x

Nieuwsbrief mei 2013


Geachte mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM. Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Gemiddelde cijfer bij afstuderen voorspelt salaris  (index...)
Het gemiddelde cijfer van afgestudeerden in de bedrijfswetenschappen blijkt een goede voorspeller van het maandsalaris 1,5 jaar na het afstuderen. Studenten die denken dat ‘het papiertje’ op zich voldoende is, maken dus een denkfout. Dat blijkt uit het promotieonderzoek ‘Understanding the gap between business schools and the workplace’ van Monique Bijker. In haar onderzoeksproject analyseerde Bijker de voorbereiding van studenten in de bedrijfskunde in relatie tot de eisen van de arbeidsmarkt. Het aansluitingsprobleem werd benaderd vanuit het perspectief van werkgevers, alumni en van bedrijfskundestudenten in de laatste fase van hun master, net voor hun afstuderen. De onderzoeker keek onder andere naar het salaris dat afgestudeerden na 1,5 verdienden. Hogere cijfers op de eindlijst bleken een goede voorspeller van het latere maandsalaris, namelijk hoe hoger het cijfer op de eindlijst, hoe hoger het salaris na 1,5 jaar. Binnen het onderzoek is er ook gekeken naar het vermogen van studenten en afgestudeerden om realistische problemen op te lossen. Uit deze analyse bleek dat een hoger gemiddeld cijfer geen afspiegeling is van het vermogen om realistische problemen op te lossen. Afgestudeerden bedrijfskunde rapporteerden zelf ook een gebrek aan aansluiting tussen de competenties, die ze in de opleidingen hebben verworven en de competenties die werkgevers van hen verwachten. Ze signaleerden dat ze onvoldoende scoorden op kennis van bedrijfskunde, het leren van nieuwe dingen, logisch redeneren en productief samenwerken. Onderzoeker Bijker keek ook naar de verschillen tussen mannen en vrouwen bij afgestudeerde bedrijfskundigen. Haar onderzoek bevestigde het gegeven dat net afgestudeerde vrouwen minder kans hebben op een baan op hun eigen opleidingsniveau dan mannen. Verder bleek dat mannen van begin af aan een hoger salaris krijgen dan vrouwen en dat mannen vaker geselecteerd worden voor follow-up trainingen.

Klant centraal toptrend in 2013  (index...)
Bijna 50 procent van de marketeers noemt het centraal stellen van de klant de belangrijkste opgave in 2013. Samen met 'social media' en 'authenticiteit' is 'klant centraal' het onderwerp waar de meeste marketeers zich op zullen richten. Hoewel het beeld per sectorenorm verschilt, zullen alle marketeers een spade dieper moeten gaan om de klant echt te verleiden. Dat blijkt uit het tiende Marketingtrendonderzoek van Berenschot waaraan meer dan 350 marketeers deelnamen. Ten opzichte van 2012 wisselden 'Klant centraal' - nu op plaats één - en 'Social Media' - nu op twee - van plek. Net als in 2012 staat authenticiteit op nummer drie. 'Innovatie en idee generatie' is gestegen naar plek vier. 'Storytelling' komt met stip nieuw binnen op vijf. In de top tien staan verder naast 'mobile marketing', 'samenwerking' en 'MVO' nog twee nieuwe onderwerpen zoals 'conversie' en 'transparantie'.
"In een krimpende markt met toenemende concurrentie willen klanten steeds meer voor minder geld. Door een hechtere relatie met hun klanten te bewerkstelligen, proberen marketeers switchgedrag te voorkomen," verklaart Onno Ponfoort van Berenschot.
Het beeld per sector in de tien jaar dat dit onderzoek wordt uitgevoerd, is nooit zo divers geweest. Marketeers in de retail en food zeggen op andere onderwerpen te gaan focussen dan hun vakgenoten in de zakelijke dienstverlening. Marketeers in de industrie hebben weer een ander beeld. Het verschil tussen marketeers werkzaam op directie-, management- of uitvoerend niveau is daarentegen gering. De sector bepaalt dus echt de focus.

ZZP’er speelt steeds grotere rol als aanjager van vernieuwing  (index...)
De rol van de interne flexibele schil als kostenbesparend middel raakt uitgespeeld. De behoefte van bedrijven richt zich minder op het inhuren van extra capaciteit en verschuift naar toegang tot kennis. Ook is de behoefte aan nieuwe bedrijfsmodellen groot. ZZP’ers worden hierbij steeds vaker ingezet als ‘change agent’. Om deze rol maximaal te benutten, moeten zij wel meer investeren in ondernemerschap. Dat concludeert ABN AMRO in haar rapport ‘De toekomst aan de ZZP’er’. Organisaties worden door de crisis gedwongen opnieuw na te denken over de rol van flexibiliteit. De interne flexibele schil maakt sinds 2012 een sterke groei door. 
Binnen de interne flexibele schil zetten bedrijven ZZP’ers met name in als een instrument voor verandering. Specialisten die op projectbasis bij steeds verschillende bedrijven kennis opdoen, zijn het beste in staat om deze kwalitatieve en resultaatgerichte meerwaarde te bieden. Hoewel de ZZP’er zichzelf beschouwt als een veranderaar van de organisatie, zijn deze hoogopgeleide zelfstandigen geen echte ondernemers. Zo zegt ruim een derde op te zien tegen acquisitie, terwijl dit de kern van hun ondernemerschap raakt. Tegelijkertijd willen zij het gevoel van volledige autonomie behouden, want zelfstandigheid is de belangrijkste drijfveer om als ZZP’er aan de slag te gaan. Dit biedt ruimte voor het Impresario Model, waarbij ZZP’ers naar het voorbeeld van (top)artiesten door een professional worden begeleid bij hun ontwikkeling en het werven van opdrachten.
De netwerkorganisatie - horizontale organisaties die snel kunnen opschalen met externe specialisten en krimpen als sprake is van vraaguitval - kan uitkomst bieden. "Een ZZP’er hoeft niet volledig ontzorgd te worden, maar we kunnen het proces wel zo soepel mogelijk maken. Zo kan de ZZP’er in een online portal zijn weg vinden naar opdrachten, opleidingen en coaching. Zodat hij de regie naar zich kan toetrekken en zijn ondernemerschap versterken.

Middle manager ervaart meeste werkdruk in crisistijd  (index...)
Van de Nederlandse kantoormedewerkers vindt 29 procent van de middle managers dat hij teveel werk op zijn bord heeft en onvoldoende tijd heeft om zijn taken goed uit te voeren. Ook junior managers (25 procent) en CEO’s (achttien procent) ervaren een hoge werkdruk, maar in geen enkele functie is de werkdruk zo hoog als onder middle managers. Ook geeft een derde van het middenkader aan dat hoge werkdruk een hindernis is om het werk zo goed mogelijk uit te voeren. Dit blijkt uit onderzoek van Mindjet onder meer dan 1.000 Nederlandse kantoormedewerkers met verschillende functies. Ondanks de hoge werkdruk vinden middle managers hun werk niet minder leuk. Ze zijn ook niet op zoek naar een andere baan. Slechts zes procent van het middenkader kijkt uit naar een nieuwe werkplek, terwijl 25 procent van de senior managers wel op zoek is naar een andere baan. In vergelijking met andere functies binnen een bedrijf, zoals de junior manager met 61 procent en de senior manager met 63 procent, denkt de middle manager het meest na over zijn rol in het succes van het bedrijf (70 procent).
Uit eerder onderzoek van Mindjet bleek al dat Nederlandse kantoormedewerkers te veel werk, gebrek aan de juiste middelen en inefficiënte communicatie als grootste obstakels zagen voor het uitvoeren van hun taken. Middle managers zijn zich ervan bewust dat de obstakels die zij ervaren, de prestaties van hun team beïnvloeden. Ze zijn ook bereid hun werkwijze te veranderen om deze hindernissen uit de weg te gaan. Uit het onderzoek blijkt dat bijna 60 procent van de middle managers het voordeel ziet van een verandering en ook bereid is deze verandering in werkwijze aan te gaan.

Wantrouwen in goede bedoelingen bedrijfsleven groeit  (index...)
Nederlanders zetten vraagtekens bij de oprechtheid van maatschappelijke initiatieven door bedrijven, zo blijkt uit de Maatschappelijk Imago Monitor, een initiatief van Hope & Glory.
Het wantrouwen groeide in een jaar tijd van 34 procent naar 41 procent. Nederlanders vinden dat organisaties onvoldoende aandacht besteden aan een eerlijke verdeling van de welvaart. Met name het vertrouwen in grote bedrijven neemt af. Als gevolg hiervan geven Nederlanders het maatschappelijke imago van de top 30 grootste concerns een rapportcijfer van 5,3. Vijftien procent van de Nederlanders is wel overtuigd van de goede intenties van bedrijven. Onderzoeksbureau Motivaction, die de Maatschappelijk Imago Monitor (MIM) uitvoerde, vroeg ruim 3.100 Nederlanders tussen achttien en 70 jaar naar het belang dat zij hechten aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bas Van Haastrecht, strategy director bij Hope & Glory, spreekt van een zichtbare verschuiving: "We zien dat Nederlanders steeds kritischer kijken naar de goede bedoelingen van organisaties. Volgens 72 procent van de Nederlanders houden bedrijven zich vooral met maatschappelijke kwesties bezig om het imago op te poetsen. Bijna de helft denkt zelfs ook dat bedrijven maatschappelijke initiatieven als marketingstunt inzetten om meer producten te verkopen."
Maatschappelijke initiatieven kunnen een positieve invloed op de corporate reputatie hebben, mits de campagne aanspreekt en goed past bij het imago en de expertise van het bedrijf. Het initiatief van H&M om oude kleding in te zamelen, roept veel goede reacties op. "Blijkbaar herkent de consument het probleem van overtollige kleding. De consument vindt recyclen rondom textiel goed passen bij de modeketen”, aldus Van Haastrecht. Uit het onderzoek blijkt eveneens dat het initiatief van Heineken rondom verantwoord drinkgedrag een negatief effect heeft op het imago. “Enerzijds wordt er gestimuleerd om bier te kopen en anderzijds wordt het afgeraden. Deze dubbelzinnigheid leidt tot een negatieve waardering." 
Bedrijven die een succesvol maatschappelijk initiatief willen starten moeten op het volgende letten:
1. Blijf bij de kernwaarden van uw merk en kies een onderwerp dat logischerwijs bij het merk past;
2. Draag bij aan het oplossen van een herkenbaar maatschappelijk probleem;
3. Laat zien wat het doel is van een maatschappelijk initiatief.
Het maatschappelijk imago van FrieslandCampina wordt als beste gewaardeerd door Nederland. De zuivelproducent wordt op de voet gevolgd door Menzis, Rabobank, Philips en Eneco. De grote verliezer dit jaar is SNS Reaal dat van de achttiende naar de 30e positie duikelde met een 3,8 als rapportcijfer.

Stress geeft reden tot problemen met stoelgang  (index...)
Stress is de grote boosdoener bij mensen die moeilijkheden hebben met de stoelgang. Meer dan de helft van de Nederlanders heeft last van maag-, darm- en ontlastingproblemen, zo bleek uit onderzoek van Bional Medical onder ruim 600 Nederlanders. Zij hielden gedurende twee weken dagelijks een 'ontlasting dagboek' bij. Meer dan driekwart had problemen met de maag, darmen of stoelgang. Winderigheid, last van brandend maagzuur, zure oprispingen, verstoppingen, onrustige darmen, buikpijn of kramp werden allemaal genoemd. 35% had een onregelmatige stoelgang en kon drie dagen of meer achter elkaar niet naar het toilet voor een grote boodschap. Ruim 70% ervaart dit als een probleem. Bijna een kwart had er de hele dag last van. Het eten van bepaalde voeding kan zorgen voor rommelende darmen, winderigheid, misselijkheid of zure oprispingen. Vet eten en frituur zijn grote boosdoeners. Ook wit brood, witte pasta, gekruid of pittig eten, uien, bruine bonen en paprika staan op het lijstje dat vermeden kan worden om problemen te voorkomen. Het merendeel van de respondenten gaat het liefst thuis naar het toilet. Op het werk, bij vrienden of in het openbaar het toilet bezoeken om te poepen wordt als onprettig ervaren.

Jongeren hebben vaker last van een burn-out  (index...)
Jongeren hebben vaker dan vroeger last van burn-out. Voorheen waren werknemers tot 35 jaar het meest vitaal, maar nu moeten ze collega's van 35 tot 44 jaar voor laten gaan. De oorzaak van het hogere burn-out risico moet vooral buiten het werk gezocht worden. Vermoeidheid a.g.v. Arbeid is niet erg, maar dan moet wel de tijd genomen worden om tussendoor te herstellen. Wie dat niet doet, raakt psychisch vermoeid. Psychisch vermoeide mensen zijn onder meer vatbaarder voor infectieziekten, minder creatief, vaker betrokken bij ongelukken en hebben een grotere kans op burn-out. Onderzoeksbureau SKB meet de mate van psychische vermoeidheid in de werkbelevingsonderzoeken. Inmiddels zitten antwoorden van ruim 1 miljoen mensen in een landelijke database. Uit de cijfers blijkt dat het percentage vermoeide werknemers van 35 jaar en ouder in het tijdsbestek 2000-2010 met 4 tot 5% is gedaald.
Van de jongste leeftijdsgroep is het aandeel psychisch vermoeide werknemers gelijk gebleven en inmiddels bevat deze groep procentueel meer psychisch vermoeide werknemers dan de leeftijdsgroep daarboven. In het werk zijn er geen factoren die het hogere percentage psychisch vermoeiden kunnen verklaren. De jongere werknemers vinden het werk doorgaans minder zwaar dan hun oudere collega's.

Angst belangrijk obstakel bij vragen en geven van feedback  (index...)
Professionals zijn bang voor negatieve feedback en wijzen dit aan als hoge drempel om feedback te vragen. Ook bij de gever van feedback speelt angst een rol. Zij geven aan bang te zijn voor de reactie van de ontvanger op negatieve feedback. Bij feedback speelt angst dus voor zowel de gever als de ontvanger een grote rol. Dit blijkt uit een analyse van feedback aan ruim 1.000 professionals van Feedback4Professionals. Een ander obstakel dat veel genoemd wordt door professionals is dat de manier waarop ze het beste feedback kunnen geven en vragen vaak onbekend terrein is. Ze weten niet hoe ze dit het best kunnen doen. Daarnaast vormt tijdgebrek bij gever en ontvanger een barrière. Hierdoor schiet het geven en vragen van feedback er al snel bij in.
Naast de gemeenschappelijke obstakels van het geven en vragen van feedback zijn er ook obstakels, die alleen bij één van beide opspelen. Ingezoomd op het vragen van feedback ervaren de initiatiefnemers het als ongemakkelijk dat zij ook vragen naar complimenten, de zogenaamde tops. In de praktijk wordt het vragen van feedback dan ook vaak uitgesteld. Bij de gevers van feedback ontstaat hierdoor ook een obstakel. Zij geven aan dat ze geregeld de actualiteit missen van het gedrag wat beoordeeld moet worden. Veel gevers van feedback besluiten hierdoor de feedback niet meer te geven.
"Feedback is een goed middel om uzelf, maar ook een ander beter te maken. Door goed op uw netvlies te hebben waar u goed in bent en waar u minder goed in bent, bent u beter in staat om deze punten te benutten of te verbeteren. Feedback is een essentieel onderdeel voor een steile leercurve en daarom moeten die drempels wat mij betreft zoveel mogelijk omlaag. Door een setting te creëren waar weinig tijd nodig is om feedback te vragen en geven, kunnen veel van bovenstaande obstakels al weggenomen worden. Daarnaast is het van belang dat feedback specifiek is voor de vrager van de feedback. Tenslotte hangt het rendement van de feedback, en dus van de leercurve, af van hoe gepersonaliseerd u de feedbackgebieden hebt opgezet," aldus Eric van Paridon, co-founder van Feedback4Professionals.

Ontevredenheid werk-privé balans stijgt  (index...)
Wereldwijd stijgt de ontevredenheid onder werknemers, doordat het werk moet worden gedaan door steeds minder werknemers. Ruim de helft (52 procent) van het personeel geeft aan dat er onvoldoende capaciteit aanwezig is om het werk te verzetten. Meer dan een kwart van het personeel (27 procent) overweegt om binnen twee jaar het bedrijf te verlaten omdat zij van hun werkgever geen werk-privé balans ondersteuning krijgen. Dat blijkt uit de jaarlijkse wereldwijde analyse van Hay Group onder meer dan vijf miljoen werknemers, werkzaam bij ruim 400 organisaties.
39 procent van de werknemers wereldwijd zegt geen goede werk-privé balans te hebben. Dit is een stijging van zeven procentpunt ten opzichte van vorig jaar. In Nederland ligt dit percentage lager namelijk 29 procent van de werknemers vindt de werk-privé balans niet in verhouding. Director Insight voor Hay Group Benelux geeft aan dat niet alleen de werkdruk lijkt te zijn toegenomen, ook de ondersteuning die bedrijven bieden om de balans te verbeteren, blijft achterwege. Dit mondt uiteindelijk uit in grotere ontevredenheid en kan tot lagere productiviteit leiden.
Nederlandse werkgevers hebben minder begrip voor de verhouding tussen werk en privé van hun medewerkers. In 2012 had 47 procent van de werknemers het gevoel dat de werk-privé balans van belang is voor de werkgever. In 2011 was dit nog 57 procent. Nederland loopt hierin achter op de rest van de wereld: in 56 procent van de gevallen hebben werknemers wereldwijd het gevoel dat werkgevers de balans tussen werk en privé respecteren. "Bedrijven die flexibel zijn en ook nu rekening blijven houden met de balans, scoren beter op het vinden van talent,"’ aldus de woordvoerder van de Hay Group Benelux.

Helft managers checkt mail- en surfgedrag werknemer  (index...)
Werknemers worden door hun werkgever meer in de gaten gehouden dan ze denken. Vooral het mail- en surfgedrag wordt gecontroleerd. Van de ondervraagde topmanagers onderwerpt 45 procent de mailbox van zijn werknemers wel eens aan een onderzoek, negen procent doet dit zelfs op geregelde of systematische basis. Dit blijkt uit onderzoek van Intermediair onder 335 respondenten uit het topmanagement en management in ICT en HR. Opvallend is dat 42 procent van de ondervraagde topmanagers aangeeft, dat hun werknemers er niet van op de hoogte zijn dat het mailgedrag wordt gecontroleerd. Werkgevers controleren hun werknemers met een reden, zo blijkt uit het onderzoek. De drie belangrijkste redenen zijn:
het verhogen van productiviteit;
het beschermen van bedrijfsgegevens;
het voorkomen van diefstal.

Van de topmanagers geeft 31 procent aan dat controle van werknemers één of meerdere malen heeft geleid tot ontslag. Bij 41 procent van de ondervraagde topmanagers heeft controle geleid tot sancties. Het geven van een negatieve evaluatie is de meest genoemde sanctie (24 procent). Opvallend is dat werknemers zich niet al te druk maken over hun privacy. Op de vraag of werknemers wel eens vragen hebben gesteld over het privacybeleid antwoordt 62 procent van de topmanagers dat dit nooit is gebeurd.
Een aantal opvallende facts & figures uit het onderzoek:
• 41 procent van de ondervraagde topmanagers screent computers van werknemers wel eens met controlesoftware;
• Twaalf procent van de ondervraagde topmanagers neemt wel eens contact op met de huisarts voor medische informatie;
• Ruim een kwart van de ondervraagde topmanagers kijkt wel eens juridische dossiers in van medewerkers;
• 18 procent van de ondervraagde topmanagers zet wel eens een detective in, om medewerkers te volgen;
• Van de ondervraagde topmanagers heeft 28 procent camera’s op de werkvloer hangen. Werknemers zijn hier over het algemeen van op de hoogte.

Teamspeler kan beter neuroot dan extravert zijn  (index...)
Hoewel extraverte mensen het goed doen bij sollicitatiegesprekken en zelfvertrouwen uitstralen, zijn zij niet erg geschikt om ingezet te worden als teamspeler. Dat blijkt uit het rapport 'The downfall of extroverts and the rise of neurotics' van Corinne Bendersky onderzoeker aan het Anderson School van de UCLA. Het is counter-intuïtief, geeft de onderzoeker zelf toe, maar als gekozen moet worden tussen mensen met gelijke opleiding en ervaring waarvan de ene rustig is en nerveus overkomt en vooral de interviewer aan het woord laat en de andere praatlustig en charmant is en overloopt van zelfvertrouwen, is het aan te raden te kiezen voor de eerste kandidaat. Hoewel de extraverte kandidaat aanvankelijk prima lijkt te passen in een team, werkt degene die de eigenschappen van een 'neuroot' heeft, op de langere termijn beter samen. De extravert is verreweg het populairst, maar na een periode van intensief samenwerken blijkt de neuroot beter te luisteren, beter met collega's om te gaan en een effectiever teamlid te zijn.

Sekse speelt rol in psychische stoornis  (index...)
Sekseverschillen spelen een belangrijke rol in de manifestatie van psychische stoornissen zoals depressie. Zo blijkt dat depressieve vrouwen somber en apathisch zijn, terwijl mannen hun depressie uiten in onrust en boosheid. Volgens een hoogleraar neurobiologie van psychiatrische stoornissen aan de Rijksuniversiteit Groningen is het de hoogste tijd dat er bij de diagnose en behandeling van psychische aandoeningen rekening gehouden wordt met het sekseverschil. Hoogleraar de heer Ter Horst stelt dat hier jarenlang een taboe op rustte omdat het zou suggereren dat manen en vrouwen verschillen. Bij bipolaire stoornissen bijvoorbeeld zinken vrouwen weg in diepere depressies en wisselen zij vaker dan mannen tussen depressie en manie. Bij schizofrenie zijn vrouwen in de regel bang en somber terwijl mannen juist apathisch zijn en sociaal niet goed meer functioneren. Bij post- traumatische stress stoornis ten slotte tonen vrouwen weinig emotie waar mannen juist prikkelbaar en impulsief gedrag vertonen.

(c) 23 februari 2020 Vos Interim