x

Nieuwsbrief maart 2013


Geachte mevrouw/heer hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM met onderzoeksberichten op het gebied van HRM en management. Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Verbroken belofte leidt tot klantenverlies  (index...)
Bij een niet nagekomen belofte overweegt 78% van de klanten over te gaan naar een ander bedrijf. Dit blijkt uit de jaarlijkse Global Consumer Survey van onderzoeksbureau Accenture onder 12.000 respondenten. 63% van de ondervraagden heeft moeite met een bedrijf dat een slechtere ervaring geeft dan in het verleden werd geboden. Het vaak contact op moeten nemen met een klantenservice om een probleem op te lossen is ook een punt van kritiek, evenals het lang in de wacht gezet worden. Een meerderheid van de ondervraagden is van mening dat bedrijven zeker kunnen voorkomen dat klanten overstappen. Als een organisatie een ander gedrag had getoond, was 85% van de ondervraagden klant gebleven. 54% zegt loyaal te blijven aan een bedrijf dat een beloning geeft bij aanschaf van meerdere producten. 66% vindt dat problemen beter direct opgelost kunnen worden in een eerste contact met een servicemedewerker. Afgelopen jaar is 20% van de consumenten wereldwijd van bedrijf gewisseld, 5% meer dan in 2011. Vooral retailers, aanbieders van mobiele telefonie en internet leveranciers kenden veel overstappers. Klanten verwachten soms meer dan wordt geboden. Zo verwachtte 48% wel een speciale behandeling te krijgen, als dank voor de goede klantenrelatie. Ook 48% vindt dat de klanthistorie van groot belang is.

Teams van individuele sterspelers kunnen succesvol zijn  (index...)
Algemeen wordt aangenomen dat voor teamwerk geen individuele sterspelers uitgezocht moeten worden omdat zij elkaar overschreeuwen en geen succes gunnen. Het resultaat is vaak dat teams uit gemiddelde spelers bestaan die niet meer dan een gemiddelde oplossing leveren. Uit onderzoek van Bain & Company blijkt echter dat individuele sterren heel goed samengebracht kunnen worden om een productief, creatief en succesvol team te vormen. Zo'n team is vele malen effectiever dan teams van echte teamspelers. Een absolute vereiste is goed team management, begrijpen wat ieders sterke en zwakke punten zijn, samenwerking aanmoedigen en het uiteindelijke doel niet uit het oog verliezen. Ten tweede is het belangrijk om een 'mission-critical' projecten te selecteren. Een A-team hoeft niet ingezet te worden voor kleine projecten, daar zijn alfa-mannetjes niet geschikt en te duur voor. Verder is anticiperen op wat verkeerd kan gaan cruciaal. Grote ego's kunnen de voortgang van het project verhinderen. Te vaak wordt een team van sterren bovendien geleid door een middelmatige teamleider.

Misdraging baas heeft gevolgen voor werksfeer  (index...)
Iedereen komt onbeleefd gedrag tegen op het werk en dat blijkt aanzienlijke gevolgen te hebben. Uit Amerikaans onderzoek komen diverse vormen van onheuse bejegening naar voren. De bekendste is de 'boss from hell', die een constante stroom van ergernis en woede uitstort over zijn personeel. Dergelijk gedrag komt heel veel voor en kan de werksfeer totaal bederven. Een baas die zich misdraagt heeft tot gevolg dat 48% van de werknemers minder hun best doet en 47% zo kort mogelijk op het werk aanwezig is. 38% doet zijn werk expres minder goed, 80% verliest werktijd door aan incidenten te denken, 63% verliest tijd door pogingen de manager te vermijden, bij 66% lijden de prestaties eronder en 78% vindt dat de betrokkenheid bij de organisatie vermindert. 12% heeft ooit ontslag genomen en 25% geeft toe hun frustratie wel eens uit te leven op klanten.
Verder blijkt dat klanten zich generen voor reprimandes die werknemers krijgen waar ze bij zijn, ongeacht of die terecht zijn en ongeacht het (ernstige) vergrijp dat de aanleiding vormt. Managers die bovengenoemde effecten signaleren doen er goed aan voor een oplossing bij zichzelf te beginnen.

Gunfactor speelt grote rol bij zakelijke beslissingen  (index...)
De gunfactor speelt vier op de vijf keer een rol in een zakelijke beslissing. Bij een nieuwe baan, een verkooppraatje of een eventuele promotie, overal is de gunfactor beslissend of je inspanningen succesvol zijn of niet. Iemand wordt een baan gegund, als duidelijk wordt dat die persoon zich in de baan verdiept heeft. Het is opvallend hoe weinig sollicitanten hun huiswerk doen, aldus Michiel Cobben, die het boek `Verhoog je gunfactor` heeft geschreven. Michiel Cobben was lange tijd werkzaam als recruiter en laat zich tegenwoordig inhuren als salesconsultant en salestrainer. Of je promotie maakt, heb je ook zelf deels in de hand. Collega's die met je weglopen, tevreden klanten en jezelf in de kijker spelen maken dat een manager niet meer om je heen kan. Enkele feiten omtrent de gunfactor. Gedrag kopiëren helpt, mensen ervaren het onbewust als prettig als ze onopvallend worden nagebootst en zien je dan als soortgenoot. De eerste seconden zijn belangrijk, een stevige handdruk met een bescheiden glimlach doet wonderen. Gemeende complimentjes doen het ook altijd goed.

Slapende collega's en ander gênant gedrag  (index...)
Twintig procent van de Nederlandse werknemers deed weleens een dutje op de werkvloer. Dit blijkt uit onderzoek van NationaleVacaturebank naar schaamte op het werk onder ruim 1.000 respondenten. Het meest gênante wat werknemers overkwam, is per ongeluk een boer of scheet laten. Negentien procent geeft aan weleens een e-mail met roddels naar de verkeerde ontvanger te hebben gestuurd. Werknemers schamen zich niet alleen wanneer henzelf iets gênant overkomt, maar hebben ook last van plaatsvervangende schaamte bij collega’s. Op de vraag wanneer werknemers zich het meest generen, zegt 54 procent dat dit is wanneer de baas een collega in het openbaar een standje geeft. Collega’s die zich laten gaan op een bedrijfsfeestje (25 procent), openlijk flirten met klanten (elf procent) of die te blote kleding dragen (negen procent) leveren ook plaatsvervangende schaamte op. Joop Uitendaal van NationaleVacaturebank: "Omdat u veel tijd op de werkvloer doorbrengt, gebeuren er weleens dingen om u voor te schamen. Dat is vervelend, maar niet ernstig. Maak u er dan ook niet teveel zorgen over. Wees u wel bewust van de reacties van uw collega’s. Zij moeten immers de hele werkweek met u doorbrengen." 
Werknemers die zich gênant gedragen zijn één ding, hoe u er als collega mee omgaat is een tweede. Het merendeel zegt dat zij hun collega gewoon rechtstreeks aanspreken wanneer hij of zij zich beschamend gedraagt. Eén op de drie doet dat liever wat subtieler door hints te geven. "Het is natuurlijk best lastig om een collega op zijn of haar gedrag aan te spreken. U wilt diegene tenslotte niet kwetsen," aldus Uitendaal. Toch durft het merendeel collega’s wel te confronteren, slechts zeven procent zou helemaal niets zeggen. "Niet iedereen heeft het door dat zij iets doen wat ongepast is. In zo’n geval vindt uw collega het misschien juist prettig als iemand hem of haar hierop wijst. Doe het alleen als u het goed bedoeld en blijf wel aardig, dan is de kans klein dat een collega boos wordt."
Naast redenen om zich te schamen, vroeg NationaleVacaturebank ook naar plaatsen waar men liever geen collega’s tegen zou komen. De top vijf met plaatsen waar werknemers absoluut geen collega tegen willen komen, is als volgt:
1. In de sauna;
2. Op vakantie;
3. Bij de dokter;
4. In de kringloopwinkel;
5. In de kroeg.

Bedrijven zijn ontevreden over Nederlands beroepsonderwijs  (index...)
Het Nederlandse bedrijfsleven is slecht te spreken over het Nederlandse beroepsonderwijs, zo blijkt uit een enquête van TNS Nipo. Slechts één op de zeven ondernemers meent dat de beroepsopleiding in zijn buurt goed opgeleide mensen afleveren. Het bedrijfsleven verwacht dat er in de komende jaren een tekort ontstaat aan personeel. Enkele industriële ondernemingen overwegen naar het buitenland te trekken omdat in Nederland amper ingenieurs zijn te vinden. Van de 1.100 ondervraagde ondernemers vindt een derde het lastig om geschoold personeel te werven. Van de ondernemers in de bouwsector geeft 43% aan dat het amper lukt om gekwalificeerd personeel te vinden. Meer dan de helft (56%) van de respondenten vindt dat studenten beloond moeten worden voor het volgen van een vakopleiding. Dat kan door bijvoorbeeld minder collegegeld te vragen voor bepaalde opleidingen. In de provincie Friesland is de samenwerking tussen bedrijven en scholen het meest hecht. Van de Friese ondernemers trekt 86% wel eens samen op met beroepsopleidingen.

Managers belangrijk voor veerkracht organisaties  (index...)
In een tijd van sterk veranderende marktomstandigheden wordt van bedrijven steeds meer creativiteit gevraagd om succesvol te blijven opereren. Bedrijven die investeren in psychologisch kapitaal hebben personeel dat veerkrachtiger is en dat sneller kan schakelen bij nieuwe ontwikkelingen. Psychologisch kapitaal is opgebouwd uit de elementen hoop, optimisme, zelfverzekerdheid en veerkracht. Uit onderzoek van TNS Nipo onder 2.000 personen, in opdracht van Tempo-Team, blijken vooral managers optimistischer te zijn. Bij een hoger psychologisch kapitaal daalt het ziekteverzuim, is er minder cynisme, minder verloop en ontstaat er hogere tevredenheid over en betrokkenheid bij het werk, zo wijst wetenschappelijk onderzoek uit. 
Het onderzoek laat zien dat werknemers onzekerder zijn dan managers. Vergeleken met managers (77 procent) gaan relatief minder medewerkers (63 procent) uit van een positieve uitkomst als er onzekerheden op het werk zijn. Relatief minder medewerkers (69 procent) dan managers (89 procent) geven aan meestal wel een manier te vinden om met lastige werksituaties om te gaan. Bovendien ervaren werknemers minder grip op doelstellingen dan managers. Veerkracht uit zich ook in de mate waarop men tegenslagen achter zich kan laten. Dat lukt de vrouwelijke managers veel beter. Slechts één op de tien vrouwen zegt dat lastig te vinden, twee keer zoveel mannelijke managers hebben daar moeite mee.
Mannelijke managers zijn daarentegen vooral zelfverzekerder. Als ze hun afdeling bij de directie moeten vertegenwoordigen voelt 86 procent van de mannelijke managers zich zelfverzekerd. Van de vrouwelijke managers zegt 77 procent zich in die situatie zelfverzekerd te voelen. Een groter deel van de mannelijke dan vrouwelijke managers heeft het gevoel een bijdrage te leveren aan de strategie van het bedrijf (89 procent versus 76 procent). Opvallend is ook dat oudere managers meer veerkracht denken te hebben dan hun jongere collega’s. Een zeer groot deel van de managers van 46 jaar of ouder geeft aan met vertrouwen moeilijke tijden aan te gaan: 91 procent tegenover 72 procent van de jongere generatie tussen de 31 en 45 jaar. 

Succesvolle organisatiestrategie vraagt gedragsverandering  (index...)
Een verandering in organisatiestrategie is pas succesvol wanneer managers de (gedrags)normen en waarden op de werkvloer veranderen. Dit stelt House of Performance in een onderzoeksrapport. Het rapport richt zich specifiek op ‘Lean’ als organisatiestrategie. Lean is gericht op het wegnemen van inefficiëntie op basis van ideeën van medewerkers, waardoor klanten zoveel mogelijk waarde voor hun geld krijgen.
Een onderzoek aan de Universiteit Twente naar gedrag van medewerkers en leidinggevenden dat effectief is binnen de Lean strategie geeft weer dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar gedrag en leiderschap in Lean organisaties, terwijl dit onderwerp bij veel organisaties hoog op de agenda staat. Het meerjaren onderzoek biedt inzicht in de organisatiecultuur die het beste past bij Lean. De onderzoeker geeft aan dat men bij die organisaties het moeilijk vindt om de methoden van Lean op de lange termijn vol te houden. Vaak verzuchten managers en medewerkers dat de heersende gedragsnormen en waarden, oftewel de organisatiecultuur, tegenwerken.
De kern van de verandering zit in het gebruik van zowel ratio als emotie. Meestal leggen organisaties die werken met de Lean strategie de nadruk op het toepassen van de methoden en technieken. Voorbeelden zijn een dagelijkse teamaftrap over mogelijke verbeteringen (‘dagstart’), uitgebreide oorzakenanalyses en een overzichtelijke werkvloer (door middel van de principes van ‘5S’). Emotionele factoren zoals teamgevoel blijken een net zo belangrijke rol te spelen in het succes van Lean dan tot nu toe werd onderkend, aldus het onderzoek. Het juiste teamgevoel op de werkvloer zorgt ervoor dat het bijvoorbeeld makkelijker wordt om informatie te delen, waardoor de prestaties verbeteren. Een teamgevoel op de werkvloer ontwikkelt zich niet zomaar. Het onderzoeksrapport stelt dat verandering pas echt goed mogelijk is wanneer managers hun eigen leiderschap, het beleid van de Human Resources afdeling, evenals de beschikbare middelen hebben afgestemd op de (nieuwe) strategie. Het klinkt allemaal logisch, maar in veel organisaties mist deze afstemming. Het grote advies is om de (werk)omgeving zo in te richten dat deze de strategie ondersteunt.
Het onderzoeksrapport stelt dat het helpt om u in te beelden wat u zou zien als u uzelf en uw collega’s terug ziet op een film tijdens werk. Hiermee kunt u mogelijke drempels snel en eenvoudig identificeren.
Denkt u het volgende maar eens in: u zit tussen uw collega’s. Wat gebeurt er?
1. Wat bespreken uw collega’s met elkaar?
2. Hoe kritisch zijn zij?
3. Hoe worden meningsverschillen uitgesproken?
4. Is het voor iedereen duidelijk wat het doel is van de organisatie en hun werk?
Wat je ziet aan gedragsnorm op de werkvloer komt vaak voort uit hoe de organisatie is ingericht. Succesvolle organisaties besteden daarom aandacht aan afstemming van strategie, HR beleid, middelen, en het leiderschap van topmanagers. Alleen zo kan een Lean cultuur ontstaan. Het klinkt eenvoudig maar dat is in de praktijk vaak anders.

Depressie onder werknemers is nog steeds een groot taboe  (index...)
Bijna de helft van de Nederlandse werknemers licht zijn werkgever niet in wanneer zij kampen met depressieklachten. Waarbij één op de tien zelfs aangeeft helemaal geen hulp te zoeken als zij geconfronteerd worden met de klachten. Dat blijkt uit een onderzoek van U-center onder ruim 800 Nederlandse werknemers. Van de Nederlandse werknemers vermoedt ruim 30 procent een depressie bij één of meerdere collega’s. Ook onder werkgevers zijn de klachten bekend, bijna 80 procent van werkend Nederland geeft aan dat zijn werkgever op de hoogte is van de depressieklachten onder zijn collega’s. De gevolgen van een depressie worden dan ook vaak onderschat. Uit onderzoek blijkt dat sinds de crisis steeds meer werknemers te lang doorlopen met depressieklachten en daarmee het risico lopen voor een langere tijd uitgeschakeld te zijn. Het onderzoek toont aan dat met name meer mannen depressieklachten voor zichzelf houden, elf procent tegenover zeven procent van de vrouwen. Ook verwachten mannen minder snel een depressie onder hun collega’s dan vrouwen. Vrouwen daarentegen zoeken sneller hulp, waarbij meer dan de helft aanklopt bij hun werkgever wanneer zij kampen met depressieklachten. Toch geeft ruim 40 procent van de vrouwen aan liever hulp te zoeken buiten hun directe werkomgeving. Ook hebben mannen meer moeite toe te geven dat zij aan iets psychisch lijden en het liever een burn-out noemen dan depressie. Verschillende socialisatieprocessen tussen mannen en vrouwen kunnen daaraan ten grondslag liggen. Uit het onderzoek blijkt dat een depressie onder werknemers nog steeds een groot taboe is. De angst voor de gevolgen van een depressie op hun loopbaan is vooral hoog bij werknemers die aan het begin van hun carrière staan. Het vertrouwen in de werkgever lijkt evenredig te lopen aan de leeftijd van de respondenten. Vooral medewerkers in de leeftijd 50 tot 65 jaar staan open voor hulp van zowel werkgever als externe (hulp)mogelijkheden.

Dagelijks reizen bezorgt ondernemer stress  (index...)
De meerderheid van de Nederlandse ondernemers ziet de schaduwkant van reizen naar kantoor. Een kwart is dagelijks ruim een half uur onderweg van en naar het werk. 40 procent ervaart hierbij stressgevoelens. Dit is een conclusie uit onafhankelijk onderzoek van PanelWizard, uitgevoerd onder ruim 750 ondernemers. In de combinatie van wonen en werken op dezelfde locatie blijkt een oplossing te zitten. De meerderheid van de ondernemers verwacht met kantoor aan huis productiever te zijn. 46 procent verlangt er naar om wonen en werken te combineren. Ondernemers met een kantoor aan huis beginnen de dag meer ontspannen (74 procent) en besteden dagelijks meer tijd aan hun privéleven (64 procent) dan ondernemers die wonen en werken op verschillende locaties. Een belangrijk gegeven gezien slechts 8 procent van de Nederlanders vindt dat hun leven goed in balans is. Wonen en werken op één locatie werkt voor ondernemers concentratie verhogend (47 procent). "Het gevoel van vrijheid staat hierbij centraal. Uit ervaring weten we dat voor ondernemers vrijheid een groot goed is," aldus Jack Bakker, initiatiefnemer van 'woerken' (wonen en werken) in Rotterdam. 
Een kantoor aan huis geeft driekwart van de ondernemers de mogelijkheid uren flexibeler in te delen. Het gevoel van onafhankelijk zijn viert zijn zege (53 procent). Wonen en werken op dezelfde locatie geeft de ondernemers vrijheid. Zo is het mogelijk beter zicht op de gang van zaken binnen het bedrijf te houden (59 procent), zonder dat het privéleven er onder lijdt. "Het privéleven en het ondernemen delen de eerste plaats. In realiteit blijkt dit niet eenvoudig te combineren. Opvallend is dat dertigplus ondernemers het reizen van en naar kantoor als meer stressvol ervaren (88 procent) dan de vijftigplus collega's (46 procent). Voor meer dan driekwart van de jonge ondernemers begint de dag meer ontspannen als men wonen en werken kan combineren. Een goed bereikbare locatie is van cruciaal belang voor succesvolle ondernemingen.

Nederlander schat zijn algemene kennis hoog in  (index...)
Nederlanders denken zelf over een grote algemene kennis te beschikken. 90 procent beoordeelt de eigen kennis met een rapportcijfer zeven of hoger. In werkelijkheid valt dit tegen. Slechts een enkeling weet het juiste antwoord op een vraag als 'Waarom halen we geen energie uit de Sahara?'. De thema's wetenschap en energie staan in de top drie interessante onderwerpen.
Ondanks dat een algemene kennisvraag vaak onbeantwoord blijft, zijn Nederlanders nieuwsgierig aangelegd (86 procent), blijkt uit onderzoek van MIXX. 
Nederlanders zijn bang om dom over te komen (81 procent), reden genoeg om zich goed te informeren. Een kwart gebruikt algemene kennis om anderen af te troeven. Het antwoord weten op een moeilijke, gekke vraag geeft een gevoel van blijdschap (29 procent), zelfverzekerdheid (26 procent) en trots (23 procent). Bij het niet weten bekruipt ons een onrustig gevoel, onzekerheid en frustratie. Om deze gevoelens voor te zijn schakelen Nederlanders direct een hulplijn in. Met stip op een staat internet als kennisbron (88 procent). Hoewel de thema's energie en wetenschap behoren tot favoriete thema's van Nederlanders, blijven kennisvragen vaak onbeantwoord. Informele manieren om aan kennis te komen zijn geliefd. 75 procent is van mening dat kijken naar of meedoen met een kennisquiz bijdraagt aan de eigen ontwikkeling. Het merendeel van de Nederlanders neemt zelf regelmatig actief deel aan een quiz. Opvallend genoeg beoordelen mannen en vrouwen de eigen kennis verschillend. Mannen schatten zichzelf en hun eigen kennisniveau hoger in dan vrouwen. Mannen zijn meer competitief ingesteld maar liefst 27 procent van de mannen gebruikt kennis om anderen af te troeven ten opzichte van dertien procent van de vrouwen. Daarentegen voelen vrouwen zich meer voldaan als ze een antwoord juist hebben (35 procent) dan de mannelijke helft van de bevolking (23 procent). Het delen van feiten en weetjes op een verjaardag blijft onverminderd populair. Wellicht draagt hieraan bij dat mensen met parate kennis alom bewonderd worden (78 procent). Niet alleen wordt het massaal gewaardeerd om leuke, interessante feitjes te horen (90 procent), eenzelfde groep deelt zelf graag de kennis met anderen. Ook educatie is belangrijk, 83 procent vindt het belangrijk kinderen en kleinkinderen te voeden met feiten & weetjes. Een nieuwsgierig karakter is niet gebonden aan leeftijden, alle leeftijdsgroepen tonen eenzelfde mate van nieuwsgierigheid.

Dienend leiderschap vergroot kans op succesvol veranderen in een gemeente.  (index...)
Als leidinggevenden zich tijdens verandertrajecten dienend opstellen en helder communiceren, neemt bij hun medewerkers de bereidheid om te veranderen toe. Dienend leiderschap vergroot de kans op succesvolle veranderingen. Dat blijkt uit een onderzoek in het kader van een afstudeeropdracht door Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Het werd gehouden onder klantcontactcentra van 40 gemeenten. Berenschot en RUG-student Lynn ten Brummelhuis onderzochten de mate van dienend leiderschap bij het klantcontactcentrum (KCC) van gemeenten. Dé herkenbare ingang waar burgers, bedrijven en instellingen terecht kunnen voor vrijwel alle diensten en producten van hun gemeente. Leidinggevenden van het KCC werden beoordeeld op acht wezenlijke eigenschappen van dienend leiderschap. Gemeenten scoorden - uitgedrukt in een schaal van een tot zeven - vrij goed op de volgende eigenschappen: delegeren (5,62), stimuleren (5,53), rentmeesterschap (het algemeen belang voorop stellen, 5,31) en fouten vergeven (5,05). Op het gebied van bescheidenheid (4,88), waardering geven (4,73) en vooral ook authenticiteit (4,28) en lef tonen (4,27) zijn leidinggevenden van het KCC minder sterk ontwikkeld. 
Onderzocht werd eveneens welke eigenschappen een positief effect hebben op de veranderbereidheid van medewerkers. Dat zijn stimuleren, rentmeesterschap, lef tonen en bescheidenheid. Opvallend is overigens dat de onderzochte gemeenten gemiddeld laag scoren op de laatste twee eigenschappen. Een dienend leider is een voorbeeld voor de medewerkers, weet hen mee te nemen in de verandering en zo te komen tot een effectief resultaat. Uit het onderzoek blijkt ook dat er een relatie is tussen de kwaliteit van communicatie en de bereidheid om te veranderen van medewerkers. Overigens blijkt het effect van goede communicatie minder groot te zijn dan dat van dienend leiderschap. Het onderzoek toont tevens aan dat de kwaliteit van communicatie tijdens de ontwikkeling naar het KCC als 'neutraal' wordt beschouwd. Vooral de communicatie tussen projectleiders en medewerkers en de helderheid en hoeveelheid informatie zijn bij gemeenten voor verbetering vatbaar. Net als in voorgaande jaren is bij het onderzoek in beeld gebracht welke stappen gemeenten hebben gezet bij het implementeren van het KCC zoals geformuleerd in 'Gemeente heeft Antwoord'. De publicatie over het antwoordmodel dat in vijf fasen de visie van de commissie Jorritsma uit 2005 realiseert. Het onderzoek laat zien dat gemeenten opnieuw vorderingen hebben gemaakt bij het doorlopen van de vijf fasen. Het percentage gemeenten in fase drie (frontoffice heeft antwoord) steeg van 30 procent naar 40 procent. Gemeenten blijken vooral achter te lopen bij het realiseren van de diensten, producten en kanalen van het KCC. Ook rond systemen en informatie blijft de ontwikkeling van het KCC achter. Juist deze zaken zijn van belang om tot een succesvolle en kwalitatief hoogwaardig KCC implementatie te komen.

Onzekere toekomst verlamt strategievorming bedrijven  (index...)
Nederlandse bedrijven hebben de grootste moeite om de juiste strategische keuzes te maken. Dit komt met name omdat zij geen duidelijk beeld van de toekomst hebben. Mede daardoor houden zij zich vast aan het bekende en kiezen niet voor een nieuwe koers. Dat blijkt uit het Berenschot Strategy Trends Onderzoek 2013 waaraan 331 ondernemers, bestuurders en (top)managers uit het Nederlandse bedrijfsleven deelnamen. Het grootste struikelblok bij het bepalen van de strategie is (net als in 2012) de aanhoudende onzekerheid, 32 procent van de ondervraagden heeft hier last van. Met als gevolg dat in de boardrooms in onvoldoende mate wezenlijke keuzes worden gemaakt (25 procent) en dat bedrijven vasthouden aan het bekende (31 procent). Hendrik Jan Kaal, senior managing consultant bij Berenschot: "Het zoeken naar nieuwe businessmodellen is nu al drie jaar de belangrijkste uitdaging voor bedrijven. De ene keer concentreren zij zich op bijvoorbeeld de interne bedrijfsvoering. De andere keer op het fenomeen klantfocus. Men wisselt dus regelmatig van invalshoek en aanpak. Mede daardoor komen veel bedrijven er niet uit. Dat gaat ze alleen lukken als er radicaler geïnnoveerd wordt. Wat dat betreft is het opmerkelijk dat innovatie dit jaar als prioriteit lager scoort dan in 2012".
Bij het uitvoeren van hun strategie hebben bedrijven ook moeite om de steven te wenden. Het omzetten van de strategische keuze(s) in concrete actie(s) blijkt voor 27 procent van de bedrijven lastig te zijn. En in 38 procent van de gevallen gooit operationele drukte roet in het eten. 
Nederlandse bedrijven krijgen in toenemende mate te maken met prijsconcurrentie. De oplossing wordt niet gezocht in het bieden van de laagste prijs (drie procent), maar juist in betere kwaliteit (45 procent) en service (35 procent). "Bedrijven gebruiken datgene waar zij grip op hebben om zich naar de klant of eindgebruiker toe te onderscheiden. Daarbij gaat het om de zichtbare kwaliteit van het product of de dienstverlening. Maar of dat voldoende is om de 'commodity trap' te vermijden is nog maar de vraag," aldus Roel van Lanen, senior consultant van Berenschot. 
Positief is dat bedrijven klantgerichter worden. Meer bedrijven dan vorig jaar willen zich onderscheiden door een focus op klantsegment(en), het leveren van maatwerk en co-design en co-production. Voor de ondernemingen die buiten Nederland opereren verwacht 70 procent een beter resultaat in 2013. Europa wordt verreweg het meest genoemd als regio om groei te realiseren, naast China, Zuid Amerika en Azië/Australië.

Vermoeide werknemers hebben moeite werk en gezin te combineren  (index...)
Goed werk leveren en ook nog een leuke vader of moeder zijn, wordt steeds moeilijker. Bijna een vijfde van de werknemers in Nederland (achttien procent), zo blijkt uit onderzoek, moet slaap inleveren wegens verplichtingen aan het gezin en de werkgever. Vaak staan mensen dan vroeger op of gaan ze later naar bed. Flexibele werktijden vinden ze dan handiger, omdat die een manier zijn om de reistijd te verkorten en om de productiviteit te verhogen, maar ook om meer tijd te kunnen vrijmaken voor rust of voor het gezin. Dit zijn een paar van de belangrijkste uitkomsten van een wereldwijd onderzoek van Regus op basis van gesprekken met meer dan 24.000 zakenmensen in meer dan 90 landen. Werknemers stellen dat een kortere reistijd (26 procent) en meer flexibiliteit qua locatie (zestien procent) meer tijd zou opleveren om met hun gezin door te brengen en meer rust te nemen. Bedrijven hebben echter ook voordeel bij het introduceren van meer flexibiliteit, omdat dit de productiviteit verhoogt (72 procent) en kan helpen werknemers te behouden (63 procent). Toch worden bij slechts 48 procent van de bedrijven managers beloond als zij werknemers aanmoedigen flexibel te gaan werken. 
• Wereldwijd slaapt 29 procent van de werknemers minder dan gewenst om alle verplichtingen te kunnen nakomen. In Nederland wordt door achttien procent van de werknemers slaap opgeofferd ten behoeve van verplichtingen in de zakelijke en persoonlijke sfeer. Ongeveer vijftien procent van de werknemers heeft het gevoel te moeten ‘overcompenseren’ voor tijd die wordt vrijgemaakt voor persoonlijke aangelegenheden.
• Werknemers geven aan dat ze met een kortere reistijd (26 procent) en een flexibele werkplek (zestien procent) meer tijd aan hun gezin zouden kunnen besteden.
• Bedrijven kunnen ook voordeel halen, flexwerk verhoogt mogelijk de productiviteit (72 procent) en helpt werknemers te behouden (63 procent).
• Toch worden momenteel in slechts 48 procent van de bedrijven managers beloond voor het feit dat ze werknemers aanmoedigen om flexibel te gaan werken

Weggeven maakt gelukkiger dan zelf houden  (index...)
Psychologen en economen van onder meer de Universiteit van British Columbia in Canada concluderen dat in het Journal of Personality and Social Psychology.
Ze legden tussen 2006 en 2008 een enquête voor aan ruim 200.000 mensen in 136 landen. In 120 landen vonden ze een relatie tussen welzijn en doen van giften aan anderen. Dat kwam niet doordat mensen met een hoger inkomen nu eenmaal meer hebben om weg te geven, want bij een gelijk inkomen, blijkt de persoon die meer weggeeft aan anderen gelukkiger dan de persoon die het vooral besteedt aan zichzelf. In eerdere onderzoeken was dit verband alleen aangetoond in Westerse landen. Nu blijkt dat ook in ontwikkelingslanden geven een goed gevoel geeft en dat geldt zelfs voor minderbedeelden. In een vervolgexperiment lieten de onderzoekers Canadezen en Ugandezen terugdenken aan iets dat ze in het verleden kochten voor een ander of voor zichzelf. Van de gedachte aan de gift werden ze blijer dan van de gedachte aan de zelfverwennerij. Tenslotte toonden ze in een experiment met deelnemers in India aan dat het kopen van een cadeautje voor een ander gelukkiger maakt dan het kopen van een cadeautje voor hen zelf. Dit effect ging alleen op als de deelnemers zelf mochten kiezen voor wie het cadeautje was. Besloten de onderzoekers voor hen, dan kregen de deelnemers geen warm gevoel van hun gift. Het maakte voor het gevoel van geluk van de gever niet uit of het kadootje naar een bekende van de gever ging of niet. We geven dus niet alleen zolang we iets terug verwachten. Uit een andere studie (van dezelfde onderzoekers), bleek dat geven vooral gelukkig maakt wanneer de gever het idee heeft dat zijn gift goed terecht komt. Volgens de onderzoekers is het geversgeluk van jongs af aan ingebakken in ons brein, omdat het voor de soort uiteindelijk voordelig is. De conclusies van deze twee studies sluiten aan bij het recente debat in Nederland rondom ontwikkelingshulp. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking via de overheid loopt terug, maar tegelijkertijd blijken mensen wel degelijk bereid goede doelen te steunen, zolang ze er zelf een goed gevoel van krijgen.

(c) 8 April 2020 Vos Interim