x

Nieuwsbrief maart 2011


Geachte mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM. Is de nieuwsbrief wellicht interessant voor uw collega? Aanmelden kunt u rechtstreeks via www.vosinterim.nl
Met vriendelijke groet, Martin Vos

Werkstress bereikt piekhoogte op dinsdagochtend  (index...)
Dinsdagochtend om tien uur bereikt de stress op de werkvloer zijn hoogtepunt. Dat is de conclusie van een Brits onderzoek van het rekruteringsbureau Michael Page. Daarbij wordt opgemerkt dat de helft van de werknemers de dinsdagochtend als het drukste ogenblik van de week ervaren, waarbij de werkdruk zo hoog begint te worden dat dat men het gevoel heeft eronder gebukt te gaan. Eén op vier medewerkers geeft aan geregeld het slachtoffer van stress te worden op de werkvloer. Niet de maandag blijkt de meest stress werkdag te zijn, merken de onderzoekers op. Die dag wordt blijkbaar gebruikt om weer opnieuw in het werkritme te geraken en nog na te praten over het weekend. Maar op dinsdag wordt men weer helemaal met de werkelijkheid van de arbeidsweek geconfronteerd en moet de planning voor de week op punt worden gezet en moeten ook nog eens de genegeerde mails van de vorige dag worden verwerkt. De onderzoekers voegen er aan toe dat één kwart van de ondervraagden toegeeft geregeld stress te voelen op het werk. Drie op vier respondenten geeft ook aan zich geregeld al om kwart over elf in de ochtend uitgeput te voelen. Eén op vijf heeft die grens al voor negen uur in de ochtend bereikt. De zware werkdruk wordt door 40 procent van de medewerkers verantwoordelijk genoemd voor de stress. Voor 33 procent vormen moeilijke klanten de belangrijkste oorzaak van stress. Ook meerderen en collega's vormen vaak een bron van stress. Een woordvoerder van Michael Page merkt op dat het blijkbaar niet toevallig is, dat de trafiek op de website van het rekruteringsbureau een piek kent op dinsdagochtend om tien uur.

Driekwart bedrijven geeft aan goede doelen  (index...)
Ongeveer 75% van de Nederlandse bedrijven geeft regelmatig aan goede doelen. 81% geeft geld, 53% geeft in natura en voor 29% worden vrijwilligers ingezet. Ontvangers zijn de lokale of nationale goede doelenorganisaties. De bedrijven hebben niet vaak een strategie of beleid waarop het 'geefgedrag' gebaseerd wordt. Het ligt meer aan de persoonlijke voorkeur of de band die de beslissingsbevoegde manager heeft met het gekozen doel. Keurmerken zijn minder belangrijk, zo blijkt uit onderzoek van 3M Fonds naar het 'geefgedrag' in het bedrijfsleven. 61% van de bedrijven heeft geen formeel 'geefbeleid'. Bedrijven willen meerdere keren per jaar een donatie doen. De voorzitter van de raad van bestuur of de algemeen directeur heeft een belangrijke rol bij de beslissing over steun aan goede doelen. 'Persoonlijke betrokkenheid' is een belangrijk aspect bij de steun van goede doelen. Ook 'bedrijfsresultaat' scoort hoog. De bedrijven letten minder op wat hun donaties opbrengt. Het is grotendeels echte liefdadigheid en er blijkt geen direct verband tussen de donaties en de bedrijfsresultaten. De keurmerken voor goede doelenorganisaties zijn bij 57% binnen het bedrijfsleven bekend. Slechts bij 17% spelen de keurmerken een doorslaggevende rol in het beslissingstraject van de organisaties.

Persoonlijkheid is maatgevend voor latere carrière  (index...)
Niet de opleiding, maar de persoonlijkheid is maatgevend voor de latere carrière. Dit blijkt uit onderzoek van de universiteit van Gent. Hoewel de meeste mensen als eerste baan iets kiezen wat bij de studie past, maakt het voor het toekomstig loopbaanplan veel meer uit of iemand bijvoorbeeld intro- of extravert is. Persoonlijke gebeurtenissen zijn ook van invloed, maar over het algemeen slechts in beperkte mate. Een aantal loopbaanontwikkelingen zijn helemaal niet zo vreemd, gezien de persoonlijkheid van degene in kwestie, zoals een ingenieur die docent werd en een psycholoog als bankier. Het onderzoek is een vervolg op dat van professor Filip de Fruyt uit 1994. De door hem onderzochte groep is door de onderzoeker nog eens opgezocht, om te zien of de loopbaanvoorspellingen van De Fruyt zijn uitgekomen. De conclusie is dat mensen van trouwen en kinderen krijgen rustige werknemers worden, maar dat de extraverte personen uit de onderzoeksgroep nog steeds meer verdienen dan introverte personen uit die groep en stressbestendige personen nog altijd meer plezier in hun werk hebben, dan mensen die snel in paniek raken.

Werknemers wantrouwen bedrijfsarts  (index...)
Nederlandse werknemers blijken de bedrijfsarts te wantrouwen. Uit een peiling van FNV blijkt dat meer dan de helft van de werknemers de bedrijfsarts ziet als agent van de werkgever, die vooral met verzuimcontrole bezig is en bijna de helft is ontevreden over de bedrijfsarts. Als mensen een dergelijk oordeel over huisartsen zouden uitspreken dan stond het land op zijn kop. Het is zorgelijk dat een derde van de werknemers toestemming moet vragen aan de werkgever om de bedrijfsarts te bezoeken. De Vrije Universiteit heeft eerder bedrijfsartsen ondervraagd. Het blijkt dat een meerderheid ontevreden is met het werk en liever een andere functie zou hebben. Bedrijfsartsen zijn gekwalificeerd om preventieve maatregelen voor te stellen aan werkgevers. Ze vertonen zich echter amper op de werkvloer. De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeid- en Bedrijfsgeneeskunde, geeft toe dat er een probleem is met de toegankelijkheid van bedrijfsartsen.

Slaapstoornis Brits maatschappelijk probleem  (index...)
Slaapstoornissen vormen een groot maatschappelijk probleem in Engeland. Dat is de conclusie van een rapport van de Britse Mental Health Foundation. Daarbij wordt opgemerkt dat slaapstoornissen gelinkt kunnen worden aan relatieproblemen, gebrek aan energie en concentratie-moeilijkheden. Eerder werden slaapstoornissen ook al verbonden met depressies, een verlaging van de weerstand tegen ziektes en hartkwalen. De onderzoekers merken op dat er meer aandacht aan dit probleem - dat ook een impact heeft op economie en maatschappij- moet worden besteed. Slaapstoornissen moeten volgens de onderzoekers als een belangrijk gezondheidsprobleem worden beschouwd. Er wordt dan ook benadrukt dat er inspanningen moeten worden gedaan om de symptomen sneller te herkennen. Volgens het rapport lijdt ongeveer 30 procent van de Britse bevolking aan slaapstoornissen. Daarbij wordt opgemerkt dat mensen met slapeloosheid vier keer meer risico lopen op relatieproblemen en drie keer meer geneigd zijn om aan depressies te lijden of moeilijkheden te hebben om zich te concentreren. Onderzoeksleider en wetenschapper bij de Mental Health Foundation, merkt op dat mensen die te kampen hebben met slapeloosheid, in een vicieuze cirkel terecht dreigen te komen. Een gebrek aan slaap kan immers tot mentale problemen leiden, die op hun beurt een negatieve impact hebben op de slaapkwaliteit. De impact van slaapproblemen - die een invloed hebben op de gezondheid, economie en het dagelijkse welgevoelen - niet langer genegeerd mag worden.

Leider moet baas, collega, motivator en strateeg tegelijk zijn  (index...)
Een leider moet veel eigenschappen tegelijk in zich verenigingen. Hij moet optreden als baas, collega, motivator en strateeg. Hoogleraar management science aan de Sanford University, onderzocht hoe bijna 8.000 Amerikanen denken over hun baas. Van hen heeft ruim een derde (37%) te maken met een hufter op het werk. In 72% van de gevallen wordt die hufter geïdentificeerd als de baas. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er in Nederland ruim 1 miljoen mensen die leiding geven aan minstens vijf medewerkers. Werknemers hechten aan harmonie en presteren slechter als ze door hun leider boos worden bejegend. De Amerikaanse leiderschapsexpert wijst vijf basisprincipes voor leiderschap aan. Een leider moet beschikken over visie en passie, hij moet een team kunnen opbouwen en beslissingen kunnen nemen. Tot slot moet een leider over zelfkennis beschikken, zodat hij ook zijn zwaktes erkent en weet hoe die zijn leiderschap beïnvloeden. De belangrijkste taak van een leider is mensen de mogelijkheid geven om echt betrokken te zijn.

Is co-ouderschap wel zo zaligmakend?  (index...)
Hoewel steeds meer stellen die gaan scheiden kiezen voor een constructie van co-ouderschap, is het maar helemaal de vraag in hoeverre dit zaligmakend is. Steeds meer (ouder)stellen kiezen voor de fifty-fifty verdeling van het kind bij co-ouderschap. Zo kunnen ze kinderen, carrière en een eigen sociaal leven goed blijven combineren. Additioneel voordeel: het kind blijft beide ouders even vaak zien. Maar is dat wel zo zaligmakend? In de praktijk houden veel ouders het namelijk niet vol. Met name moeders hebben moeite om hun kind te delen en al helemaal met een stiefmoeder die zich ook nog eens met de opvoeding bemoeit. Uit een studie van de Universiteit Utrecht onder 4.500 kinderen blijkt dat co-kinderen gemiddeld weliswaar een fractie gelukkiger zijn dan kinderen uit eenoudergezinnen. Uit het onderzoek blijkt ook dat ze vaker verdrietig zijn, omdat ze blijven hopen dat hun ouders weer bij elkaar komen - ze gaan toch immers zo goed met elkaar om? Co-ouders die slecht met elkaar omgaan, zijn rampzalig voor de kinderen, maar ook goedlopende co-ouderschappen disfunctioneren na een paar jaar wanneer de ouders een eigen sociaal leven krijgen of nieuwe kinderen krijgen. Bovendien blijken niet alle kinderen bestand tegen het leven in twee huizen.

Topmannen steeds korter aan het roer  (index...)
Topmannen van ondernemingen staan gemiddeld steeds korter aan het roer. Dat blijkt uit de studie 'CEO succession 2000-2009'. Het gemiddelde is in de onderzochte periode gedaald van 8,1 naar 6,3 jaar. In 2000 was de gemiddelde leeftijd van vers aangestelde ceo's 50,2 jaar. In 2009 was dat gemiddelde gestegen naar 53,2 jaar. Voor het onderzoek is gekeken naar de 2.500 grootste private ondernemingen ter wereld. In 2009 werden bij deze ondernemingen 357 nieuwe ceo's aangesteld. Het grootste aantal ceo's nam afscheid volgens plan. In Japan was zelfs 84% van de aftredende ceo's volgens plan vertrokken. Het aantal geforceerde vertrekken is in elke regio gedaald. In het afgelopen decennium vertrok jaarlijks tussen de 12% en 14% van de ceo's. De nieuwe ceo was in 80% van de gevallen reeds lid van de raad van bestuur. Deze insiders presteren beter en blijven ook langer aan, dan ceo's die van buitenaf komen. Minder dan 12% van de ceo's die in 2009 zijn begonnen, werden ook aangesteld als voorzitter van de raad van bestuur (chairman). In 2002 was dat nog bij 48% van de nieuwkomers het geval.

E-mail belangrijkste informatiebron managers  (index...)
Avanade heeft wereldwijd onderzoek gedaan naar de zakelijke impact van grote hoeveelheden data. Hieruit blijkt dat Nederlandse managers voornamelijk e-mail gebruiken voor het zoeken naar relevante informatie. Met 85 procent is dit het hoogste percentage ter wereld. Daarnaast geeft 38 procent aan dat zij veel data opzoeken in databasesoftware. Slechts vier procent – het laagste percentage wereldwijd – zoekt in social media news feeds. Nederlanders kiezen voor veilige opslag. Slechts acht procent van de Nederlandse managers slaat data op de desktop op, terwijl nog 44 procent van de Fransen en Italianen dit doet. De grootste hoeveelheid van de Nederlanders (65%) slaat data op de server op en twaalf procent gebruikt cloud gebaseerde opslag. Toch geven managers aan, dat er wel een aantal zaken verbeterd kunnen worden. 54 procent zegt dat ze sneller toegang willen tot data en vijftig procent meent dat het trainen van medewerkers kan helpen om effectiever met datastromen om te gaan. Dit is nodig omdat 42 procent van de managers de benodigde informatie niet kan vinden. Ook is aan managers gevraagd waar ze het komende jaar in gaan investeren. 73% geeft aan in beveiliging te investeren. Daarnaast staan CRM (38%), mobility (35%), digital collaboration (31%) en financiële systemen (31%) hoog op het verlanglijstje. Vijftig procent geeft aan dat ze de komende periode willen gaan investeren in cloud computing/SaaS. Veel organisaties gaan nog steeds niet goed om met de steeds grotere omvang van hun opgeslagen data en het omzetten hiervan naar informatie. Dit geeft Business Development & Marketing Director bij Avanade Nederland aan. Toch doen Nederlanders het op het gebied van het toegankelijk maken van data al redelijk goed ten opzichte van andere landen. Echter, de kans zit in het bieden van oplossingen, waardoor data informatie wordt en het bedrijf in staat is zinvol interne informatie te koppelen aan externe informatie, bijvoorbeeld afkomstig vanuit social media. Het onderzoek 'The business impact of big data' is in augustus 2010 uitgevoerd door Kelton Research, een onafhankelijke onderzoeksorganisatie. Er deden 543 managers, IT-beslissers en afdelingshoofden van top organisaties in 17 landen – verdeeld over Noord-Amerika, Europa en Azië – mee aan het onderzoek.

Kantoormedewerkers doet eerste 31 minuten van de dag weinig meer dan ...koffiedrinken  (index...)
Duizenden werknemers in Engeland komen vroeger op het werk aan, dan van hen wordt verwacht, maar de eerste 31 minuten doen ze weinig meer dan koffiedrinken, bijpraten en de krant lezen. Dat blijkt uit een Brits onderzoek van commercieel vastgoedmakelaar Officebroker. Om de drie weken gaat zo een volledige werkdag verloren - dat zijn niet minder dan 16 extra vakantiedagen per jaar, blijkt uit het onderzoek. 9 op de 10 respondenten gaven toe later op het werk aan te komen dan contractueel vastgelegd. 37% van de deelnemers heeft aangegeven dat ze aan hun bureau eten voor de werkdag aan te vatten. Andere activiteiten die werknemers nuttig achten vooraleer ze geld voor de baas gaan verdienen zijn: inloggen op Facebook of andere sociale netwerken, roddelen, de tv-programma's van de vorige avond bespreken en de websites van de kranten raadplegen. Toch is er ook goed nieuws voor de werkgever. Misschien hebben werknemers meer tijd nodig om zich op te warmen voordat ze de werkdag aanvatten, eens ze op gang zijn gaan ze er voor. Volgens het Britse Office for National Statistics is de productiviteit van de Britse werknemer na een sterke daling in 2009 opnieuw de hoogte ingegaan in 2010.

Bedrijven hebben geen plan wanneer directeur opeens wegvalt  (index...)
Organisaties moeten een plan hebben voor het geval dat de directeur abrupt wegvalt. Echter, maar weinig bedrijven zijn goed voorbereid op een dergelijk noodgeval. Slechts één op de zeven heeft een plan klaar voor opvolging. 20% is helemaal niet voorbereid op een noodgeval, zo blijkt uit onderzoek onder meer dan 1.000 topmanagers. Uit het onderzoek, verricht door American Management Association Corporate Learning Solutions, blijkt verder dat slechts 14% vindt dat zijn onderneming een plan heeft liggen. 61% van hen is 'enigszins' voorbereid. Daarmee is 20% van de ondernemingen risicovol. Deze organisaties kunnen het onverwacht wegvallen van een ceo niet opvangen. Het onderzoek toont verder aan, dat het onderwerp van directie opvolging hoog op de agenda moet staan. De afgelopen jaren lag het zwaartepunt meer op kostenbesparing en overleven. Inmiddels is het accent verplaatst naar duurzaamheid en concurrentievoordeel. Dit laatste rust met name op het aanwezige talent in een organisatie. Van wezenlijk belang is daarbij dat men voorbereid wordt op topposities en gereed dient te zijn om op elk gewenst moment de leiding te kunnen overnemen.

Zzp'er smeermiddel van innovaties binnen MKB  (index...)
Zzp'ers vervullen een belangrijke rol bij innovatie in het MKB. Van de MKB-bedrijven die innoveren met behulp van externe partijen schakelt 33 procent daarvoor zzp'ers in. Dat is circa acht procent van het totale MKB. Daarmee zijn zzp'ers een smeermiddel voor innovatieprocessen in het MKB. Het inhuren van zzp’ers gebeurt nog frequenter dan bijvoorbeeld gebruik maken van kennisinstellingen (circa 25 procent). Dit blijkt uit het rapport ‘smering voor de nering’ van EIM. In deze twee sectoren, waar relatief veel zzp'ers actief zijn, worden zij ook vaker ingehuurd bij innovatieprocessen, meer dan bijvoorbeeld in de sectoren handel, de horeca en het transport. Ook de mate van innovativiteit van MKB-bedrijven heeft invloed. Hoe actiever en systematischer bedrijven bezig zijn met innoveren, hoe vaker zzp'ers worden ingeschakeld. Dit hangt samen met de specialisatie, een gunstige prijs-kwaliteitverhouding en de snelle kennisverspreiding van zzp'ers. Daarnaast heeft nog veertien procent van de bedrijven die zonder de hulp van zzp'ers innoveert, dat wel overwogen, maar vinden zij het vaak niet nodig of te duur in verhouding tot de schaal van de innovatietrajecten. Als zzp'ers worden ingeschakeld brengen zij kennis en ervaring in. Verder zijn de concrete bijdragen opvallend vaak in de vorm van mankracht en capaciteit. Dit verschilt wel per type bedrijf dat zzp'ers inschakelt. Hoe innovatiever het bedrijf, hoe grotere rol kennis en mankracht spelen. Minder innovatieve MKB-bedrijven vragen meer om middelen en of zetten ondersteunende werkzaamheden weg bij de zzp'ers.

Meer testosteron vermindert inlevingsvermogen  (index...)
Vrouwen die testosteron krijgen toegediend, blijken minder goed in staat om zich in een ander in te leven. Dat is onderzocht door de Universiteit Utrecht en in het onderzoek is het effect onderzocht van testosteron op het inlevingsvermogen. Voor zijn onderzoek gebruikte hij daarom vrouwen als proefpersonen, omdat deze over het algemeen meelevender zijn en over minder testosteron beschikken. De onderzoekers lieten de vrouwen voor en na toediening van testosteron foto's zien, waarop mensen met verschillende gezichtsuitdrukkingen waren afgebeeld. Na toediening van het testosteron bleken de vrouwen meer moeite te hebben met het interpreteren van de gezichtsuitdrukkingen. Volgens de psycholoog betekent dit dat testosteron, het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon, direct van invloed is op de mate van sociale intelligentie. Bij extra testosteron gaat het empatisch vermogen van de vrouw achteruit. Deze uitkomst is van groot belang om de psychobiologie van de menselijke sociale intelligentie te begrijpen, aldus de onderzoekers. Omdat autisme mede gerelateerd is aan empathisch vermogen, stellen onderzoekers vast dat in de psychologie er mogelijkerwijs een relatie is tussen autisme en testosteron in de baarmoeder. Nader onderzoek moet dit uitwijzen.

Slechte gezondheid belemmert allochtone vrouw in werk  (index...)
Het hebben van een slechte gezondheid belemmert Turkse en Marokkaanse vrouwen in het vinden van werk, dit is een conclusie na onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het onderzoek werd verricht op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dit gebeurde in het kader van de uitvoering van het VN-Vrouwenverdrag, waardoor landen verplicht zijn mannen en vrouwen in het dagelijks leven gelijke rechten en kansen te geven. De arbeidsdeelname onder vrouwen van migranten blijft echter laag. Op basis van grootschalige enquêtes, groepsinterviews en gesprekken met artsen blijkt dat de gezondheid hierbij een rol speelt. Veel allochtone vrouwen voelen zich vaak ziek en vinden zichzelf daardoor niet in staat te werken. Overigens is gezondheid een issue voor alle vrouwen, dus ook bij autochtone vrouwen. Vrouwen kampen vaker dan mannen met hoofdpijn, migraine, rugpijn, nek- en schouderklachten, depressie en angststoornissen. Daardoor is de arbeidsparticipatie vaak lager. Gecombineerd met andere factoren als omgeving, een lage opleiding en de inschatting dat ze weinig kans hebben op een baan, doen de vrouwen minder moeite om werk te vinden.

Mannen vinden het belangrijk dat hun haar goed zit  (index...)
Nederlandse mannen vinden het belangrijk dat hun haar goed zit, dit blijkt uit onderzoek van Andrélon. Dit geldt voor 44% van de heren, wel willen mannen dat het stylen van hun haar snel, efficiënt en zonder poespas gaat want de helft van hen besteedt hieraan niet meer dan twee minuten. Bijna de helft blijkt wel eens van kapsel te veranderen door het gebruik van styling producten. Toch vindt 86% dat een haarstylingproduct vooral voor het creëren van een dagelijkse look geschikt moet zijn. Vier op de vijf mannen besteedt dagelijks niet meer dan vijf minuten aan het in model brengen van het haar, van wie 87% hiervoor één styling product gebruikt. Dit product moet voor 52% van de ondervraagde mannen hun haar snel in model brengen en 50% willen dat het precies de look geeft die ze voor ogen hebben. Vier op de tien mannen controleert zodra ze een spiegel zien of hun haar nog goed zit en drie op de tien draagt geen muts omdat ze bang zijn dat dit ten koste van hun kapsel gaat. Iets meer dan 50% van de mannen heeft slechts één look, 22% wisselt af en toe van kapsel als ze uitgaan of voor een speciale gelegenheid en 7% heeft voor werk en privé een verschillende haardracht. Het meest favoriete kapsel voor Nederlandse mannen is dat van Winston Gerschtanowitz (28%), gevolgd door zanger Waylon (17%) en acteur Jan Kooijman (13%).

Een op de vier werknemers heeft last van scheldkanonnades  (index...)
Medewerkers hebben vaak last van scheldkanonnades. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd in 2010. Het betreffende onderzoek werd landelijk uitgevoerd onder ruim 300.000 medewerkers die in verschillende sectoren werkzaam zijn. Van de ondervraagde medewerkers gaf 25% aan wel eens uitgescholden te worden op de werkvloer. Niet alleen cliënten zijn verantwoordelijk voor het verbale geweld, maar ook collega's van de medewerkers maken zich hier schuldig aan. Medewerkers in de zorgsector hebben het meest te maken met enige vormen van geweld. Van alle ondervraagde medewerkers in deze sector meldt een derde het afgelopen jaar geconfronteerd te zijn met gewelddadigheden. Na de zorgsector volgen medewerkers van woningcorporaties. Hier werd 25% met geweld geconfronteerd. In de retailsector blijken medewerkers zich het meest veilig te voelen. Maar liefst 91% gaf aan amper bedreigingen te hebben ervaren. Dit is opvallend, omdat de retail wel te maken heeft met diverse vormen van winkelcriminaliteit. Bouwvakkers en fabrieksarbeiders scoren het beste qua geweld op de werkvloer. Uit deze groep geeft 96% aan zich veilig te voelen op het werk en 4% heeft wel eens met bedreigingen te maken gehad.

Team profiteert van verschillen in leiderschap  (index...)
Een team profiteert niet zozeer van een verschillende samenstelling qua leeftijden en sekse alswel van verschillen in leiderschap. HR-directeur EMEA bij Molnlycke Health Care verrichtte onderzoek naar de samenstelling van teams. Hierbij verzamelde men in het onderzoek data van managers binnen 27 teams. Vervolgens is de bedrijfsperformance en de samenstelling met elkaar in verband gebracht. Het leiderschap van teamleden is onderzocht door middel van het competentiemodel van de betreffende bedrijven. Diversiteit heeft invloed op de bedrijfsresultaten. Verschillen in stijlen van leiderschap veroorzaken diepgaande discussies binnen het team. Dat komt het bedrijf ten goede. Helaas richten organisaties zich bij diversiteit vaker op verschillen in geslacht, leeftijd en afkomst. Recruitment en promotiebeleid zijn gericht op homogeniteit. Het hr-beleid zou juist gericht moeten zijn op het vergroten van de verschillen in leiderschap. Bedrijfscultuur moet uiteraard wel toelaten dat de verschillen ook daadwerkelijk worden gebruikt. Dat is binnen autocratische bestuursmodellen lastig.

Werkdruk berust op verschil tussen moeten en kunnen  (index...)
Werkdruk ontstaat als er langdurig een verschil is tussen moeten en kunnen. Werkdruk kan leiden tot ongezonde zaken zoals stress, burnout en overspannenheid. Ongezonde werkdruk kan worden weggenomen door de factoren moeten, mogen, willen en kunnen weer in balans te brengen. Vakbond De Unie organiseerde in november 2010 een conferentie over werkdruk en werkplezier. Aan deelnemers werd gevraagd waar werkplezier op berust. De meest genoemde factoren zijn vrijheid, voldoening en collega's. Medewerkers willen graag bepalen op welke tijden ze werken, in welke volgorde de taken worden verricht en hoe de taken worden uitgevoerd. Het werkplezier wordt vergroot als ze duidelijk zien wat het werk oplevert en wat de toegevoegde waarde is. De gezelligheid van collega's om je heen, zowel tijdens de lunch als gedurende een vergadering, is ook belangrijk. Sommige factoren in het werk kosten energie terwijl andere factoren juist energie verschaffen. Werknemers moeten zicht krijgen op wat energievreters en energiegevers zijn en vervolgens de juiste balans vinden.

Kantoor en vaste baan zullen verdwijnen  (index...)
Het werken in kantoren en het hebben van een vaste baan zullen tegen het jaar 2020 verdwenen zijn. Intuit, een adviesbureau voor het Amerikaanse mkb, doet deze voorspelling op basis van onderzoek van Emergent Research. In plaats van werken in kantoren zal er meer gewerkt worden in de 'digitale cloud'. Hoewel er critici zijn die niet geloven dat kantoorgebouwen zullen verdwijnen, beweert Intuit dat de huidige leegstand op de kantorenmarkt slechts een voorbode is. Met cloud computing heeft immers iedereen beschikking over software en documenten waar ze ook zijn. Dit betekent dat het traditionele werken op kantoor kan plaatsmaken voor het overal kunnen werken. Intuit denkt onder meer dat mobiele apparatuur als smartphones, tablet pc's en andere mobiele apparatuur de gewone pc uiteindelijk zal vervangen. Ook wordt er dan op een andere manier samengewerkt met collega's. Er zal meer plaatsvinden met videoconferencing. Tevens denkt Intuit dat het gros van de bedrijven vaste banen zal inruilen voor freelancers. Dit zal zeker voor 80% van de grote bedrijven gelden. Verder verandert de macht van de consument. In plaats van pushmarketing is er een overgang naar pullmarketing.

(c) 19 februari 2020 Vos Interim