x

Nieuwsbrief december 2009


Geachte mevrouw/heer,
Op weg naar 2010 wens ik u een jaar toe vol uitdagingen, successen & gezondheid! Fijne feestdagen, Martin Vos.

Kerstman heeft groter bereik en publiek dan Sinterklaas  (index...)
De Kerstman heeft een groter publiek en een groter bereik dan Sinterklaas. Dat blijkt uit onderzoek van TNS-NIPO onder 368 respondenten. De deelnemers van het online panel van Lightspeed Research werd onder meer gevraagd of ze van plan zijn om Sinterklaas of kerst te vieren, wanneer het feest mag beginnen en wat ze van plan zijn te besteden. Volgens 48% van de respondenten is november de beste maand om kerstspullen in de winkels te leggen. 41% geeft de voorkeur aan december. Dit betekent wel dat de Kerstman twee maanden de tijd heeft om zichzelf te verkopen, terwijl Sinterklaas de marketingactiviteiten vooral moet concentreren op de maand november. In de winkels liggen al wel veel eerder pepernoten en chocoladeletters, soms al in augustus, maar Sinterklaas komt officieel pas in november in Nederland aan. 64% vindt dan ook dat spullen voor Sinterklaas pas in november in de winkels mogen liggen. 23% vindt oktober ook nog goed voor Sinterklaas. Slechts 3% vindt augustus en september de juiste maanden voor Sinterklaasgoed. Dat de Kerstman beter scoort blijkt ook uit de plannen van het publiek. 70% is van plan om Kerst te vieren, terwijl dit maar voor 47% geldt bij Sinterklaas. Ook wordt meer besteed met Kerst. Waar de Sint een budget heeft van gemiddeld 93 euro, is dat met Kerst gemiddeld 115 euro. Wel wordt Sinterklaas vaker gevierd in gezinnen met kleine kinderen.

Een beetje afgunst zet aan tot betere prestaties  (index...)
Jaloers op een collega die veel kansen krijgt? Geen probleem, want het stimuleert om zelf meer je best te gaan doen. Afgunst wordt over het algemeen gezien als een negatieve emotie. Het is dat pijnlijke gevoel dat kan ontstaan wanneer iemand waarmee wij ons vergelijken, beter af is dan wijzelf. Het leidt meestal tot slecht gedrag zoals roddel, leedvermaak, wraakacties, afwijzing. Maar afgunst is niet alleen negatief, blijkt volgens het onderzoek van de Universiteit van Tilburg. Dit is wel het geval indien een andere collega bijvoorbeeld meer carrièrekansen, een hoger salaris of een fikse bonus krijgt. In die gevallen gaan we proberen de ander onderuit te halen. Maar als een ander in onze ogen terecht beter af is, dan vinden we dat wel pijnlijk maar we gaan niet mokken. Integendeel, we gaan proberen de prestaties te evenaren of verbeteren. Iemand benijden is dus een sterke motivatie om het zelf ook beter te gaan doen. Dat moet dan wel mogelijk zijn. Soms zijn de prestaties van anderen zo groot dat we ze niet kunnen evenaren. In dat geval gaat het gevoel van benijden over in bewondering. Maar bewondering zet niet aan tot actie. We doen niks, want het lukt toch niet. Volgens het onderzoek blijkt dat mensen die het beter doen dan anderen bang zijn voor afgunst. Dus gaan ze zich socialer gedragen. Ze helpen anderen meer of laten ze delen in de verdiensten. Dat doen ze dus niet uit schuldgevoel of schaamte, of omdat ze het rechtvaardiger vinden, maar uit angst voor afwijzing.

Betrokken werknemers hebben invloed op financiën bedrijf  (index...)
Een bedrijf met betrokken personeel en een goed werkklimaat, doet het tot bijna vijf keer zo goed als een bedrijf met minder betrokken mensen. Het in stand houden of het vergroten van werknemerstevredenheid en het werkklimaat goed houden, werpt vruchten af. Dit blijkt uit onderzoek van Hay Group. Zelfs met de huidige economische crisis weten bedrijven, die open en eerlijk met hun medewerkers communiceren, het vertrouwen in het seniormanagement te bevorderen. Een goede werksfeer alleen is niet voldoende. De bestuurders moeten hun werknemers wel in staat stellen hun extra inspanning productief te maken om zo de beste resultaten te kunnen halen. Ook moeten de werknemers de middelen ter beschikking hebben, zoals apparatuur, informatie, technologie en financiële ondersteuning. Het onderzoek toont aan dat bedrijven die het werkklimaat optimaal houden en de medewerkers tevreden er aan alle kanten profijt van hebben.

Een slap handje wekt een futloze indruk  (index...)
Let bij iedere ontmoeting goed op de handdruk die je geeft, want het zegt meer over je persoonlijkheid dan duizend woorden. Het kan onmiddellijk aversie oproepen. Een handdruk als een dode vis, koud, klam en slap staat voor een futloos en sociaal nogal zwakke persoonlijkheid. Dit is een conclusie van een Amerikaans onderzoek van het St. Johns University in New York. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de persoonlijke indruk die een handdruk wekt. Concluderend kan men stellen dat een handdruk meer zegt dan duizend woorden. Behalve de ‘dode vis’ is er ook nog de ‘bottenkraker’. Die knijpt de vingers van de ander fijn en heeft blijkbaar brute kracht nodig om zijn onzekerheid te maskeren. De ‘dubbeldekker’ pakt met zijn andere hand ook nog de pols, arm of schouder en lijkt wel vriendelijk, maar zal wel een verborgen agenda hebben. De ‘patser’ houdt met gestrekte arm afstand om zijn territorium af te bakenen en lijkt een egocentrische showman. De ‘dictator’ schudt de hand alsof hij armpje gaat drukken en wil de baas spelen. De ‘standaard’ is de beste handdruk. De hele hand vastpakken, licht aandrukken en twee tot drie maal schudden wekt een intelligente, vriendelijke, zelfverzekerde indruk.

Commercials met humor: leuk, maar meestal niet effectief  (index...)
'Leuke commercial, maar om welk merk ging het eigenlijk?'
Het is een beruchte vraag in reclameland. Onderzoek van de Universiteit Twente maakt duidelijk hoe de merkkoppeling bij humoristische tv-commercials kan worden verbeterd. Dat humor de aandacht kan opslokken ten koste van het geadverteerde, is al langer bekend. Maar de vraag waarom men bij de ene humoristische commercial direct het merk kan noemen en waarom bij de andere het antwoord uitblijft, is tot nu toe onbeantwoord gebleven. Merkkoppeling is het principe dat men bij het weerzien van een commercial in staat is de juiste merknaam aan de commercial te verbinden. In het onderzoek van de Universiteit Twente werden drie groepen commercials onderscheiden. Ten eerste de commercials met arme humor, waarvoor de relevantie van de humor niet echt relevant is. Ten tweede commercials met rijke en ongerelateerde humor (de meest ongunstige categorie). Ten derde commercials met rijke en gerelateerde humor (de meest gunstige categorie). Van de 113 commercials die in de categorieën van dit onderzoek vielen, viel 45 procent in de eerste categorie, 32 procent in de tweede categorie en slechts 23 procent in de derde categorie. In de steekproef maakte dus een derde van alle humoristische spotjes gebruik van de ongelukkige combinatie van rijke humor die niet gerelateerd was aan het product. De onderzoekers concluderen dat er in termen van effectiviteit dus nog veel winst te behalen valt. De gedachte dat het merk tot het einde van een commercial onbekend moet blijven om te gelden als een soort uitsmijter, blijkt in zulke gevallen desastreuze gevolgen te kunnen hebben voor merkkoppeling. De voorwaarde om het merk te verwerken in de grap, zou ook kunnen leiden tot minder unieke en onderscheidende commercials. Aan de andere kant lijken creatievellingen zich soms zo te verliezen in het bedenken van de leukste en origineelste commercials, dat het communiceren van het merk een bijzaak wordt, concluderen de onderzoekers.

Strategische verandering bestaat uit tien bestanddelen  (index...)
Een doeltreffend veranderingsprogramma bestaat uit tien met elkaar samenhangende bestanddelen. Dit stellen onderzoekers van de Britse Cranfield School of Management. De eerste daarvan is het versterken en ontwikkelen van een organisatiecultuur van voortdurende verandering. Voorts moet de organisatie inzicht ontwikkelen in de cruciale oorzakelijke factoren en de inhoud van elk veranderprogramma. Ten derde moeten programma`s dusdanig afgestemd en gefilterd worden dat ze een match maken met de strategische doelen van de organisatie. Effectieve implementatie vereist harmonisering in het topmanagementteam ter ondersteuning van het pakket veranderingen en voor de ontwikkeling van een gedetailleerde businesscase. Per veranderingsprogramma moet helder zijn waar de verantwoordelijkheden liggen en hoe er gestuurd gaat worden. Het zevende bestanddeel is het uitvoeren van elk veranderprogramma en de verwezenlijking van de beoogde organisatorische verbeteringen. Het achtste deel is de aansturing van het doorlopende veranderingspakket, het oplossen van frictie, middelen en wederzijdse afhankelijkheden. Het negende en tiende deel ten slotte wordt gevormd wordt door de coördinatie van de bestanddelen van de veranderingscapaciteit en de evaluatie ervan.

Bedrijven spelen slecht in op de groeimarkt die vrouwen vormen  (index...)
Hoewel vrouwen een formidabele afzetmarkt vormen voor het bedrijfsleven, spelen maar weinig bedrijven hier actief op in. Dit blijkt uit een studie van de Boston Consulting Group. Naar schatting bedragen de consumentenuitgaven van vrouwen wereldwijd zo`n 20 triljoen dollar en zal dit de komende vijf jaar stijgen naar 28 triljoen dollar. Volgens de onderzoekers, die zo`n 12.000 vrouwen enquêteerden, neemt in 94% van de gevallen de vrouw het besluit bij de aankoop van meubilair, bepaalt 92% welke vakantie geboekt gaat worden, 91% welk huis aangeschaft wordt, 60% de auto en 51% de consumentenelektronica. Er is in toenemende mate sprake van een vrouweneconomie waarin de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt, de koopkracht groter wordt en de beschikbare tijd afneemt. Steeds meer vrouwen beginnen een eigen bedrijf, treden toe tot de managementfuncties die voorheen voornamelijk door mannen uitgeoefend werden en veranderen hun sociale en materiële behoeften. Dat is een grote kans voor bedrijven. Vooral op de zes terreinen food, fitness, beauty, apparel, gezondheidszorg en financiële dienstverlening. Ten slotte zullen vrouwelijke consumenten steeds gevoeliger zijn voor bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Jonge werknemer heeft overwegend waardering voor oudere collega  (index...)
Acht van de tien jonge werknemers heeft veel waardering voor oudere collega`s. Hun kennis en deskundigheid is van groot belang en oudere collega`s zijn een bron van inspiratie. Dat wijst een onderzoek van Motivaction in samenwerking met PlusMagazine uit. Van de 400 respondenten merkt 82% niets van een generatiekloof op de werkvloer. Jonge werknemers zien echter ook nadelen, maar daar wordt volgens de onderzoekers niet zo zwaar aan getild. Zo worden oudere medewerkers wel eens behoudend of traag genoemd. Helemaal niemand vindt dat senioren medewerkers vernieuwend of snel zijn. 60% van de jongeren vindt dat oudere collega`s niet goed met computers over weg kunnen. Jongere chefs zijn veelal zeer kritisch op oudere ondergeschikten, zo blijkt tevens uit het onderzoek. Ze geven oudere collega`s minder kans op opleidingen en zetten hen gemakkelijker op een zijspoor.

Copycats van A-merken verliezen gunst van consument  (index...)
Private labels die de verpakkingen van A-merken sterk nabootsen, kunnen de gunst van consumenten verliezen. Het blijkt dat klanten zich storen aan artikelen die overduidelijk zijn gebaseerd op concurrerende A-merken. Dit effect treedt echter vooral op als de copycat in de directe nabijheid van het A-merk wordt gepresenteerd. Als het A-merk ontbreekt, maken consumenten de directe vergelijking niet. Het is voor private labels effectiever om minimale kenmerken van een A-merk over te nemen. Bertolli gebruikt voor zijn flessen met olie een illustratie van een boerderij en een berg met pijnbomen ervoor. Retailers kunnen zo`n thematiek overnemen en daardoor bij private label dezelfde associaties opwekken. Dat is effectiever dan het kopiëren van specifieke kenmerken zoals de kleuren en het lettertype.
Fabrikanten hebben te weinig middelen om zich te beschermen tegen copycats. Voor fabrikanten is het een zaak om meer in te zetten op hun unieke en onderscheidende eigenschappen, minder gebruik te maken van thema`s aangezien die makkelijk zijn te kopiëren.

Aantal klachten RSI neemt toe door werken achter beeldscherm  (index...)
Het aantal mensen met RSI-klachten in Nederland neemt toe. Dat blijkt uit cijfers van de RSI-vereniging. Reden is dat het risico om RSI te krijgen stijgt doordat het aantal uren dat werknemers achter een beeldscherm zitten sterk toeneemt. Beeldschermwerk is namelijk een van de belangrijkste oorzaken van RSI. Momenteel zitten werknemers gemiddeld 3,7 uur per dag achter een beeldscherm. Volgens de RSI-vereniging hebben ruim 1,8 miljoen mensen in Nederland RSI-klachten. Dat komt overeen met ongeveer een kwart van de beroepsbevolking. De maatschappelijke schade door RSI bedraagt zo`n 2 miljard euro. RSI is in Europa de voornaamste oorzaak van verzuim en blijvende arbeidsongeschiktheid.

Concurrentie tussen webwinkels en fysieke winkels is minder hevig dan gedacht  (index...)
De concurrentie tussen webwinkels en reguliere winkels is minder sterk dan vaak wordt gesuggereerd. Dat blijkt uit onderzoek van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, verricht in opdracht van Thuiswinkel.org. Voor consumenten hebben de verkoopkanalen een duidelijke eigen functie. Ze kiezen niet voor een van de twee winkeltypes, maar gebruiken ze in een slimme combinatie. Voor consumenten die zich oriënteren voordat ze een aankoop doen, is internet het belangrijkste middel voor oriëntatie. Van de aankoopmomenten wordt 40% vooraf gegaan door oriëntatie op internet. Van de consumenten die nooit online aankopen doen, gebruikt 29% internet wel om zich te oriënteren. Thuiswinkel.org verwacht dat online oriëntatie steeds vaker zal leiden tot online aankopen. Vooralsnog slaagt de winkelvloer er beter in om consumenten te verleiden tot een aankoop. Van de consumenten die zich oriënteren op de winkelvloer, gaat 75% over tot een aankoop. Bij consumenten die zich online oriënteren is dat bij 60% het geval. De website kan ook consumenten naar de fysieke winkel lokken.

Uittredeleeftijd Belgische werknemer blijft stijgen  (index...)
De Belgische werknemer verlaat de arbeidsmarkt op een gemiddelde leeftijd van 59,2 jaar. Dat blijkt uit ramingen van cijfers van twee jaar geleden van het Leuvense Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE). Daarbij wordt opgemerkt dat de gemiddelde uittredeleeftijd acht jaar geleden op 58,4 jaar lag. Drie jaar geleden was dat echter gestegen tot 58,9 jaar. Daarbij wordt opgemerkt dat de latere uittredeleeftijd de voorbije jaren is versneld. Er wordt aan toegevoegd dat de uittredeleeftijd in alle gewesten nagenoeg even hoog ligt. Wel is in Vlaanderen een opmerkelijke inhaalbeweging bij de vrouwen, waar een stijging van 57,5 jaar tot 58,9 jaar werd opgetekend. Ambtenaren (59,4 jaar) en zelfstandigen (61,2 jaar) blijven nog altijd het langste aan het werk.

Crisis heeft geen nadelige langetermijneffecten op schoolverlaters  (index...)
Vergeleken met schoolverlaters dat in de jaren 1981-1984, die zich kenmerkten door een hoge jeugdwerkloosheid, de arbeidsmarkt instroomde, is de huidige lichting niet slechter af. Dit blijkt uit een studie van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. De studie toont aan dat het huidige cohort niet vaker werkloos of werkzaam is op een lager beroepsniveau. Voor schoolverlaters zijn de korte termijngevolgen van de economische crisis groot. Het is moeilijk een baan te vinden en al helemaal op het eigen niveau. Op de lange termijn vallen deze nadelige effecten echter wel mee. De schoolverlaters die in de periode 1981-1984 het hardst getroffen werden door stijgende werkloosheid hebben op langere termijn geen nadelige gevolgen ondervonden voor hun employability. Ook voor het behaalde beroepsniveau had de crisis geen blijvende nadelige effecten. De gevolgen voor het loon zijn echter wel merkbaar, zij het bescheiden: bij een modaal bruto jaarinkomen van 32.000 euro komt de loonachterstand uit op 288 euro. Verwacht mag worden dat schoolverlaters die op een slecht conjunctureel moment intreden op de arbeidsmarkt, dit proberen te compenseren door bijvoorbeeld meer in training te investeren. Dit verklaart het ontbreken van enig effect op de employability.

(c) 23 februari 2020 Vos Interim