Interim