x

Nieuwsbrief juli 2011


Beste mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM. Met vriendelijke groet, Martin Vos

Accountmanager bank weet niet wat speelt bij klant  (index...)
Accountmanagers bij banken zijn niet voldoende op de hoogte wat er speelt bij de klant. Daarom kan er niet adequaat worden gehandeld, zo blijkt uit onderzoek onder 30 middelgrote ondernemingen door Total Solutions. Bij het onderzoek werd samengewerkt met Professional Capital en de Erasmus Universiteit. Het onderzoek biedt inzicht in de mening van de treasurers van middelgrote ondernemingen over de werkwijze van hun accountmanagers van de banken. De accountmanagers scoren te laag op de vraag of zij door de klant als een vertrouwd adviseur worden gezien. 35% van de accountmanagers krijgt een zware onvoldoende, 40% wordt wel als vertrouwd beoordeeld. Ook grote bedrijven met een omzet van meer dan 1 miljard zijn niet tevreden over de diepgang van de kennis van hun accountmanagers. De banken werken over het algemeen meer productgericht dan klantgericht. Banken verdiepen zich niet voldoende in hun klanten. Hoewel de banken over een schat aan informatie beschikken, delen ze te weinig kennis met de klanten. Als accountmanagers zich meer in hun klanten verdiepen en hen betere informatie aanreiken, kan dit zorgen tot beter inzicht bij de bedrijven en tot meer concurrentievoordeel.

Wijze leiders zijn schaars  (index...)
Wijs leiderschap is nauwelijks meer te vinden in het huidige business klimaat. Dit betogen 2 onderzoekers van de Hitotsubashi universiteit te Tokio en de Harvard Business School. Volgens beide onderzoekers komt dit door toenemende discontinuïteit en hebben leidinggevenden moeite de snelle veranderingen bij te benen op het gebied van technologie, demografie en consumptiepatronen. Die continue 'achterstand' hindert hen om werkelijk globale organisaties te ontwikkelen die niet alleen grensoverschrijdend opereren, maar waarin de werknemers bepaalde eenvormige normen en waarden onderschrijven. Volgens de onderzoekers moeten leidinggevenden weer praktische wijsheid vergaren. In de woorden van Aristoteles: 'experimentele kennis aan de hand waarvan ethisch solide beoordelingen gemaakt kunnen worden'. Wijze leiders beschikken over zes kenmerken. Ten eerste nemen ze besluiten op basis van wat goed is voor de organisatie en de samenleving, ten tweede doorgronden ze snel de kern van een situatie en handelen daarnaar. Ze creëren contexten waaraan medewerkers zingeving ontlenen, tevens gebruiken ze verhalen en metaforen waarmee ze hun kennis expliciteren voor praktisch gebruik. Wijze leiders gebruiken hun invloed om mensen bijeen te brengen en hanteren mentorschap om wijsheid bij anderen te cultiveren.

Kleine successen motiveren werknemer  (index...)
Leidinggevenden die hun werknemers willen motiveren opdat ze nog creatiever worden, doen er goed aan de werknemers dagelijks kleine successen te laten boeken. Uit onderzoek van de Harvard Business School is gebleken dat het boeken van voortgang in betekenisvol werk cruciaal is voor het optimaliseren van de werkvreugde. Daar tegenover staat dat uitzichtloosheid en demotivatie substantieel bijdragen aan een afnemende productiviteit. Kort samengevat, leidinggevenden hebben meer invloed dan ze denken op het welzijn van hun werknemers, hun motivatie en creatieve output. Sleutel voor het succes is begrijpen welke acties tot voortgang leiden zoals het stellen van duidelijke, eenvoudig te realiseren doelen. Het bieden van voldoende resources en tijd om die doelen te realiseren en het tonen van waardering en erkenning zijn belangrijke elementen. Tevens weten welke management activiteiten het omgekeerde effect bewerkstelligen. Dit komt vaak voor en is vaak inherent aan de manager die veelal onbewust zijn mensen demotiveert. Zo hebben managers zelden in de gaten wat betekenisvol is voor een werknemer. Een tweede demotivatie is het ontnemen van eigenaarschap van de werknemer over zijn werk. Derde veel voorkomende fout is het verlagen van de betrokkenheid door weinig te communiceren over relevante zaken.

Kinderen worden slimmer door muziekonderwijs  (index...)
Muziekles maakt kinderen slimmer, zo blijkt uit Canadees onderzoek. De onderzoekers verdeelden een groep van 144 zes-jarigen willekeurig in vier verschillende groepen, die een jaar respectievelijk piano-, zang-, toneel- of geen les kregen. Aan het begin en het einde van het jaar werd het IQ van de kinderen gemeten, waaruit naar voren kwam dat kinderen die muziekonderwijs hadden gehad een hoger IQ hadden dan de kinderen die toneellessen volgden of geen extra lessen hadden gekregen. Voor het eerst is in een goed, betrouwbaar onderzoek een causaal verband aangetoond tussen muziekonderwijs en de cognitieve ontwikkeling. Deze ontwikkeling komt volgens het onderzoek doordat kinderen op verschillende vlakken geprikkeld worden. Ze leren noten lezen, luisteren naar musici en krijgen een betere fijne motoriek doordat ze een instrument leren te bespelen. De invloed van muziekles is overigens duidelijk op scans te zien, er is aangetoond dat bij musici bepaalde delen van de hersenen groter zijn en sterkere verbindingen hebben dan bij andere mensen. Door op jonge leeftijd te leren musiceren lijken mensen ook een cognitieve reserve op te bouwen.

Kosten en imago zijn belangrijkste drijfveren duurzaam beleid  (index...)
Kosten en imago zijn de belangrijkste redenen voor organisaties om aan duurzaamheid te doen. Dit blijkt uit de door Twynstra Gudde uitgevoerde duurzaamheidsscan. Het onderzoek werd gehouden onder 75 kantoorhoudende organisaties met 250 tot enkele duizenden mensen in dienst. De duurzaamheidsscan is gericht op zes onderwerpen: toetsing van beleid, duurzaam huren, het nieuwe werken, mobiliteit, imago en investeringskosten versus exploitatiekosten. Opmerkelijk is dat bij 88% van de financiële instellingen een goed imago een belangrijke reden is om een beleid op het gebied van duurzaamheid te voeren. De grootste belemmeringen om de doelstellingen te realiseren, zijn kennis en cultuur. Ten opzichte van de overige onderzochte bedrijfstakken scoren de financiële instellingen op het terrein van duurzaamheid het best. Bij 86% van de onderzochte instellingen is kostenbesparing de belangrijkste drijfveer om aan duurzaam beleid te doen. Hier vormen investeringskosten de grootste belemmering. Een duurzame investering levert echter op de lange termijn juist meer op dankzij de lagere exploitatiekosten en omdat het vaak beter bij de langetermijndoelen van de organisatie aansluit. De conclusie van het onderzoek is dat commitment van bestuurders essentieel is.

Gezondheid van de organisatie verbetert prestatie  (index...)
Een gezonde organisatie is een cruciale factor voor concurrentievoordeel. Gezonde ondernemingen presteren niet alleen excellent op de lange termijn, maar zullen ook beter in staat zijn om te veranderen. Dit stellen onderzoekers van McKinsey. Een gezonde organisatie wordt door hen gedefinieerd als het vermogen van een organisatie om zich te vernieuwen. Tevens om uitvoering en afstemming te realiseren teneinde gedurende een langere periode een uitzonderlijke prestatie neer te zetten en dat alles sneller dan de concurrentie. De onderzoekers hebben negen elementen geïdentificeerd die bijdragen aan een gezonde organisatie. Dit zijn accountability (rekenschap), competenties, coördinatie en controle, cultuur en klimaat, richting, externe gerichtheid, innovatie en leren, leiderschap en motivatie. Zowel performance als gezondheid kunnen vanuit vijf frames benaderd worden: aspiraties (waar willen we heen?); assessment (in hoeverre zijn we in staat om daar hen te gaan?); architect (wat moeten we doen om daar te geraken); handelen (hoe managen we de reis erheen?) en voortgang (hoe kunnen we voorwaarts blijven bewegen?).De sleutel tot een excellente lange termijn prestatie is het simultaan verbeteren van de performance en van de gezondheid.

Jonge werknemer heeft moeite met multitasking  (index...)
De generatie tot 30 jaar vindt multitasking stressvol. Deze generatie heeft een achterstand ten opzichte van de dertigers en veertigers aangaande informatica, zo blijkt uit een Belgische studie over generaties op de werkvloer. De studie 'Generatie Y, Generatie X & de Babyboomers: de stereotypes voorbij' is uitgevoerd door communicatiebureau Frajick Campus. Jonge werknemers houden wel veel van vrije tijd, vakantiedagen en een onbelemmerde internettoegang. Daarbij communiceren ze het liefst elektronisch en zijn niet flexibel aangaande arbeidsuren. De generatie van 31 tot 45 jaar is het meest eigen met het gebruik van informatica. Werknemers van alle leeftijden hebben een hekel aan het werken met verouderde computers en software. Babyboomers (ouder dan 45 jaar) vinden het geen probleem om over te werken, jongeren tot 30 jaar hebben hier beduidend meer moeite mee. Deze laatste groep windt zich vaker op over het gebrek aan richtlijnen op het werk en heeft meer last van stress als hij een project alleen moet beheren. Voor de generatie tot 30 jaar komen collega's bij een probleem op de eerste plaats, zij wenden zich minder snel tot de baas. De meerderheid van alle respondenten willen graag carrière maken binnen het bedrijf, al zijn er wel verschillen in leeftijd. Het aspect persoonlijke ontwikkeling komt op de eerste plaats bij generatie Y. De onderneming is allereerst een plaats voor persoonlijke ontwikkeling in plaats van een uitdagende omgeving.

Managers kunnen veel leren van Lady Gaga  (index...)
Managers kunnen volgens Jamie Anderson veel leren van het popidool Lady Gaga. De professor managementstrategie is verbonden aan de Antwerp Management School. Volgens Anderson innoveert en inspireert Lady Gaga als geen ander. Terwijl de verkoop van cd's dankzij illegaal downloaden dramatisch is gekelderd, weet zij toch miljoenen albums te verkopen. Op Facebook heeft ze 15 miljoen vrienden en op Twitter heeft ze 20 miljoen volgers. Dagelijks worden er circa vijf berichtjes gestuurd en ze bedankt constant haar fans, die ze 'little monsters' noemt. Zelf is ze 'mother monster'. Haar grote kracht is authenticiteit. Ze erkent dat ze niet perfect is en geen model is en noemt zichzelf een 'freak'. Ze prent haar fans in dat ze allemaal uniek en anders zijn, maar dat ze desondanks succesvol kunnen zijn en de wereld veranderen. De professor signaleert dat het Nederlandse bedrijfsleven een vleugje Gaga kan gebruiken. Zij investeert fors in haar tournees, want ze weet: succes moet je verdienen.

Tweet steeds populairder op werkvloer  (index...)
De tweet verdringt langzamerhand e-mail op de werkvloer. Al in 15% van de gevallen wordt een tweet in plaats van een e-mail gebruikt om collega's te informeren, zo blijkt uit de meest recente Randstad Werkmonitor. Blauw Research heeft hiervoor onder 810 werkenden in Nederland onderzoek gedaan. Uit de cijfers blijkt dat 24% van de werknemers in de dienstverlening eerder Twittert dan een e-mailtje stuurt. Ook 24% van de jonge werknemers en 21% van de hoogopgeleiden is sneller geneigd tot een tweet dan een mailtje. Ruim 50% van de ondervraagden heeft een profiel op social media, zoals Facebook en LinkedIn. In de dienstverlening wordt meer dan gemiddeld gebruik gemaakt van social media, namelijk 75% heeft een profiel, daarvan heeft 57% zijn/ haar profiel de laatste maand bijgewerkt. 25% gebruikt social media om hogerop te komen. Met name mannen, jongeren en hoogopgeleiden zien social media als probaat middel op weg naar de top. Volgens het onderzoek hebben ambtenaren iets minder vertrouwen in en ervaring met social media. 51% van de ambtenaren heeft een profiel op LinkedIn of Facebook en slechts 31% daarvan houdt dit bij. Eén op de drie werknemers zegt zakelijk profijt te hebben van social media. Toch biedt maar een minderheid van de werkgevers toegang tot social media op het werk.

Gros bedrijven is niet klaar voor Het Nieuwe Werken  (index...)
Het gros van de bedrijven is nog niet klaar voor Het Nieuwe Werken. Dat blijkt uit onderzoek van Heliview Research in samenwerking met en in opdracht van Heliview Conferences & Training. Voor 42% van de directieleden uit de top van Nederlandse bedrijven en instellingen wordt de uitrol van Het Nieuwe Werken belemmert door meerdere factoren. Te denken valt onder meer aan de managementcultuur en het belang dat men hecht aan controle. Slechts 14% van de respondenten geeft aan dat directie en management klaar zijn voor een dergelijke uitrol. Derhalve heeft deze groep ook minder behoefte aan controle. Voor veel bedrijven is Het Nieuwe Werken niet uit te rollen door de bestaande bedrijfscultuur. Omdat die in de meeste gevallen is gevormd door oudere medewerkers lijkt er minder ruimte zijn voor een concept als Het Nieuwe Werken. Van de ondervraagde directeuren geeft slechts één op de 20 aan dat zij het concept zorgeloos tegemoet zien. Hoewel Het Nieuwe Werken vooralsnog niet doorbreekt in het Nederlandse bedrijfsleven, geeft ruim 75% van directieleden aan dat Het Nieuwe Werken een grote bijdrage kan leveren bij het binden, boeien en werven van nieuw talent.

Jonge generatie kan problemen geven op toekomstige arbeidsmarkt  (index...)
De nieuwe jonge generatie kan in de toekomst problemen geven op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit een onderzoek van Motivaction. Het onderzoek betrof een peiling onder managers. Aan de managers werd gevraagd naar hun mening over de nieuwe generatie. Heel positief staan de managers niet tegenover de werknemer van de toekomst. De jonge generatie wordt verweten ongeduldig te zijn, niet om te kunnen gaan met tegenslagen en moeite te hebben met de concentratie. Daarnaast zijn ze te egocentrisch en verwend en kennen ze eigenlijk alleen maar de 'eigen ik'. Het probleem is alleen dat deze jongelingen straks wel de tekorten op de arbeidsmarkt moeten opvullen. Het gaat vooral om jongeren geboren in 1986 of later. Volgens Motivaction gaat het hierbij om de grenzeloze generatie, een generatie die is opgegroeid met het idee dat alles kan en mag. Volgens de Motivaction-onderzoekers, die ook een boek schreven over deze generatie met de titel De grenzeloze generatie en de onstuitbare opkomst van de bv IK, zal de generatie zeker bij gaan dragen aan de Nederlandse economie. Maar door het individualisme zal met name de publieke sector er bij inspringen, terwijl hier juist de meeste behoefte is aan nieuw personeel.

Schifting tussen zwakke en goede opleidingen neemt toe  (index...)
De schifting tussen zwakke en goede opleidingen neemt steeds verder toe. Dat blijkt uit het overzicht van Elsevier en onderzoeksinstituut SEO Economisch Onderzoek over sterke en zwakke opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en aan de universiteit. Voor het onderzoek Studie & Werk 2011 werden 7.000 studenten ondervraagd 1,5 jaar na hun afstuderen. De studenten die kozen voor de hbo-opleidingen civiele techniek, zee- en luchtvaart, elektrotechniek, accountancy en fiscaal, informatica en de pabo blijken redelijk snel na het afstuderen een goed betaalde baan met vast contract te vinden. Studenten die kiezen voor journalistiek, dans, culturele en maatschappelijke vorming, management, economie en recht, de kunstacademie en toerisme en vrijetijdskunde moeten juist vechten om een baan. Bij universitaire studies scoren econometrie, fiscaal recht en informatica goed. Minder goed voor een baan zijn geschiedenis, kunstgeschiedenis, culturele antropologie, kunst- en cultuurstudies, communicatie, taal- en cultuurstudies en Romaanse talen. De nieuwe studie toont aan dat het maken van de juiste studiekeuze van groot belang is, zeker omdat door de crisis het salaris van veel hogeropgeleide starters is gedaald.

Grote projecten worden duurder door te veel leiders  (index...)
Grote projecten vallen vaak duurder uit omdat er te veel leiders zijn op één project. Er is onderzocht waarom grote projecten meestal langer duren en duurder uitvallen. Dit probleem geldt niet alleen in Nederland maar ook elders in de wereld. Dat blijkt weer uit een databank van de Deense onderzoeker Bent Flyvbjerg. In die database staan 258 infrastructurele projecten over de hele wereld, waarbij 86% van de projecten een overschrijding van gemiddeld 28% kende. Volgens onderzoeker Ten Heuvelhof maakt het niet uit of de projecten opgezet worden vanuit het bedrijfsleven of de overheid, de kans op een flop is bij beide partijen even groot. Hoewel er meerdere redenen zijn aan te geven waarom projecten floppen, ligt de voornaamste oorzaak bij het bestaan van te veel belangen en de aanwezigheid van te veel kapiteins op het schip. In Nederland komt daar bij dat er vaak te lang gepraat en vergaderd wordt voor er daadwerkelijk beweging komt. In sommige gevallen is dit juist gunstig, omdat sommige projecten eerst niets lijken te worden maar later juist worden gewaardeerd.

Mannen houden van grote auto's, vrouwen van kleinere auto's  (index...)
Mannen houden van grote auto's, vrouwen van kleinere voertuigen. Dat blijkt uit cijfers van het RDC. Uit de tenaamstelling statistieken van RDC blijkt verder dat mannen ongeveer 70.000 auto's kochten en ongeveer vrouwen 40.000 auto's. Bij de mannen staat de Volkswagen Polo bovenaan het lijstje, bij de vrouwen is dat de Renault Twingo. Bij de vrouwen staan er in de top-10 alleen maar A-segment auto's op de Toyota Yaris en Volkswagen Polo na. Bij de mannen zitten er zeven A-auto's in de top-10, naast twee B-segment auto's (Skoda Fabia en Opel Corsa) en één C-segment auto, Opel Astra. Buiten de top-10 nemen de verschillen tussen man en vrouw echter fors toe. Mannen benoemen als favoriete auto's onder meer de Kia Sportage en Nissan Qashqai. Dat zijn twee modellen die niet in de lijst van de vrouwen staan. Voor de mannen geldt echter weer dat de Chevrolet Spark en Opel Agila niet in de mannenlijst voorkomt en wel op die van de vrouwen. De Toyota Auris is bij de mannen wel in opkomst.

Tijdelijk contract wordt steeds meer norm  (index...)
Een tijdelijk contract wordt steeds vaker de norm op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit een studie van opinieweekblad Elsevier en SEO. Sinds 2002 is de kans op een vast contract kleiner geworden. Nu is die kans zelfs kleiner dan ooit. Vooral academici moeten lang wachten op een vast contract. 34% van de academici krijgt binnen 1,5 jaar een vaste aanstelling. Bij hbo-afgestudeerden ligt dit percentage op 42%. Dit is een afname ten opzichte van 2010 toen nog 37% van de academici binnen 1,5 jaar een vast contract had. Bij de hbo'ers lag dit percentage vorig jaar op 45%. Waar het aantal vaste contracten sterk afneemt op de arbeidsmarkt voor starters is er juist een toename zichtbaar in het aantal tijdelijke contracten. Vooral voor academici geldt dat zij een tijdelijk contract voorgelegd krijgen. Voor 29% geldt zelfs dat zij tijdelijke contracten krijgen zonder uitzicht op een vaste aanstelling. Wat opvalt is dat het per studie verschilt of er een vaste aanstelling volgt of een tijdelijk contract. De kans op een vast contract is bovengemiddeld op het gebied van diagnostiek, accountancy, fiscaal en informatica. Ook in de zorg en in het onderwijs worden relatief veel vaste banen vergeven, omdat hier een tekort dreigt aan arbeidskrachten.

(c) 19 februari 2020 Vos Interim