x

Nieuwsbrief augustus 2011


Beste mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van Vos Interim. Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Opleiding zonder doorgroeimogelijkheden is weggegooid geld  (index...)
Maak uw werknemers duidelijk wat ze kunnen bereiken in uw onderneming. Werkgevers die investeren in trainingen maar hun personeel geen kansen geven om verder te groeien, verspillen in feite hun geld en bespoedigen het personeelsverloop. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Iowa. Heeft u die doorgroeimogelijkheden niet, dan kunt u misschien maar beter ook geen opleidingen aanbieden. U maakt uw werknemers dan alleen maar interessanter voor andere ondernemingen. Werknemers op hun beurt blijven alleen als ze doorgroeimogelijkheden zien die passen bij hun opleiding en ervaring. Het is overigens niet zo, dat alle werknemers per se een hogere functie willen. Goede begeleiding en baan rotatie, plus een goede relatie met de direct leidinggevende, kan ook het gevoel geven dat er carrièrekansen zijn en inspireren om te blijven. Wees in ieder geval duidelijk over welke mogelijkheden er zijn binnen de onderneming. Soms zijn er meer mogelijkheden dan uw mensen denken.

Klanten vinden goede relatie met bank belangrijk  (index...)
Hoewel klanten vinden dat banken in vergelijking tot vorig jaar slechter presteren op het gebied van relaties, prijs- en prestatieverhouding en merkwaarde, wordt een goede relatie met de bank wordt juist steeds belangrijker gevonden. Dit blijkt uit de Dutch Customer Performance Index (DCPI), een index die tot stand is gekomen door jaarlijks de prestaties van de tachtig grootste Nederlandse dienstverleners in zeven sectoren te meten. Gemeten zijn de geleverde waarde van bedrijven richting de klant en de daaruit voortvloeiende toekomstige waarde voor het bedrijf (klantwaarde en bedrijfswaarde). Evenals vorig jaar scoort de Rabobank het hoogst op alle gemeten dimensies. Doordat alle banken achteruit zijn gegaan, zijn de onderlinge verschillen nog steeds relatief groot. Zo scoren ING en ABN Amro op een dimensie als relatiewaarde nog steeds 0,5 punt lager dan de Rabobank. Een nieuwkomer als Friesland Bank heeft scores die vergelijkbaar zijn met ING en SNS. Opvallend is dat banken beter scoren op emotiewaarde, de positieve emotiescore van ING ligt bijvoorbeeld 10% hoger dan vorig jaar. Gemiddeld noteren alle banken een positieve emotiescore van 5% en een negatieve van 3%.

7 kenmerken van topverkopers  (index...)
Steve Martin van de Harvard Business Review interviewde de voorbije jaren duizenden b2b-verkopers die actief waren in 's werelds grootste bedrijven. Hij onderwierp ze ook aan een reeks persoonlijkheid tests, om beter te begrijpen hoe ze van minder efficiënte verkopers verschillen.
Steve Martin kwam uiteindelijk met een lijst van 7 kenmerken die aangeven dat je een topverkoper bent:
1. Nederigheid. In tegenstelling tot de zelfvoldane, egocentrische verkoper, scoren 91% van de beste verkopers matig tot sterk waar het bescheidenheid en nederigheid betreft. Uit de studies blijkt ook dat luidruchtige, opzichtige verkopers klanten wegjagen eerder dan ze te overtuigen.
2. Plichtsgetrouwheid. 85% van de beste verkopers handelen plichtsgetrouw en gewetensvol. Ze zijn betrouwbaar en nemen hun taken en verantwoordelijkheden uiterst serieus. Ze nemen de controle over verkoop cyclus in handen en haten het om door hun klant of de concurrentie te worden gegijzeld.
3. Resultaatgericht. 84% van de topverkopers zijn zeer resultaatgericht. Ze stellen duidelijke doelen en meten hun prestaties. Tijdens het verkoopproces trachten ze de motivatie van hun klanten te begrijpen en passen ze zich aan om de klant de best passende oplossing te bieden eerder dan op het product zelf te focussen. Ze gaan daarbij instinctief te werk.
4. Nieuwsgierigheid. 82% van de topverkopers zijn uiterst nieuwsgierig. Dat laat hen toe de klanten moeilijke en soms storende vragen te stellen om een maximum aan informatie te bekomen en te weten te komen of een verkoop mogelijk is.
5. Een gebrek aan zin om tot de groep te behoren. Topverkopers voelen zich gemiddeld 30% minder aangetrokken tot het groepsgebeuren. Op het ogenblik van de verkoop uit zich dat in een duidelijke dominantie, met andere woorden de kunst om de klant te laten gehoorzamen en hem hun raadgevingen te doen opvolgen (een verkoper die 'vriend' wil zijn met de klant zal die dominantie niet kunnen opleggen).
6. Moeilijk te ontmoedigen. Minder dan 10% van de topverkopers raken makkelijk ontmoedigd of in een negatieve gevoel spiraal. 90% geeft wel toe emotioneel door zeer moeilijke momenten te zijn gegaan. Volgens Steve Martin bestaat een correlatie tussen topverkopers en competitiesport in groepsverband. In beide activiteiten slagen beoefenaars er in om snel emotionele tegenslagen te overwinnen en zich te herpakken na een teleurstelling.
7. Een vorm van schaamteloosheid. Hiermee wordt de afwezigheid van verlegenheid en remmingen bedoeld. Minder dan 5% van de topverkopers zijn verlegen. Dat maakt dat ze in de verkoop soms agressief overkomen. Ze voelen zich op hun gemak wanneer ze hun product moeten verdedigen en zijn niet bang om de klant tegen te spreken. Ze hebben genoeg lef om klanten te bellen via 'cold calling' en twijfelen nooit om de beslissingsbevoegde aan de telefoon te krijgen, wat diens plaats binnen de bedrijfshiërarchie ook moge zijn.

Waarom calorieën tellen op lange termijn niet werkt  (index...)
Afvallen is een kwestie van minder eten, wordt vaak gedacht. Toch blijkt dit niet helemaal te kloppen. Uit een recente studie van Harvard University is gebleken dat niet de hoeveelheid calorieën, maar eerder wát je eet, bepalend is voor je gewicht. Het nieuwe onderzoek, dat is uitgevoerd door vijf voeding-en gezondheidsexperts van Harvard University, is een van de meest uitvoerig studies naar gewichtstoename van de afgelopen tijd. De onderzoekers bestudeerden twaalf tot twintig jaar lang 120.877 gezonde en goed opgeleide, mannen en vrouwen zonder obesitas. Iedere twee jaar vulden de deelnemers een questionnaire in over in hun gewicht, eetgedrag en andere gewoontes. Uit de analyse kwam naar voren dat een combinatie van factoren, de oorzaak is van de gewichtstoename van de deelnemers. De gemiddelde deelnemer kwam 1,51 kilo per vier jaar aan, wat in totaal leidde tot een toename van 7,6 kilo in twintig jaar. Volgens onderzoeksleider toont het onderzoek aan, dat de algemeen geldende wijsheid 'minder eten, minder calorieën en weinig vet' niet de beste aanpak is. Wat je eet, maakt veel verschil. Dus alleen calorieën tellen zal niet helpen, tenzij je kijkt naar de soort calorieën die je tot je neemt. De gedachte dat het 'oke' is om alles met mate te eten, is gewoon een smoes om te kunnen eten wat je wilt eten. De onderzoekers stelden een lijst samen van voedingsmiddelen waar je het meest van aankomt. Op nummer één staat patat, gevolgd door chips, gesuikerde frisdranken, zoetigheden en toetjes, geraffineerde granen, gefrituurd eten, 100 procent vruchtensap en boter. Voedingsmiddelen waar je van afvalt, of niet van aankomt wanneer je er veel van eet, zijn fruit, groenten en volkorenproducten. Verrassender is het resultaat dat een vergrote inname van zuivelproducten, of dit nu mager is of volvet, een neutraal effect heeft op het gewicht. Deelnemers die meer yoghurt en noten aten, vielen in vier jaar tijd meer af dan de personen die dat niet deden. Ook bleek dat pindakaas, waarschijnlijk omdat het de honger lang stilt, kan helpen om op gewicht te blijven. Yoghurt zorgt voor een gewichtsafname, omdat de gezonde bacteriën in dit zuivelproduct de honger stillen en de stofwisseling gunstig beïnvloeden. Daarentegen hebben geraffineerde koolhydraten, zoals suikers en meel, een negatief effect op de spijsvertering. Ook toonde het onderzoek aan dat beweging eveneens bijdraagt aan gewichtscontrole. Degenen die minder bewogen gedurende de onderzoeksperiode kwamen meer aan, terwijl degenen die meer bewogen niet. De groep die het meest bewoog kwam 0,79 kilo minder aan binnen vier jaar. Het is volgens de onderzoekers wel te stellen, dat diegenen die veel bewegen maar hun dieet negeren, toch kunnen aankomen.

Arbeidsmigranten doen gevaarlijker werk dan autochtone werknemers  (index...)
Arbeidsmigranten werken vaak onder gevaarlijkere omstandigheden dan autochtone werknemers. Dit blijkt uit een recent onderzoek van de TU Delft in samenwerking met een Deens instituut en de Universiteit van Aberdeen naar arbeidsmigranten en veiligheid in Denemarken, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Geconcludeerd kan worden dat zowel arbeidsmigranten als werkgevers grote steken laten vallen op arbogebied. De problemen doen zich het vaakst voor in de bouw en landbouw, instructie is hier beperkt of geheel afwezig, veiligheidstraining is er niet, of niet in de taal van de arbeidsmigranten. Bovendien ontbreekt het vaak aan supervisie. In de chemische industrie is de situatie beter veiligheidsinstructie is in verschillende talen aanwezig en de werknemers zijn beter opgeleid. Taal en communicatie blijken in de praktijk de grootste struikelblokken te zijn. Veel arbeidsmigranten werken maar tijdelijk en nemen slechte omstandigheden op de koop toe, bovendien wantrouwen ze de controlerende overheidsinstanties. Wat betekent dat ze niet snel met een klacht over hun werkgever naar buiten treden. Opmerkelijk is dat het aantal ongevallen gestaag toeneemt terwijl claims voor langdurige arbeidsongeschiktheid achterwege blijven. Na een ongeluk keren veel migranten weer huiswaarts.

Ceo heeft weinig met cultuur van bedrijf of merk  (index...)
In weerwil van wat vaak gedacht wordt, bestaat er geen sterk verband tussen de merk typologie en de cultuur van een onderneming en de leiderschapsstijl van de ceo. Dit blijkt uit een studie van advies- en onderzoeksbureau Boer & Croon naar leiderschapsstijlen van 20 Nederlandse ondernemingen waarvan ongeveer de helft beursgenoteerd is. De studie toont aan, dat vooral bestuursvoorzitters die nog niet zo lang in hun rol zitten, vaak een andere leiderschapsstijl hebben dan de merk typologie van de onderneming suggereert. Vaak hebben deze ceo's juist de taak om het corporate merk en de onderliggende factoren als cultuur en strategische oriëntatie, te veranderen. Relatief veel ceo's denken overigens dat hun eigen leiderschapsstijl visionair is, terwijl het bedrijf zich op het proces of de markt concentreert. De ceo's zien hun rol dan ook als voortrekker om het bedrijf te leiden in de transitie. Ook blijkt dat de bedrijfstak waarin een bedrijf opereert een belangrijke rol speelt wanneer het gaat om de merk- en reputatie affiniteit van de ceo. Zo tonen de ondervraagde ceo's in de bouw- en de technische en financiële sector een duidelijke terughoudendheid in hun profilering en dat van hun bedrijf. Dit heeft overigens alles te maken met de recente vertrouwenscrisis in hun bedrijfstak.

Naar mening werknemer wordt niet gevraagd  (index...)
De mening van werknemers is niet belangrijk. Een meerderheid van de werknemers schroomt niet om zijn of haar mening te geven. Toch wordt hier maar weinig naar geluisterd, zo blijkt uit een poll van Monster onder 2.729 bezoekers wereldwijd. 25% van de respondenten geeft aan het gevoel te hebben dat zijn of haar mening ertoe doet. In Nederland is dit met 29% iets hoger. 65% zegt dat hun mening op het werk wordt verworpen of dat er geen notie van wordt genomen. Soms wordt er wel naar de mening van de werknemer geluisterd, aldus 33%, maar deze wordt daarna vaak genegeerd. 44% van de Nederlandse respondenten vindt dat er naar hen geluisterd wordt, al wordt er vervolgens niets mee gedaan. Wereldwijd heeft 32% het idee dat er helemaal niet naar hun mening wordt geluisterd, in Nederland is dit 24%. Er zijn grote verschillen per land waarneembaar. Zo denkt 44% van de Amerikanen dat hun mening niet meetelt. In China zegt 20% dat er wel naar hen geluisterd wordt. 97% van de Europeanen is niet bang zijn mening te geven.

Vrouwen zijn rond hun vijftigste brokkenmakers voor verzekering  (index...)
Jonge mannen tussen de 18 en 20 jaar zijn de gevaarlijkste weggebruikers, maar ook vrouwen in de leeftijdscategorie van 48 tot 52 jaar blijken grote brokkenmakers voor de autoverzekeraar. Dit stelt autoverzekeraar Allsecur na onderzoek vast. Reden hiervoor is dat vrouwen vaak hun auto lenen aan hun kinderen, omdat zij niet de grote auto van pa mogen lenen. Die kinderen blijken de ware risicogroep en dan met name de jongens. Ruim één op de vier mannelijke bestuurders tussen de 18 en 20 jaar rijdt schade. Overschatting van de eigen rijvaardigheid en agressief rijgedrag zijn vaak de boosdoener. Het is bekend dat jonge bestuurders zich onverantwoordelijker in het verkeer gedragen. De oorzaak is een onvolgroeide hersenkwab. Het gedeelte van de hersenen waarin verantwoordelijkheidsgevoel ontstaat, heeft zich pas met 25 jaar volledig ontwikkeld. Volgens het onderzoek is het onverstandig om de rijbewijs(leeftijd) te verlagen naar 17 jaar.

Werkgevers vragen te vaak naar privézaken  (index...)
Werkgevers blijken toch nog vaak naar privé zaken te vragen in sollicitatiegesprekken en die zaken vervolgens mee te laten weten in het uiteindelijke oordeel. Dat blijkt uit onderzoek van TNS NIPO in opdracht van het Aidsfonds. Volgens het onderzoek is het zelfs zo dat veel werkgevers regels overtreden. Sinds de 'Algemene wet gelijke behandeling' in 1994 werd ingevoerd zijn privé zaken als levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht, nationaliteit of seksuele geaardheid taboe in sollicitatiegesprekken. Vragen over zwangerschappen, kinderwens, chronische ziekten en handicaps zijn hier later aan toegevoegd. Daarnaast hoeven kandidaten tijdens een sollicitatiegesprek niets over zichzelf te vertellen wat niet met de functie te maken heeft. De werkgevers weten echter vaak op subtiele wijze toch te achterhalen of iemand getrouwd is of een kinderwens heeft. Het antwoord laten ze daarna vaak meewegen in de verdere procedure.

Mooie sites worden meer vertrouwd  (index...)
Ondanks dat er meer online oplichting is en vaker onbetrouwbare websites, blijkt toch dat in vergelijking met vijf jaar geleden, online consumenten 20 procent meer vertrouwen in websites hebben gekregen. Dat ontdekten onderzoekers aan de University of Melbourne. Maar het is ook zo dat online shoppers 30 procent minder trouw zijn aan online winkels en diensten dan in 2007. Een onderzoeker aan de faculteit van Management en Marketing aan de University of Melbourne zegt dat de groei van het online vertrouwen van consumenten vooral te maken heeft met hoe de websites eruitzien. Mensen zijn nu eenmaal gericht op schoonheid. We zitten psychologisch zo in elkaar dat we mooie mensen vertrouwen en dat geldt ook voor mooie websites. Naarmate het internet steeds mooier wordt, zijn we geneigd minder trouw te worden en steeds meer op zoek te gaan naar de mooiste sites. De onderzoeker ontwikkelde een formule, genaamd ‘Webreep’ om patronen en trends in online (koop)gedrag te zien en te analyseren. Er wordt een score bijgehouden gebaseerd op zeven dimensies van kwaliteit: visuele aantrekkelijkheid, betrouwbaarheid, gebruikersgemak, (zoek)kwaliteit, kwaliteit van de aangeboden informatie, de relevantie van die informatie en de laadsnelheid. De formule wordt sinds 2007 losgelaten op 130 verschillende soorten websites. Maar het blijkt dat het niet kunnen vinden van relevante informatie op een website de grootste bron van frustratie van consumenten is. Als je wilt dat je bezoekers niet overstappen naar andere sites, zorg er dan voor dat je website interessant is. Want een mooie site alleen is niet genoeg. In de afgelopen vijf jaar is de frequentie van het aanbevelen van sites aan anderen met 32 procent gegroeid. Dit komt vooral door de sociale media. Mensen ontwikkelen een relatie met het internet net zoals ze relaties met andere mensen ontwikkelen. In vergelijking met vijf jaar geleden vertrouwen we mooie sites meer, zijn we minder tolerant ten aanzien van websites met irrelevante informatie en gaan we eerder een kijkje nemen op nieuwe sites. De onderzoeker geeft aan dat offline shoppen heel anders is dan online shoppen. Offline winkelen consumenten in een grote ruimte, met duidelijke bordjes en vaak met behulp van verkopers. Online zijn producten die consumenten zoeken, vaak diep verstopt en moeten ze het zelf weten te vinden.

Mannen beter in online netwerken  (index...)
Data van LinkedIn, 's werelds grootste professionele netwerk met meer dan 100 miljoen leden wereldwijd, laat zien dat mannen wereldwijd beter online kunnen netwerken dan vrouwen. Om dit te onderzoeken heeft LinkedIn gemeten hoe goed mannen en vrouwen zijn in netwerken. Er is gelet op de verhouding van twee dingen, namelijk: de verhouding van de contacten van mannelijke professionals tegenover die van vrouwelijke professionals, en de verhouding van mannelijke leden op LinkedIn tegenover vrouwelijke. LinkedIn heeft ook gekeken binnen welke bedrijven mannen of juist vrouwen goed netwerken. Voor Nederland is gebleken dat de mannen die werken bij Getronics actievere netwerkers zijn dan de vrouwen die hier werken. Bij werving- en selectiebureau Yacht is dit omgekeerd; de vrouwen zijn hier betere netwerkers dan de mannen. 'Het hebben van de juiste connecties kan een verschil maken als het gaat om het sluiten van een deal of het werven van nieuwe klanten', aldus Nicole Williams de LinkedIn’s Connection Director en auteur van het populaire boek 'Girl on Top'. Vrouwen zijn soms te verlegen om te netwerken, omdat ze het associëren met slijmen of uitdelen van visitekaartjes, terwijl netwerken eigenlijk draait om het opbouwen van relaties, voordat je die daadwerkelijk nodig hebt. Netwerken kan intimiderend zijn, daarom zouden vrouwen een site als LinkedIn juist moeten beschouwen als een plek waar ze hun netwerkvaardigheden kunnen ontwikkelen. Als de onderzoeksdata wordt ingedeeld op basis van sectoren, blijkt dat bijvoorbeeld de cosmeticabranche wereldwijd wordt beschouwd als een vrouwelijke sector, maar volgens LinkedIn-data is dat juist een sector die gedomineerd wordt door mannen. Dit betekent dat ondanks het feit dat er meer vrouwelijke professionals in de cosmeticabranche werken, de mannen in deze sector grotere netwerken hebben. In de landbouw zijn de vrouwelijke professionals juist slimmere netwerkers dan mannen. Volgens LinkedIn komt dit doordat mannen respectievelijk vrouwen in deze sectoren in de minderheid zijn, waardoor ze harder moeten werken om door te dringen.

Talentmanagement is een hype  (index...)
Tegenwoordig lijkt elke organisatie zich toe te leggen op 'talent management'. Talent is echter ongrijpbaar en laat zich niet managen. Bovendien is het contraproductief om je blind te staren op talent. Elk mens heeft bepaalde talenten. Het gaat er echter om dat die potentie wordt omgezet in prestaties. Bill Gates heeft weliswaar talent voor ICT, maar dat kon pas door uiting komen door zijn gunstige geboortejaar, doordat hij een goede privé school bezocht en via stom geluk. Onderzoek onder jonge musici wijst uit, dat de beste muzikanten tevens het hardst oefenen. Organisaties doen er verstandig aan om geen talent weg te kopen. Het is verstandiger om een omgeving te creëren waarin mensen zich kunnen ontplooien. Een hoogleraar talentmanagement te Nyenrode meent dat in veel vacatures wordt gezocht naar het schaap met vijf poten die 110% aan het profiel voldoet. Ze raadt werkgevers aan om het schaap met drie poten te zoeken, waarna de werknemer binnen de organisatie de vierde poot kan ontwikkelen. Mensen nadrukkelijk als talent bestempelen kan ze lui en arrogant maken.

MKB wil loyaal en betrouwbaar management  (index...)
Bedrijven verleggen focus naar verstandige en ethische bedrijfsvoering. Als het om haar management gaat, hechten mkb-ondernemers er de meeste waarde aan dat dit betrouwbaar en loyaal is. Ook advisering en kennis van financieel management vinden ze belangrijke eigenschappen van het managementteam. Dat blijkt uit Brits onderzoek van Hiscox. Volgens een psycholoog toont het belang dat ondernemers hechten aan betrouwbaarheid en loyaliteit dat bedrijven hun focus verleggen van korte termijn beloning naar een meer verstandige, ethische manier van bedrijfsvoering. Uit het onderzoek kwam verder naar voren dat ondernemers van mening zijn, dat creativiteit en besluitvaardigheid de twee (kern)eigenschappen zijn, die een gewone medewerker een plaats in het management op kunnen leveren. Het perfecte managementteam tenslotte bestaat uit een mix van specialisaties, ervaring en persoonlijkheden, aldus de ondervraagden.

Topmanagers willen prestaties werknemers verbeteren  (index...)
Topmanagers bij multinationals vinden het noodzakelijk dat de prestaties van hun werknemers verbeteren. Zij hebben voor 2011 uitdagende groeistellingen geformuleerd en eisen flinke productiviteitsstijgingen om deze te behalen. De kern ligt in strategisch performance management, waarmee individuele prestaties naar een hoger vlak getild kunnen worden, zo blijkt uit onderzoek van Hay Groep. Het onderzoek is gedaan onder 1.660 topmanagers van multinationals in ruim 30 landen. De ceo's zien dat er in de praktijk nog veel ruimte is voor verbetering. De topmanagers streven naar een groei van gemiddeld 5,4% voor dit jaar, dat is over het algemeen meer dan de voorspelde economische groei zoals voorspeld door het IMF. In West-Europa willen de bedrijven een gemiddelde groei van 5,1% halen. Het IMF voorziet hier een groei van 1,8%, en voor Nederland van 1,5%. Twee derde van de ceo's is van mening dat de individuele prestaties van doorslaggevend belang zijn en 52% is van plan dit jaar individueel performance management gericht in te voeren. Uit de praktijk blijkt echter dat het managen van de prestaties niet afdoende is afgestemd op de bedrijfsstrategie en lang niet altijd goed aansluit op de bedrijfscultuur.

Bijna een miljoen vrouwen hoger opgeleid dan hun man  (index...)
In 2010 waren er ruim 950 duizend vrouwen hoger opgeleid dan hun man. Dat betekent dat bij bijna één op de vier paren de vrouw de hoogste opleiding heeft. De afgelopen jaren is dit aandeel geleidelijk toegenomen. Vorig jaar waren er ruim 4 miljoen gehuwd of ongehuwd samenwonende paren. Van 24 procent van deze paren had de vrouw een hogere opleiding dan de man. Dat komt overeen met bijna één miljoen paren. Deze situatie komt steeds vaker voor, in 1996 was nog maar 18 procent van de vrouwen, bijna 700 duizend, hoger opgeleid. De toename hangt samen met het gestegen opleidingsniveau van vrouwen. Toch hebben nog steeds meer mannen een hoger opleidingsniveau dan hun vrouwelijke partner. Vorig jaar was dat bij 37 procent van de paren het geval. In 1996 bedroeg het nog 41 procent. De meest voorkomende situatie is echter dat beide partners even hoog zijn opgeleid. Dat is zo bij vier op de tien paren. Dit aandeel is de afgelopen jaren licht gedaald. Bij jongere paren komt het veel vaker voor, dan bij oudere paren dat de vrouw hoger opgeleid is dan de man. In 2010 had 15 procent van de vrouwen van 65 jaar of ouder een hogere opleiding dan hun man. Bij de vrouwen van 25 tot 45 jaar was dat twee keer zo veel 30 procent. Daarmee hebben jonge vrouwen inmiddels ook iets vaker een partner met minder opleiding dan een partner met meer opleiding.

(c) 23 februari 2020 Vos Interim