x

Nieuwsbrief augustus 2013


Geachte mevrouw/ heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM. Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Vakantieperiode voor meeste werknemers geen pretje  (index...)
De meerderheid (62 procent) van de Nederlandse werknemers gaat niet met een gerust gevoel op vakantie. Hiervan weet een kwart zeker dat het werk blijft liggen tijdens hun vakantie en 37 procent probeert de zorgen hierover van zich af te zetten. Zij vinden het een kwestie van loslaten. Het aantal medewerkers dat opziet tegen de vakantieperiode is gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. In 2012 lag dit percentage nog op 52 procent en in 2011 op 33 procent. Dit blijkt uit online onderzoek van Unique dat jaarlijks in kaart brengt hoe de Nederlandse werknemer de zomerperiode tegemoet ziet. 590 respondenten gaven dit jaar antwoord op de vraag: ‘Gaat u met een gerust gevoel op vakantie?’
Ondanks dat de meerderheid van de Nederlandse werknemers niet onbezorgd op vakantie gaat, ziet 38 procent de vakantieperiode wel zonnig tegemoet. Dit komt doordat er vakantiekrachten worden ingehuurd (zes procent) en doordat het werk onderling goed verdeeld wordt (32 procent). Het aantal medewerkers dat vindt dat het werk onderling goed verdeeld wordt, is wel flink afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Vorig jaar zei 44 procent nog onbezorgd op vakantie te gaan doordat het werk goed verdeeld werd. De algemeen directeur van Unique: "Dat er nu minder mensen met een gerust hart op vakantie gaan, kan samenhangen met de stagnatie in het aanbod van vakantiebanen. Recent onderzoek van FNV Jong toont aan dat 59 procent van de jongeren geen vakantiewerk kan vinden. Juist zij kunnen de vakantiepiek opvangen. Ook een strakke interne planning kan bijdragen om de zomerperiode te overbruggen. Na een jaar hard werken zou iedereen moeten kunnen genieten van een welverdiende vakantie."

Persoonlijkheid bepaalt motivatie  (index...)
Heeft u wel eens het gevoel dat een collega van u simpelweg de verkeerde baan heeft en dat niets wat u of een ander zegt of doet zijn prestaties verbetert? Volgens onderzoek van de Universiteit van Iowa kan dat kloppen. De oorzaak is namelijk vaak dat de persoonlijkheid van een werknemer niet past bij de functie-eisen. Hij of zij zal dan ook nooit gemotiveerd raken door externe factoren. Hoe lekker de wortel of hoe hard de stok ook is. Aanmoediging, coaching, complimenten, chantage of bedreigingen maken weinig verschil voor iemand die nu eenmaal een vierkant is en nooit in een rond gat zal passen. Deze onderzoeksresultaten maken korte metten met het bestaande gezichtspunt dat motivatie vooral versterkt wordt door externe factoren. In plaats daarvan stellen de onderzoekers dat individuele motivatie voortkomt uit het nastreven van hogere doelen die op hun beurt weer voortkomen uit iemands persoonlijkheid. Hoe kunnen organisaties met deze wetenschap in het achterhoofd zorgen dat ze de juiste persoon op de juiste plek krijgen?
De theorie van de onderzoekers uit Iowa over wat mensen drijft is afgeleid van het Five Factor Model dat met behulp van vijf aspecten de persoonlijkheid beschrijft: extrovert/introvert, altruïsme, nauwkeurigheid, emotionele stabiliteit en openstaan voor nieuwe ervaringen.  Gedragswetenschappers gebruiken het FFM al lang om te kijken hoe mensen presteren op het werk en omgaan met anderen. De onderzoekers uit Iowa gaan verder en koppelen deze persoonlijkheidstypes aan de werkomgeving en het soort werk. Zij stellen dat iemands persoonlijkheid de basis is van de hogere doelen die iemand nastreeft, namelijk status, autonomie, succes of verbinding met anderen. Als het werk in lijn ligt met die doelen dan is iemand automatisch productief. Als iemand iets doet dat in overeenstemming is met zijn persoonlijkheid zal hij meer aandacht, emotionele betrokkenheid en energie wijden aan zijn taken. Zo niet, dan kan het iemand allemaal weinig schelen en zal hij of zij de kantjes eraf lopen. De motivatie is er dan simpelweg niet!
Voorbeeld als een werknemer een ambitieuze extravert is die met name status nastreeft, zal hij moeilijk te motiveren zijn in een saaie baan met weinig uitzicht op promotie. Iemand daarentegen die verlegen en teruggetrokken is met als belangrijkste doel autonomie, zal niet beter gaan presteren door het vooruitzicht op promotie tot manager, aangezien leidinggeven het laatste is wat deze persoon wil.
U moet dus allereerst weten welke doelen het allerbelangrijkst zijn voor uw mensen en die doelen vervolgens koppelen aan hun werkzaamheden. Zo betekent het werk echt iets voor hen en zullen zij optimaal gemotiveerd zijn.

Nederland stuitert van de cafeïne op kantoor  (index...)
28 procent van de werknemers geeft aan dat ze vijf koppen koffie of meer drinken op een werkdag. Dat blijkt uit onderzoek van Jobbird.com. 27 procent drinkt drie tot vier koppen koffie, 21 procent drinkt één of twee koppen koffie op kantoor en 24 procent drinkt geen koffie.
De vraag is of deze cafeïne boost op de werkvloer wel zijn vruchten afwerpt. Cafeïne in de middag is bijvoorbeeld niet zo gezond. Het is gezonder om in de middag bijvoorbeeld thee te drinken. Cafeïne is een stof die niet zomaar uit het lichaam verdwijnt. Daarom wordt mensen die slaapproblemen hebben geen cafeïne meer in de middag of in de avond te gebruiken.

Gênante Facebook pagina's maken sollicitanten juist aantrekkelijk  (index...)
Managers die potentiële nieuwe werknemers screenen op hun social mediagebruik, blijken vaak te kiezen voor degenen die op Facebook 'onwenselijk gedrag' vertonen. Hoewel veel werkgevers zaken als overmatig alcoholgebruik en vloeken als rode vlag zien, zijn er steeds meer die zo'n kandidaat juist willen hebben. Wetenschappelijk onderzoek van North Carolina University evalueerde studenten op vijf eigenschappen namelijk open staan voor nieuwe ervaringen, nauwgezetheid, extravert, prettig in de omgang zijn en emotionele stabiliteit. De studenten werd gevraagd zelf bepaalde soorten gedrag die zij op Facebook vertoonden, te melden. Het ging daarbij om zaken als vloeken, drank- of drugsmisbruik en kwaadspreken over anderen. Uit de resultaten blijkt dat sollicitanten die melden vaak te feesten en drinken, als extravert gezien worden, een vaak aantrekkelijke eigenschap voor nieuwe werknemers. Wel moeten managers oppassen Facebook-gedrag niet als natuurlijk gedrag te zien. Mensen gebruiken Facebook vooral om indruk op peers te maken.

Nederlander lijdt aan irrationele angst voor nieuwe projecten  (index...)
Meer dan de helft (60 procent) van zakelijke projecten in de IT branche worden door het management afgewezen met angst als belangrijkste reden. Dat is de conclusie van een onderzoek in opdracht van Mozy. Nederland scoort met de 60 procent hoog ten opzichte van andere Europese landen als het gaat om irrationele angsten die de goedkeuring van nieuwe projecten belemmeren. Alleen Ierland scoort nog hoger met 82 procent. Duitsland is met 24 procent het meest veranderingsgezind. Daarnaast vindt 56 procent van de Nederlandse IT-beslissers dat het management nieuwe technologische implementaties het meest vreest. 68 procent verklaarde zelfs dat hun bedrijf het invoeren van nieuwe technologie als een risico ziet. Regels die door IT-afdelingen zijn opgesteld belemmeren tevens de innovatieve slagkracht van bedrijven. 45 procent van de respondenten geeft aan dat ze niet in staat zijn nieuwe projecten te initiëren als gevolg van de beperkingen die hen vanuit de IT-afdeling worden opgelegd. Deze beperkingen zorgen ervoor dat 24 procent van de ideeën om de organisatie te verbeteren zoveel vertraging oploopt dat resultaat uitblijft. Uit de Nederlandse resultaten blijkt wel dat bij een verwachte ROI van 197 procent een project wel doorgang vindt, ondanks de mogelijke risico's.
De invloed van buzzwords bij de adoptie van technologie is opmerkelijk. Twee jaar geleden was ‘cloud’ het één na slechtste ‘buzzword’ om te gebruiken bij een budgetaanvraag. 31 procent van de IT-managers geeft aan dat het management een ‘cloud-voorstel’ afwees. Inmiddels zegt 42 procent dat een ‘cloud-project’ juist bijdraagt om de financiering te krijgen. ‘Gamification’ kun je beter helemaal vermijden, dat is het slechtste woord om te gebruiken bij een financieringsaanvraag. ‘Collaboration’, ‘on demand’ en ‘virtualisatie’ zijn de beste woorden om te gebruiken om een project goedgekeurd te krijgen.
"Als bedrijven in deze moeilijke economische omstandigheden willen slagen, moeten managers innovatie stimuleren en niet belemmeren. Gezonde scepsis over mogelijke risico’s bij nieuwe activiteiten en de neiging geen fouten te willen maken is prima, maar als angst de overhand krijgt bij acceptatie van nieuwe projecten, ondanks de bewezen goede resultaten bij andere organisaties, dan is dat wel een probleem. 79 procent van de werknemers neemt hun eigen irrationele angsten al mee naar het werk. Het moet juist de rol van managers zijn om vernieuwing te stimuleren en te omarmen en niet om medewerkers verder te verstikken met hun eigen angsten en misvattingen," zegt de Senior Director Product Management bij Mozy.
Highlights:
• 24 procent zegt dat de raad van bestuur / management zeer sceptisch is over de cloud. Slechts zestien procent heeft helemaal geen scepsis;
• 34 procent verklaart dat hun organisatie wacht met innoveren tot andere bedrijven het hebben geïmplementeerd;
• Bezorgdheid over security zorgt volgens Nederlandse IT-managers voor 29 procent van de gevallen bij het bestuur of management voor scepsis over de cloud. Nederland scoort daarmee het laagst ten opzichte van andere Europese landen. Duitsland scoort het hoogst met 43 procent, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk met 37 procent.

Werklozen voelen zich eenzaam  (index...)
Mensen zonder werk hebben minder sociale contacten en missen collega’s. Dat blijkt uit een recent onderzoek van BNP Paribas Cardif naar de gevolgen van werkloosheid. Bijna 40 procent van de 313 ondervraagden geeft aan dat zij minder sociale contacten heeft sinds zij werkloos thuis zit, 31 procent voelt een gemis van collega’s. De werkloosheid heeft daarnaast invloed op het zelfbeeld van mensen.
Werkloosheid heeft een aantal negatieve effecten op het persoonlijke leven. De respondenten konden aangeven wat zij het meest vervelende gevolg vinden van werkloosheid. De top vijf van meest vervelende gevolgen:
1. De financiële consequenties (76 procent)
2. Onzekerheid over hoe lang de werkloosheid duurt (50 procent)
3. Gebrek aan sociale contacten (39 procent)
4. Gemis van collega’s (31 procent)
5. Verveling (30 procent)
Andere negatieve bijkomstigheden zijn het verplicht solliciteren, schaamte, gebrek aan zelfontwikkeling, gebrek aan structuur en onzekerheid.
Het verliezen van een baan heeft veel invloed op de eigenwaarde. Van de werklozen voelt 28 procent zich onzeker over zichzelf. Dat geldt vaker voor vrouwen dan voor mannen. Eenderde van de vrouwen voelt zich onzeker ten opzichte van 23 procent van de mannen. Van de ouderen (50 jaar en ouder) is 21 procent onzeker over zichzelf, terwijl 36 procent van de jongeren (achttien tot 30 jaar) dat aangeeft. Uit het onderzoek komt naar voren dat de onzekerheid zich vooral uit in het feit dat men zich minder waard voelt. Van de onzekere werklozen geeft 68 procent aan dit gevoel te ervaren. Anderen voelen dat ze geen toegevoegde waarde hebben, voelen zich afgeschreven of hebben het gevoel dat ze er alleen voor staan. Eén op de tien zonder baan is in gesprek met een hulpverlener om wat aan dit gevoel te veranderen.
Het meest vervelende gevolg van werkloos zijn, is volgens het onderzoek het financiële aspect. Van de groep baalt 64 procent dat zij minder te besteden hebben. De financiële gevolgen uiten zich in een lager of geen budget voor vakanties of uitjes (63 procent). Van de groep moet ongeveer de helft het spaargeld aanspreken om te kunnen leven. Eenzelfde aantal mensen heeft geen geld om nieuwe kleren te kopen. Dat wordt door vrouwen vaker als een probleem ervaren dan door mannen. Een derde van de werklozen die financiële gevolgen ervaart, kampt met betalingsachterstanden.
Het onderzoek is door BNP Paribas Cardif opgezet om na te gaan wat mensen ervaren wanneer zij werkloos zijn geworden door de economische crisis. Tweederde van de ondervraagde werklozen zit langer dan een jaar zonder werk, waarvan het grootste deel (42 procent) al langer dan twee jaar thuis zit. Het merendeel van de werklozen is somber over de huidige kansen op de arbeidsmarkt, want meer dan de helft schat de kans om binnen een jaar aan het werk te zijn op nul tot 25 procent.

40 procent werknemers ervaart grote afstand tot baas  (index...)
40  procent van de Nederlandse werknemers ervaart een grote afstand tussen hun baas en het personeel. Ruim een kwart (26 procent) van de werknemers voelt zich door zijn leidinggevende behandeld als mindere en veertien procent geeft aan de baas niet tot nauwelijks te zien op de werkvloer. Dit blijkt uit onderzoek van NationaleVacaturebank.nl onder bijna 1.500 respondenten over de verhouding tussen bazen en hun personeel.
39 procent zegt dat de werkgever de medewerkers slechts werkgerelateerd kent, niet persoonlijk. Zestien procent van de werknemers geeft aan dat de baas zijn medewerkers goed kent. Joop Uitendaal van NationaleVacaturebank: "Het verschilt natuurlijk per organisatie hoe goed een manager zijn medewerkers kent. In een zakelijke omgeving is het wellicht juist prettig om afstand te bewaren tussen werk en privé. Ondertussen zie je nu de trend van jonge bedrijven met een hele open sfeer, waarin bazen en werknemers bijna als vrienden samen werken." 
Van de respondenten zegt 22 procent dat zij hun baas beschouwen als elke andere collega. Ruim een kwart (27 procent) spreekt de baas aan met ‘u’, één op de tien werknemers spreekt de werkgever aan met meneer of mevrouw. De andere 71 procent tutoyeert de baas gewoon. "Hoewel de Nederlandse bedrijfscultuur internationaal bekend staat als weinig hiërarchisch, is het opvallend dat ruim een kwart van de ondervraagden aangeeft dat hun baas medewerkers behandelt als mindere. Kennelijk bestaan organisaties met strakkere verhoudingen nog vaker dan verwacht," aldus Uitendaal.

Somber? Mooi! Dan werk je beter   (index...)
Ja inderdaad, het is weer maandag. Slecht humeur, beetje somber? Dat komt dan goed uit. Een slechte bui heeft namelijk een hoop voordelen, je concentratie is beter, je laat je minder snel bedonderen en je geheugen werkt beter.
Dat schrijft wetenschapsredacteur Ellen de Bruin. Ze baseert haar verhaal op een publicatie van de psycholoog Joseph Forgas in Current Directions in Psychological Science. Hij geeft volgens haar een goed onderbouwde opsomming van de in onderzoek aangetoonde voordelen van negatieve gevoelens - mits die gevoelens niet al te heftig zijn en al te lang voortduren. Een milde slechte bui laat je beter functioneren, en daar kun je ook op je werk bij gebaat zijn.
Zes redenen waarom je maar beter een beetje somber kunt zijn:
1.Sombere mensen laten zich niet zo snel bedonderen. In een onderzoek bleek dat mensen die net een stukje documentaire over doodgaan aan kanker hadden bekeken, beter doorhadden wie er loog over een diefstal en wie niet, dan mensen die net een stukje Britse comedy hadden bekeken. In een ander onderzoek lieten sombere mensen zich minder makkelijk misleiden door suggestieve vragen over een filmpje over een ongeluk dan vrolijke mensen.
2.Sombere mensen hebben een beter geheugen. Op regenachtige (slecht humeur)dagen bleken mensen bijvoorbeeld beter te onthouden wat er zoal in een krantenwinkel op de toonbank lag dan op vrolijke, zonnige dagen.
3.Ze stereotyperen minder. Sombere mensen lieten zich minder beïnvloeden door het uiterlijk van de filosoof van wie ze een essay lazen (een man met bril in tweed of een nonchalant geklede vrouw) dan mensen met een goed humeur. Sombere mensen lieten zich ook minder door tulbands afleiden als ze keken welke man een pistool vasthield en welke een flesje cola.
4.Ze zijn beleefder. Mensen die net een zielige film hadden gekeken werd gevraagd een verzoek aan iemand anders te doen. Ze deden dit beleefder en aardiger dan mensen die net een vrolijke film hadden gekeken.
5.Sombere mensen zijn eerlijker. Bij een geld-verdeelspelletje bleken sombere mensen vaker het geld eerlijk te verdelen dan vrolijke mensen, die dachten meer aan zichzelf.
6.Ze zijn vasthoudender. Sombere mensen blijken meer doorzettingsvermogen te hebben wanneer ze een moeilijke taak moeten doen dan mensen in een 'neutrale bui'. Mensen met een goed humeur geven juist eerder op.

Veel Nederlanders staan open voor nieuwe baan...maar weinig maken er werk van  (index...)
De meeste Nederlanders zijn relatief tevreden met hun werk. Toch staat ruim 40 procent van de beroepsbevolking open voor een nieuwe uitdaging. De meerderheid vindt het echter risicovol om nu van baan te veranderen en kiest voor zekerheid (67 procent). Dat blijkt uit onderzoek van Monsterboard naar mobiliteit en motivatie van de Nederlandse beroepsbevolking in 2013. De mobiliteit op de Nederlandse arbeidsmarkt is laag. Degenen die wel openstaan voor iets anders, zijn terughoudend. Tweederde van de Nederlanders vindt het zeer risicovol om nu van baan te veranderen. Tegelijkertijd geven veel ondervraagden aan in meer of mindere mate te vrezen voor verlies van hun baan. Toch is er ook vertrouwen, want mocht het komen tot ontslag, dan verwacht 43 procent snel iets anders te kunnen vinden. Veel Nederlanders spelen met de gedachte om het roer om te gooien. Vooral wanneer de huidige baan niet meer uitdagend genoeg is of wanneer de functie niet goed (meer) aansluit bij de wensen en opleiding. Het zijn met name hoogopgeleiden (48,6 procent van ondervraagden met HBO of hoger) die relatief vaker openstaan voor een nieuwe uitdaging. Ook jongeren zijn meer dan gemiddeld geïnteresseerd in ander werk (53 procent van ondervraagden tussen de achttien en 24 jaar). De Nederlander beoordeelt zijn baan gemiddeld met een 7,4. De hoogte van het salaris speelt een rol, maar belangrijker zijn de werksfeer en de inhoud van het werk. Een derde van alle ondervraagden is actief op zoek naar iets anders. Ongeacht of men uitkijkt naar iets anders, zien ondervraagden de volgende punten voor verbetering in een mogelijke nieuwe functie, doorgroeimogelijkheden (25 procent), meer uitdaging (31 procent) en meer zekerheid (21 procent), bijvoorbeeld in de vorm van een vast contract. Een hoger salaris is de belangrijkste drijfveer (46 procent), maar is niet zaligmakend. Dat blijkt ook uit het feit dat een derde bereid is om loon in te leveren voor een nieuwe baan. Op reistijd worden de meeste concessies gedaan. Meer dan de helft van de ondervraagden wil best verder reizen voor een andere werkplek.
Er zijn veel mensen die kiezen voor vastigheid, maar ook angstig zijn hun baan te verliezen. Het is belangrijk om te waken voor schijnzekerheid en alert te blijven op mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling. De huidige situatie met veel concurrentie op de arbeidsmarkt is tijdelijk. Reden temeer om je bewust bezig te houden met je eigen marktwaarde. Aandacht voor kennis en vaardigheden is een must. Dat geldt ook voor werkgevers. Door ruimte te bieden aan groei en verandering zorgen zij ervoor dat ze blijven beschikken over de beste professionals. Uit het onderzoek naar mobiliteit op de arbeidsmarkt en motivatie van de beroepsbevolking blijkt dat veel Nederlanders wel openstaan voor verandering, maar niet de eerste stap (durven) zetten. Er zijn kansen, zelfs als het economisch tegenzit.

Topbestuurder vraagt nauwelijks advies over eigen imago  (index...)
Nederlandse topbestuurders hebben weinig behoefte aan professioneel advies over hun eigen imago: slechts zeventien procent maakt gebruik van een expert op dat gebied. Dit blijkt uit onderzoek van The Executive Network onder 220 topbestuurders, commissarissen en HR-directeuren van grote bedrijven en instellingen (waarvan 61 procent beursgenoteerd). Toch zijn topbestuurders zich zeer bewust van hun eigen imago en dat van hun organisatie. Zo geeft vier op de vijf bestuurders aan hiermee bezig te zijn. Bijna 70 procent van de commissarissen vindt dat topbestuurders de meeste invloed hebben op het imago van de organisatie. Jan Rapmund, partner bij The Executive Network: "Topbestuurders hebben weliswaar behoefte aan introspectie maar professioneel advies vragen over je imago vraagt toch om een bovengemiddeld kwetsbare opstelling. Het is opvallend dat bestuurders zich over allerhande zaken laten adviseren, van financiën tot HR, maar veel minder vaak over hun eigen uitstraling." Topbestuurders doen overigens wel aan actieve imago-building binnen hun organisatie. Zo zorgt 84 procent dat de deur altijd open staat voor medewerkers en zorgt 66 procent voor een representatieve uitstraling. Topbestuurders geven in privé context minder om hun imago. De helft van de bestuurders is buiten de zakelijke context niet bezig met het eigen imago. Zij die dit wel doen laten dit vooral zien door maatschappelijk betrokken te zijn (42 procent).
Volgens commissarissen zijn topbestuurders het meest bepalend voor het imago van de organisatie. Bestuurders en HR-directeuren denken hier anders over. Zij vinden dat medewerkers de meeste invloed hebben op dit terrein. Topbestuurders zelf lijken zich bewust van de invloed van hun verhouding met medewerkers op hun eigen imago. Zo staat een ruime meerderheid (84 procent) altijd klaar voor medewerkers, terwijl veertien procent het contact met medewerkers liever puur zakelijk houdt. Het eigen salaris en ontvangen bonussen is geen populair thema om met medewerkers te bespreken. Slechts één op de tien bestuurders kiest ervoor hier intern openheid over te geven.

Te weinig zonlicht heeft gevolgen voor de gemoedstoestand  (index...)
Een slechte zomer vol bewolking en zonder zon heeft gevolgen voor de gemoedstoestand van veel Nederlanders. Te weinig zonlicht zorgt bij veel Nederlanders voor vermoeidheid.
Uit onderzoek van Velux Nederland blijkt dat veel Nederlanders ervan overtuigd zijn dat er een directe relatie is tussen je goed voelen en de hoeveelheid zonlicht die je krijgt. Een groot deel van de ondervraagden heeft last van gezondheidsklachten bij gebrek aan daglicht. De klachten lopen uiteen van vermoeidheid, hoofdpijn en concentratieproblemen tot minder vitaliteit en een kort lontje. Twee derde van de ondervraagde personen zegt in huis te weinig daglicht te ontvangen en zelfs een derde van deze groep is bereid te verhuizen naar een woning met meer daglicht.

Motivatie beroepsbevolking wijzigt naarmate leeftijd vordert  (index...)
Tussen generaties in de beroepsbevolking zijn er grote verschillen waar te nemen in motivatie. Generatie Y wordt vooral gedreven door competitie, progressie en persoonlijke groei. Voor de babyboomers zijn autonomie, macht en persoonlijke principes de sterkste (motivatie)factoren, zo blijkt uit het SHL Talent Report. Het rapport is gebaseerd op reacties van meer dan een miljoen werknemers verspreid over 200 landen. Uit de uitkomsten blijkt dat de loyaliteit aan een organisatie met 30% daalt, vanaf de babyboomgeneratie tot de generatie Y.
Generatie X overbrugt het gat tussen de boomers en generatie Y. Het zou goed zijn als bedrijven voor doorlopende loopbaanontwikkeling zorgen en mensen aanmoedigen om door te groeien naar meer senior-functies. Het behouden van talent is ook belangrijk. De afname van de loyaliteit van werknemers van generatie tot generatie blijkt ook uit het feit dat 65% van de babyboomers denkt zijn hele leven bij een bedrijf te werken. 40% van de generatie X is dit van plan en maar 20% van generatie Y. Naarmate het personeelsbestand meer uiteenloopt, is de behoefte aan effectief leiderschap groter. 6,3% van de boomers bezit momenteel het vermogen om een effectief leider te zijn. Onder de generatie Y heeft 8,4% deze potentie. Er zijn grote verschillen in de talenten die nodig zijn om anderen aan te sturen. Vooral de oudere generatie kan dit goed. Het omzetten van ideeën van de werknemers naar acties, kan de jongere generatie weer iets beter.

Miskende medewerker neemt data-wraak  (index...)
'Wraak' is een optie voor bijna de helft van de medewerkers (44 procent) die zich door de werkgever gekrenkt of miskend voelen. Het doel heiligt de middelen en ruim één op de tien (elf procent) wrekers steekt dan verbolgen vertrouwelijke informatie in de tas of e-mail, alvorens het pand met opgestoken veren te verlaten. Nieuw onderzoek van Iron Mountain biedt een onthullende blik op de donkere kant van boze collega's, en de risico´s, een emotioneel incident leidt in vijf procent van de gevallen tot een "datalek". Wie dergelijke datalekken wil voorkomen, moet zijn medewerkers mild behandelen. Het is ook niet prettig om verantwoordelijk te worden gehouden voor wat je niet hebt gedaan: 21 procent ontsteekt daarop in woede. Of om onbeschoft behandeld, of ontslagen te worden: respectievelijk negentien procent en vijftien procent graaft dan de strijdbijl op. Op zijn minst flauw, vaak grievend en soms ronduit bedreigend is het om seksueel geïntimideerd te worden, veertien procent neemt het daarna ethisch zelf ook niet meer zo nauw.
De meeste wrekers zijn uit op reputatieschade van de werkgever. De verbolgenheid gaat in 27 procent van de gevallen onmiddellijk per e-mail in de rondte onder collega´s – gewoon vanaf het bedrijfsadres: boos@baas.nl, zeg maar. Een kwart (24 procent) blaast ook buiten de deur stoom af vanaf het bedrijfsadres, en vijftien procent stuurt daarbij gelijk de pijnlijke correspondentie mee. Een vijfde (21 procent) wijdt er een cynische post op Facebook of Twitter aan.
Echt gevaarlijk reageert één op de tien (elf procent) van de 44 procent van de medewerkers voor wie wraak een optie is. Deze miskende of gekrenkte medewerkers reageren op de aantijging, schoffering, het ontslag door een grotere of kleinere schat aan informatie te stelen en buiten het bedrijf te brengen. Een emotioneel incident tussen werkgever en werknemer leidt dus in bijna vijf procent van de gevallen tot een lek van waardevolle of gevoelige informatie. Hier komt de bedrijfswinst in gevaar en ontstaat het risico op het schenden van de persoonlijkheidssfeer en de bijbehorende aansprakelijkheden.
´Wees mild´ is een mooi streven, maar soms moeten er harde woorden vallen en daden worden gesteld. De data-wreker blijft een risico en om dat te kunnen verlagen moet het eerst helder zijn welke informatie zich in de gevarenzone bevindt en moet worden beschermd.
Het 'eigen' werk is als eerste aan de beurt: 57 procent verwart het intellectuele eigendom met het emotionele eigendom en neemt zijn of haar werk voor de onderneming met zich mee. Het adressenbestand, dat in alle opzichten aan de onderneming toebehoort, is daarna aan de beurt: 51 procent procent van de 'datawrekers' heeft het daarop gemunt. Presentaties staan op drie, met 46 procent. Zakelijke voorstellen als offertes verdwijnen in 21 procent van de gevallen in de tas, strategische plannen zijn in achttien procent van de gevallen in gevaar.  Ontwikkelplannen voor producten en diensten zijn gewild in achttien procent van de gevallen. Financiële getallen gaan in negen procent van de gevallen mee naar huis – en van daar waarschijnlijk verder de wereld in.
Uit het onderzoek blijkt wel hoe belangrijk het ook is om netjes met elkaar om te blijven gaan. Goed voorbeeld doet goed volgen!

Vrouwen meer betrokken dan mannen  (index...)
70 procent van Amerikaanse werknemers voelt zich niet bij zijn werk betrokken. Merkwaardig genoeg tonen vrouwen zich meer geëngageerd op de werkvloer. De grotere flexibiliteit die ze genieten zou hiervoor wel eens de verklaring kunnen zijn. Dit blijkt uit recent onderzoek van Gallup. Volgens het onderzoek kan de werknemerspopulatie in drie groepen worden onderverdeeld. Een derde is actief bij het werk betrokken en toegewijd. 52 procent is niet geëngageerd en gevoelsmatig afwezig. Deze categorie investeert tijd in het werk maar geen energie of passie. Achttien procent tenslotte is actief niet betrokken, dat wil zeggen dat deze werknemers expliciet moeite doen om de productiviteit te dwarsbomen en de organisatiecultuur kapot te maken.
Opvallend  genoeg en ondanks de nog steeds bestaande ongelijkheid qua salaris en promotiekansen, zijn vrouwen juist meer geëngageerd dan hun mannelijke collega's. Er is een licht maar statistisch significant verschil, 33 procent van de vrouwen is actief betrokken bij het werk tegen 28 procent van de mannen. Dit verschil blijkt vrij constant want het vorige Gallup onderzoek kwam uit op een voorsprong met zes procent van vrouwen ten opzichte van mannen wat toewijding op het werk betreft. De flexibele werktijden zouden hier wel eens de oorzaak van kunnen zijn. Extra vakantiedagen of arbeidsduurvermindering zou het welzijn van medewerkers verhogen. Toegewijde werknemers met veel vrijheid ervaren 44 procent meer welzijn dan de werknemers die niet van hun werk houden en geen flexibiliteit genieten.
Volgens de Amerikaanse psycholoog Frederick Herzberg, gespecialiseerd  in motivatie op het werk, is welzijn een basisvoorwaarde  om creatief of productief te kunnen functioneren. Flexibiliteit zou als een secundaire arbeidsvoorwaarde kunnen worden gezien en als dusdanig een 'hygiënefactor' vormen met een impact op de motivatie.  Aangezien vrouwen als zorgdragers meestal meer van de mogelijkheden om flexibel te werken gebruik maken, is het logisch dat ze er zich ook beter bij voelen. Zelf bepalen wanneer ze aan de slag gaan, verlicht immers de werkdruk.
De vastgestelde verschillen in betrokkenheid tussen vrouwen en mannen zouden dus geen psychologische verklaring hebben of een sekse kwestie zijn. Alles draait om de organisatie van het werk en de werkgever kan dus actief invloed op de betrokkenheid van medewerkers uitoefenen.
En het hoeft evenmin een voorrecht voor de vrouwelijke medewerkers te zijn, ook mannen kunnen ervoor kiezen om meer flexibel te werken om zo beter op het gezin afgestemd te zijn.

Meeste Nederlanders zijn gewoon doorsnee  (index...)
De meeste Nederlanders zijn doorsnee maar vinden dat zelf zeker niet. Bijna 70% van de jongeren en de helft van de ouderen noemt zichzelf 'heel bijzonder'. Bijna iedereen lijdt aan een of andere vorm van zelfoverschatting. Studenten denken dat ze bovengemiddeld scoren, ondervraagde ouders voeden beter op dan de buren en uiteraard hebben we vaker seks dan gemiddeld.
Als naar de doorsnee Nederlander wordt gekeken, zijn de populairste kindernamen Daan (gevolgd door Bram, Sem, Lucas en Milan) en Emma (Sophie, Julia, Anna en Lisa). De meest voorkomende achternaam is De Jong (Jansen, De Vries). Gemiddeld heeft de Nederlander een BMI van 25,8 iets te hoog, want bij meer dan 25 is er sprake van overgewicht. Het gemiddelde rapportcijfer voor het leven als geheel is 7,6. Op 29-jarige leeftijd krijgt de vrouw haar eerste kind. De meest plezierige stad om te wonen is Breda. Nederlanders geven hun seksleven gemiddeld een 5,9. Zwartboek is de best gewaardeerde Nederlandse film (Soldaat van Oranje en Karakter volgen). Per dag heeft men gemiddeld 5,5 uur vrij en ruim 3 uur daarvan wordt tv gekeken. De populairste (zomervakantie)bestemming is ons eigen land. Gemiddeld eten we 522 dieren in een heel leven, bestaande uit 490 kippen, 27 varkens, 3 runderen en 2,5 lam. Per jaar wordt 50 kilo aan voedsel weggegooid. Wekelijks nuttigen we 12 glazen alcohol.

CEO met zware stem scoort beter  (index...)
Hoewel biologische economie een relatief nieuw onderzoeksterrein is, komen er al regelmatig interessante inzichten in menselijk gedrag in zakelijke omgevingen uit naar voren. Zo is al enige tijd bekend dat hoe langer iemand is, hoe meer hij verdient, ongeacht opleiding en ervaring. Tegelijkertijd kan overgewicht een negatief effect op de loonstrook hebben. Maar niet alleen lengte en gewicht tellen. Ook uw stemgeluid blijkt invloed te hebben op uw salaris. Onderzoekers van de Fuqua School of Business en University of California ontdekten dat mannelijke CEO’s met een zware stem vaker aan het hoofd staan van grote ondernemingen, meer verdienen en langer aanblijven dan hun collega's met wat hogere stemmen.
Biologische succesfactoren lijken dus ook op zakelijk gebied tot succes te leiden. De onderzoekers erkennen wel dat deze biologische economie maar slechts een klein deel van een veel grotere en complexer plaatje uitmaakt.

(c) 3 April 2020 Vos Interim