x

Nieuwsbrief december 2013


Beste mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM. Ik wens u fijne feestdagen toe en een gezond & ondernemend 2014! Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Tatoeages op de werkvloer steeds meer geaccepteerd  (index...)
Over weinig dingen zijn de meningen zo verdeeld als over tatoeages Ze hebben uiteraard niets te maken met iemands talenten, betrokkenheid en dienstverlenende instelling, maar wat Britse werkzoekenden betreft zijn zichtbare tatoeages wel degelijk de doodsteek als het op werk vinden aankomt. Dit blijkt uit onderzoek van St Andrew's University School of Management onder veertien bedrijven, waaronder een hotel, een bank, een gemeentehuis, een gevangenis, een universiteit en een boekhandel. Wat bleek, de meeste respondenten waren het erover eens dat zichtbare tatoeages een 'no-go' waren. Een vrouwelijke manager zei dat ze ‘iemand een vies uiterlijk geven’. Een collega van haar stelde dat de tatoeage datgene is wat blijft hangen na een gesprek. Ook de managers die persoonlijk niets tegen tatoeages hebben, zouden wel twee keer nadenken voordat ze iemand in dienst zouden nemen met zichtbare exemplaren uit angst dat het hun bedrijfsimago zou schaden. Ze zijn vooral bang dat klanten de getatoeëerde werknemers zien als ‘weerzinwekkend’, ‘walgelijk’, ‘onsmakelijk’ en ‘onverzorgd’.
Er kwam echter ook naar voren dat er banen zijn waarvoor tatoeages juist een voordeel zijn. Zo vertelde een HR-manager van een gevangenis dat de tatoeages van een bewaker een goede manier zijn om in gesprek te raken met de gevangenen.
Niet alle tatoeages in een negatief daglicht gezien. Zo stond geen van de respondenten negatief tegenover tatoeages, die makkelijk te verbergen zijn en onschuldige afbeeldingen bevatten zoals bloemen en vlinders. Ook militaire afbeeldingen zijn geen probleem. De grens ligt echter bij dingen als een spinnenweb in de nek, gewelddadige afbeeldingen, seksuele afbeeldingen, tranen in het gezicht, drugsgerelateerde afbeeldingen en racistische plaatjes. Tenslotte waren de respondenten het erover eens dat de acceptatie voor zichtbare tatoeages groeit nu ongeveer één op de vijf mensen er tenminste een heeft. De weerstand tegen tatoeages is het grootst onder ouderen. Naar verwachting zullen ze dan ook meer en meer geaccepteerd worden naarmate de jongere generatie het overneemt.

Baas moet zorgen voor gezonde lunch  (index...)
Werknemers vinden dat hun baas ervoor moet zorgen dat ze gezond lunchen tussen de middag. Dit blijkt uit een groot onderzoek naar Nederlandse lunch gewoontes, uitgevoerd door Rosti Mepal en MyMepal onder ruim 1.400 Nederlanders van achttien jaar en ouder. Bijna 33 procent van de ondervraagden vindt dat de werkgever verantwoordelijk is voor het aanbieden van een gezonde (lunch)maaltijd. Maar liefst 95 procent van de ondervraagden vindt het belangrijk om gezond te lunchen, maar slechts een kwart slaagt daar ook in. Om de verleidingen van het bedrijfsrestaurant te weerstaan en kosten te besparen neemt 80 procent zelf de lunch mee naar het werk. De gemiddelde middagmaaltijd wordt meegenomen in een broodtrommel, bestaat uit belegde bruine boterhammen, kost 2,42 euro en wordt in 24 minuten genuttigd. Bij de lunch drinken we meestal (karne)melk (36 procent), gevolgd door koffie of thee (22 procent). Ook zuiveldranken (dertien procent) en water (twaalf procent) zijn populaire lunchdrankjes. In het onderzoek wordt ook stilgestaan bij de minder leuke kanten van de lunch. Als grootste ergernis komt een gebrek aan tijd om rustig te lunchen naar voren. Maar liefst 25 procent van de werknemers luncht elke dag op de werkplek, vaak omdat het te druk is om pauze te nemen. Van de collega’s die wel de werkplek verlaten, ergert tien procent zich eraan dat ze tijdens de middagpauze regelmatig worden gestoord. Andere ergernissen betreffen slechte tafelmanieren, zoals smakken of boeren laten, of collega’s die tijdens de lunch vooral bezig zijn met hun smartphone.

Meerderheid vindt huishoudboekje eigen verantwoordelijkheid  (index...)
Eén op de drie Nederlanders heeft geen potje voor onvoorziene uitgaven. Nog eens 27% heeft wel een potje, maar het saldo bedraagt minder dan 3.500 euro. Slechts 21% heeft meer dan 5.000 euro en 12% heeft tussen de 3.500 en 5.000 euro aan reserve. Dit blijkt uit onderzoek van Wijzer in geldzaken, gehouden onder ruim 1.000 consumenten. Van de respondenten zegt 87% wel te sparen, waarvan 38% maandelijks een vast bedrag. Onder de laagste inkomens spaart 28% niet. Verder let een ruime meerderheid op de uitgaven, betaalt rekeningen op tijd en koopt niet op afbetaling. Ruim de helft van de respondenten heeft een creditcard en eveneens de helft hanteert budgetten. Consumenten die meer betrokken zijn bij hun financiën, gaan beter met geld om en bij complexe financiële producten schakelt 44% een adviseur in. Een meerderheid van de Nederlanders vindt het de eigen verantwoordelijkheid om te kunnen rondkomen. Wel verwacht men dat de overheid en financiële instellingen bescherming bieden tegen onverstandige financiële beslissingen.

Helft van arbeidsongeschikten heeft psychische stoornis  (index...)
Bij bijna de helft van de Nederlanders die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, is een psychische stoornis er de oorzaak van dat zij niet of niet volledig werken. Ziektebeelden zoals rugklachten zijn minder dan voorheen de oorzaak van arbeidsongeschiktheid. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS laat zien hoe de diagnoses achter arbeidsongeschiktheid zijn verschoven. Het aantal arbeidsongeschikt geachte jongeren (Wajong) is toegenomen sinds 2007.
8,5 procent van de arbeidsongeschikten is nu jonger dan 25 jaar. Het merendeel van de arbeidsongeschikten (39 procent) is ouders dan 55 jaar. De afname van het aantal uitkeringen komt vooral door strengere regelgeving en doordat minder mannen er aanspraak op maken. Het aantal vrouwen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering is licht toegenomen, wat vooral komt doordat vrouwen actiever zijn op de arbeidsmarkt. 48 procent van de mensen die de uitkering kreeg, was vrouw. Mannen en vrouwen hebben in grote lijnen dezelfde redenen voor arbeidsongeschiktheid. Mannen kampen wel iets vaker met hart- en vaatziekte, maar dat verschil is de afgelopen vijftien jaar kleiner geworden.

Ouderen net zo productief als jongeren  (index...)
Het stereotype beeld dat oudere medewerkers minder productief, gezond, flexibel en betrokken zijn dan hun jongere collega’s is een mythe. Dit blijkt uit Brits onderzoek van de Essex Business School in opdracht van Age UK. Ouderen blijken even gemotiveerd en bereid tot flexibel werken als jongeren. Dr. Kathleen Riach, die het onderzoek leidde: "Leeftijd heeft niets te maken met betrokkenheid en productiviteit. Anders socio-economische en psychologische factoren zijn veel betere indicatoren voor het gedrag van ouderen op de werkvloer." Ouderen zijn misschien iets minder snel maar wel beter in complexe taken dankzij hun kennis en werkervaring. Dit maakt hen dus juist effectiever. Deze bevindingen worden bevestigd door aparte onderzoekers bij twee grote automobielfabrikanten in Duitsland – het land met de hoogste mate van vergrijzing in Europa. Oudere werknemers bij Mercedes Benz bleken productiever en minder fouten te maken dan hun jongere collega’s. Bij BMW werd een hele productieafdeling bemand door oudere werknemers en deze bleek zeven procent productiever dan een afdeling die alleen door jongeren bemand werd. Op één gebied zijn ouderen echter wel degelijk in het nadeel, zo blijkt uit Canadees onderzoek. Mensen van 50 jaar en ouder blijken gevoeliger voor stress en overgewicht. Ze melden zich daarom vaker ziek ten gevolge van werkgerelateerde stress.

Klantenservice nauwelijks benaderd via social media  (index...)
Het via social media benaderen van klantenservices van bedrijven staat nog in de kinderschoenen. Op dit moment gebeurt dat nog nauwelijks. Naar verwachting brengen jongeren daar in de toekomst verandering in. Ruim 80 procent van de jongeren tussen vijftien en 24 jaar maakt meerdere keren per dag gebruik van social media. Zij geven vaker aan dit medium te gaan gebruiken om een vraag te stellen. Ook verwachten zij meer contact tussen consumenten en bedrijven via social media. Dat blijkt uit onderzoek van MarketResponse in opdracht van Randstad.
Consumenten geven nu nog de voorkeur aan telefonisch contact (75 procent). Daarna volgt e-mail (twintig procent). Jaarlijks handelen medewerkers bij klantenservices in Nederland meer dan een miljard telefoontjes af. "We doen regelmatig onderzoek naar de behoefte van consumenten. Een groot deel van de medewerkers bij de klantenservice ervaren dagelijks hoe belangrijk persoonlijk contact is," aldus Jeroen Zwinkels, directeur Operations Randstad Nederland.d. Van de ondervraagden denkt 38 procent erover na in de toekomst contact te leggen met klantenservices via social media. Daarnaast verwacht 57 procent dat vaker contact plaats vindt tussen bedrijven en consumenten via dit medium. Zwinkels: "Hoe contact met een klantenservice tot stand komt, is in grote mate afhankelijk van de behoefte van consumenten. Het is dus belangrijk daar gehoor aan te geven. Op basis van het onderzoek verwachten wij dat het gebruik van social media toeneemt, zeker onder de jonge generatie. Dat is iets om rekening mee te houden. Al blijft dat maatwerk: het al dan niet inzetten van social media is heel erg afhankelijk van het soort bedrijf, product en dienstverlening."

Consument krijgt invloed op bedrijfsstrategie  (index...)
Een meerderheid van de CEO’s wereldwijd is bereid om consumenten te betrekken bij de ontwikkeling van zakelijke strategieën. Eén op drie zegt tegelijkertijd echter bang te zijn dat het bestuur geen echte voeling meer heeft met de consument. Dat is de conclusie van een onderzoek van het IBM Institute for Business Value onder meer dan 4.000 directieleden in ruim 70 landen. De onderzoekers stelden vast dat 60 procent van de chief executives van plan is om in de loop van de volgende drie tot vijf jaar consumenten rechtstreeks te betrekken bij nieuwe ontwikkelingen. Op dit ogenblik zou 43 procent van de chief executives dit naar eigen zeggen al doen. Zinvol, want bedrijven die met consumenten samenwerken hebben 54 procent meer kans op betere prestaties. "Bedrijven schakelen steeds meer over naar open en interactieve modellen," zegt Bridget van Kralingen, vice-president van IBM Global Business Services. "Er worden steeds meer muren afgebroken om consumenten de kans te bieden zich actief te engageren bij het uitbouwen van zakelijke modellen en strategieën."
Volgens de respondenten heeft alleen de raad van bestuur nog een grotere invloed dan de consumenten. Pas daarna volgen het operationeel management en de algemene bedrijfsstrategie. Vooral digitale kanalen worden naar voor geschoven als platformen om de consument bij de toekomststrategie van de onderneming te betrekken. Bovendien wordt opgemerkt dat het noodzakelijk zal zijn om fysieke en digitale kanalen te integreren. Wel waarschuwt 54 procent dat de consument als individu moet worden benaderd en niet als categorie of marktsegment.

Werknemer gaat confrontatie het liefst aan via de e-mail  (index...)
Maar liefst 94 procent van de kantoormedewerkers prefereert e-mail boven de telefoon om te communiceren. Dit blijkt uit onderzoek onder 2.500 Britse kantoormedewerkers Meer dan een kwart van de respondenten zegt dat ze zenuwachtig worden van telefoongesprekken. Dit percentage is zelfs nog hoger onder jongeren (tot 24 jaar). Eén op de twintig van hen leidt zelfs aan een vorm van ‘telefoonfobie’. Hoezeer de houding ten opzichte van communicatie veranderd is, blijkt wel uit het feit dat één op de vijf respondenten liever per e-mail zijn ontslag indient dan persoonlijk. Eén op de zeven zou per mail vragen om loonsverhoging en bijna een kwart zou dit medium gebruiken om te klagen over een collega. Het lijkt erop dat mensen steeds meer geneigd zijn zich te verbergen achter de e-mail en zodoende direct contact proberen te vermijden. Steeds meer (vooral jonge) mensen gaan confrontaties het liefst digitaal aan . Maar opvallend genoeg geldt omgekeerd een andere moraal. Zo wil tweederde van de respondenten graag persoonlijk te horen krijgen dat er een loonsverhoging in het vat zit en willen vier op de tien belangrijk bedrijfsnieuws liever persoonlijk dan via de e-mail te horen krijgen.

Gezonde en veilige zakenreiziger is productieve medewerker  (index...)
Driekwart van de Europese zakenreizigers (76 procent) noemt veiligheid als belangrijkste zorg op reis. Dit blijkt uit onderzoek van de Global Business Travel Association (GBTA) in samenwerking met AirPlus naar het welbevinden van reizende medewerkers. Een gezonde en veilige zakenreiziger is een productieve medewerker, stelt GBTA bovendien. Het is daarom niet verrassend dat Europese frequente reizigers een bepaalde mate van autonomie wensen, ze willen de controle hebben over hun eigen reis, lange werkdagen vermijden, minder tijd weg zijn van huis, veilig zijn en een gezonde balans vinden tussen werk en privé. Het reisbeleid heeft de grootste invloed op deze factoren. Het belang van de balans tussen werk en privé, blijkt eens te meer uit het feit dat voor 75 procent van de ondervraagde zakenreizigers contact houden met vrienden en familie tijdens de zakenreis prioriteit heeft. 65 procent vindt gezond eten terwijl zij onderweg zijn een zorg, terwijl 46 procent het belangrijk vindt te kunnen sporten op zakenreis. Dergelijke behoeften zouden dus door de (reis)inkoper kunnen worden meegenomen bij het samenstellen van een hotelprogramma – is er een sportschool aanwezig in de te contracteren hotels? Wat voor eten wordt er geserveerd in het restaurant?
Volgens GBTA wordt de roep om meer autonomie bij ongeveer de helft van de werkgevers niet ingewilligd. 55 procent van de zakenreizigers zegt dat navolging van het (reis)beleid verplicht is binnen hun bedrijf. Zij hebben dus beperkte persoonlijke controle en autonomie en moeten strikte regels volgen. Als het beleid niet evenwichtig is, kan dit leiden tot een laag welbevinden en zwakke prestaties van medewerkers. Bijna 70 procent accepteert dat zakenreizen bij hun functie hoort en 55 procent wil geen kritiek uiten op het (reis)beleid, uit angst dat dit negatieve gevolgen heeft voor hun werkzaamheden.
"Dit onderstreept het belang van het opstellen van een (reis)beleid dat niet alleen de geldelijke kosten van reizen voor het bedrijf behandelt, maar ook de sociale impact ervan op medewerkers," vindt GBTA.
De meerderheid van de 675 ondervraagde frequente reizigers (zestien procent afkomstig uit Nederland en België) geniet van zakenreizen (85 procent), omdat ze nieuwe plekken kunnen ontdekken. Stressvol vinden zij vertragingen en annuleringen door luchtvaartmaatschappijen (66 procent), lang wachten op de luchthaven (49 procent), transferverbindingen (45 procent) en reizen buiten normale kantoortijden, waaronder ‘s avonds laat (44 procent), tijdens het weekend (42 procent) en ‘s ochtends vroeg (40 procent). Daarnaast blijkt dat de zakenreizigers het milieu steeds belangrijker vinden. Meer dan de helft (58 procent) recyclen papier, plastic of glas. Om hun CO2-uitstoot te verminderen boekt 52 procent een hotel vlakbij hun vergaderlocatie, zodat ze daarnaartoe kunnen lopen. Vijfenveertig procent neemt het openbaar vervoer indien mogelijk. Het minst populair is deelnemen aan een CO2-compensatieprogramma.
Ook voor bedrijven waar de focus vooral op de kosten ligt, valt een business case te maken. Bedrijven dienen zich immers te houden aan de zorgplicht, die stelt dat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de medewerkers. "Maar ook zonder die juridische druk zal een organisatie die zijn employees en reputatie hoog acht, stappen nemen om de veiligheid en gezondheid van zakenreizigers te waarborgen. De overduidelijke boodschap aan het reizende bedrijfsleven van dit rapport, is de overkoepelende noodzaak om reisprogramma’s op te stellen en te implementeren die het evenwicht bewaren tussen de bedrijfskosten per reis en de menselijke kosten per reis."

Werkdruk in zorg is standaard te hoog  (index...)
De werkdruk in de gezondheidszorg is standaard te hoog. Bijna de helft van de werknemers werkt elke week over en ook wordt personeel steeds vaker flexibel ingezet. Dat blijkt uit onderzoek van vakbond Abvakabo FNV onder ruim 4.600 werknemers in de verpleeg- en thuiszorg en in verzorgingshuizen. Zorgpersoneel ervaart een toenemende werkdruk. Ze draaien elke week bijna acht uur overwerk. Een kwart moet regelmatig binnen 24 uur ergens invallen. Dit werkt ten nadele van de kwaliteit en continuïteit van de zorg. Ook signaleert de vakbond een toename van het aantal `kleine` contracten. Werknemers krijgen geen contract voor 40 of 36 uur, maar een flexibel contract voor bijvoorbeeld 24 uur. Zij worden soms de ene week 16 uur en een andere week 32 uur ingezet. Volgens de vakbond komt het ook vaak voor dat werknemers in een week bijvoorbeeld drie keer acht uur per dag werken en vier keer zes uur per dag. Verder moeten zorgmedewerkers steeds vaker gebroken diensten draaien. Ze werken dan `s ochtends de helft van hun uren en 's avonds de andere helft.

Fraudeur vaak mannelijke manager  (index...)
Fraudeurs binnen organisaties zijn voornamelijk werknemers tussen de 36 en 45 jaar die langer dan zes jaar in bij het betreffende bedrijf werken zijn. Bovendien is de fraudeur vaak lid van het managementteam van de onderneming en pleegt hij de fraude meestal niet in zijn eentje. Dit blijkt uit internationaal onderzoek van KPMG Forensic naar bijna 600 fraudegevallen tussen 2011 en 2013. Eén op de vier fraudes binnen ondernemingen wordt gepleegd door het hoger management en bijna 30 procent door de directie. De meerderheid van de fraudes blijkt vooral mogelijk door gebrekkige interne controles. Yvonne Vlasman van KPMG Forensic Investigations is niet verbaasd over het feit dat de meeste fraudes gepleegd worden door het management en de bedrijfstop. "Managers en directeuren hebben toegang tot vertrouwelijke informatie, maar zijn ook in staat allerlei vormen van interne controle te ontlopen. Bovendien beschikken zij vaak over een bovengemiddelde kennis van informatietechnologie, een belangrijk voordeel nu zoveel informatie digitaal is opgeslagen."

Engels belangrijker dan wiskunde  (index...)
Goed Engels kunnen spreken wordt mede vanwege kansen op de (internationale) arbeidsmarkt steeds belangrijker. Uit de derde editie van de door EF Education First samengestelde EF English Proficiency Index (EF EPI, de eerste internationale ranglijst voor Engelse taalvaardigheid) blijkt dat er een sterke relatie bestaat tussen de Engelse taalvaardigheid van de bevolking en de economische positie van een land. Nederland doet het onverminderd goed en staat net als in de vorige editie stevig op de derde plek. Alleen Zweden en Noren spreken beter Engels dan Nederlanders.
De EF English Proficiency Index is de eerste internationale ranglijst voor Engelse taalvaardigheid wereldwijd. Voor de derde editie werden dit jaar 750.000 mensen uit 60 niet-Engelstalige landen onderworpen aan twee verschillende Engelse taaltoetsen. Uit de ranglijst die op basis van deze (test)scores werd samengesteld, blijkt dat vooral Nederland en de Scandinavische landen hoog scoren. Onderaan de lijst staan landen als Irak, Saoedi-Arabië en Algerije.
In de derde editie van de EF EPI wordt voor het eerst ook gekeken naar de ontwikkelingen en trends op de lange termijn. Hiervoor werden de testresultaten van de afgelopen zes jaar van meer dan vijf miljoen volwassenen uit 60 landen geanalyseerd. Een belangrijke conclusie is dat Engels wereldwijd niet langer een vaardigheid voor de elite is, maar steeds meer een noodzakelijke vaardigheid voor elke laag van de bevolking. Bovendien zorgt de crisis voor verandering. Want in landen met een hoge werkloosheid gaan steeds meer mensen terug naar school om hun kansen op een baan te vergroten. Goed taalonderwijs is daarbij van essentieel belang. Een sprekend voorbeeld is Spanje, waar de laatste jaren nog nooit zoveel studenten kozen voor een uitwisseling met het buitenland. Een opmerkelijk aspect van het onderzoek is verder de relatie tussen het toetreden van veel Oost-Europese landen tot de EU en hun opmars in de EF EPI. Oost-Europa is met zeven landen in de top twintig sterk vertegenwoordigd. Dat de top zeven van de lijst wordt gevormd door kleine Europese landen is geen toeval. Hun beperkte grootte dwingt deze landen tot een sterke(re) internationale oriëntatie. Export speelt een grote rol in hun economie. Een goede Engelse taalvaardigheid is van belang met het oog op onder meer innovatie, investeringen, communicatie met afnemers en leveranciers en het werven van vaardig personeel. Recruiters en HR-managers van over de hele wereld melden in het rapport over de EF EPI dat personeel dat vloeiend Engels spreekt tussen de 30 en 50 procent meer salaris verdient dan mensen die geen of matig Engels spreken. Om deze redenen is de wereldwijde vraag naar Engels taalonderwijs sterk gestegen. Desondanks kiezen nog relatief weinig mensen er voor om na het afronden van hun studie Engels te leren. "Het is daarom belangrijk dat het onderwijs veel en kwalitatief goed Engels onderwijs aanbiedt zodat studenten op het moment van afstuderen al een hoog niveau Engels hebben. Ook het Nederlandse onderwijssysteem kan daarin nog verbeteren. Het zou meer als een basis-vaardigheid gezien moeten worden. Voor een professionele carrière is Engels net zo belangrijk als wiskunde en misschien zelfs wel belangrijker," aldus Petra Cubretovic van EF Education First.
Hoewel Nederlanders internationaal gezien goed Engels spreken, kan het volgens haar altijd beter: "Uit verschillende onderzoeken blijkt dat veel Nederlandse scholieren niet zeker genoeg zijn van hun Engels om aan een Engelstalige studie te beginnen. Terwijl er in Nederland vorig jaar al bijna 1.550 opleidingen volledig in het Engels werden gegeven. Dat geldt ook voor het grootste deel van met name HBO- en WO-opleidingen. Op zich is dat een goede ontwikkeling. Maar dan moet het taalniveau van de studenten wel hoog genoeg zijn om zonder schroom voor deze studies te kunnen kiezen."

Werkgever moet grotere rol spelen bij aanpak financiële problemen werknemer  (index...)
Uit een onderzoek van AFAS Software en HR-kiosk.nl blijkt dat medewerkers met schulden steeds vaker voor problemen zorgen bij werkgevers. Medewerkers met financiële problemen ervaren meer stress, verzuimen vaker, maken zich eerder schuldig aan fraude en kunnen zich minder goed concentreren op hun werk. Als gevolg hiervan neemt ook de druk op HR-afdelingen aanzienlijk toe. Toch geeft een meerderheid van de werkgevers aan weinig tot niets te doen aan financiële voorlichting onder hun medewerkers. AFAS Software heeft daarom zeven tips op rij gezet die werkgevers helpen bij het voorkomen van schulden bij medewerkers. Uit het onderzoek, dat werd uitgevoerd onder bijna 150 HR-managers, blijkt dat werkgevers weinig tot niets doen aan financiële voorlichting. Ruim driekwart van de werkgevers verstrekt zelden tot nooit informatie aan medewerkers over hoe zij een gezonde financiële huishouding kunnen voeren, ondanks het feit dat 90 procent van de werkgevers erkent dat de kans op schulden kleiner is wanneer de werknemer over de juiste financiële vaardigheden beschikt.
"Het wordt tijd dat werkgevers een grotere rol gaan spelen bij het voorkomen van schulden bij medewerkers," zegt de CEO van AFAS Software. "Vanzelfsprekend zijn schulden bij medewerkers vooral een privé-aangelegenheid, maar het begint een maatschappelijk probleem te worden door het toenemende aantal bedrijven dat geconfronteerd wordt met medewerkers die schulden hebben. Er zijn verschillende manieren waarop een werkgever kan ondersteunen bij de persoonlijke financiën van zijn medewerkers. Zo kan hij trainingen en cursussen aanbieden, maar ook kan hij online budgettools beschikbaar stellen waarmee medewerkers hun financiën kunnen bijhouden." Het Nibud deed al eerder onderzoek naar schulden op de werkvloer, waaruit bleek dat vier op de vijf bedrijven medewerkers heeft met schuldproblemen. Het feit dat medewerkers met schulden onder andere meer stress ervaren en vaker verzuimen, betekent ook extra administratieve lastendruk voor de werkgever. Deze moet kostbare HR-capaciteit vrijmaken voor het uitkeren van voorschotten, het vervroegd uitkeren van vakantiegeld, het uitvoeren van loonbeslag en het voeren van gesprekken met betrokken externe instanties. "Er zijn op dit moment verschillende grote organisaties in Nederland die enkel voor het uitvoeren van loonbeslag meerdere FTE’s moeten vrijmaken," vervolgt de CEO. De resultaten van het onderzoek bevestigen dit ook. 85 procent van de ondervraagden geeft aan dat medewerkers met financiële problemen vaker een beroep doen op de HR-capaciteit dan financieel gezonde medewerkers. 82 procent van de ondervraagde bedrijven geeft bovendien aan minder tijd kwijt te willen zijn aan de problemen die veroorzaakt worden door medewerkers met schulden.

Helft Nederlandse werknemers gelukkig met hun baan  (index...)
Vergeleken met andere landen zijn Nederlanders tevreden met hun baan. Meer dan de helft (57 procent) van de Nederlandse werknemers zegt blij te zijn met het werk dat zij doen. Hiermee staat Nederland na Canada op plek twee.
Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Monster, in Nederland bekend als Monsterboard. Elf procent van de Nederlandse werknemers houdt zelfs zoveel van hun baan dat ze het gratis zouden doen. Werknemers tussen achttien en 24 jaar zijn beduidend minder positief gestemd, een kwart geeft toe ontevreden te zijn over het werk dat ze doen. Aan het onderzoek uitgevoerd door GfK namen 8.000 werknemers in zeven landen deel. Uit de vergelijking tussen zeven landen staat Nederland met 57 procent op de tweede plaats als het gaat om werknemerstevredenheid. Alleen de Canadezen zijn met 64 procent gelukkiger op hun werk. Gevolgd door India (55 procent), de Verenigde Staten (53 procent), Engeland (46 procent) en Frankrijk (43 procent). Duitsland scoort beduidend lager, daar geeft slechts 35 procent van de ondervraagden aan (zeer) gelukkig te zijn met hun baan. Van de Nederlandse respondenten zegt elf procent zeer gelukkig te zijn met hun baan en het zelfs gratis te willen doen. 46 procent is zeer tevreden maar ziet nog ruimte voor verbetering, 35 procent geeft aan voorlopig tevreden te zijn. Slechts vier procent geeft aan niet tevreden te zijn met hun baan en drie procent zegt zijn baan verschrikkelijk te vinden maar het te zien als een noodzakelijk kwaad. Uit eerder onderzoek van Monsterboard in juli van dit jaar bleek de tevredenheid ook: Nederlandse werknemers beoordelen hun baan gemiddeld met een 7,4. Uit het onderzoek blijkt dat jonge Nederlandse werknemers tot 24 jaar minder gelukkig zijn met hun baan. Een kwart van de ondervraagden uit deze leeftijdsgroep heeft een hekel aan hun baan. Hiervan geeft zelfs zestien procent aan hun baan verschrikkelijk te vinden.
"De jongere generatie is ambitieus en erop gebrand om te slagen. Het is dus niet verwonderlijk dat veel jongeren gefrustreerd zijn in hun huidige baan en denken dat ze het beter kunnen doen," zegt Gian Zandonà, managing director van Monsterboard. "Slimme werkgevers begeleiden hun jongere werknemers, zorgen voor een vooruitstrevend carrièrepad en maken duidelijk kenbaar hoe hun prestaties worden gemeten en beloond - dit houdt jonge werknemers betrokken en zorgt voor behoud van deze werknemers." Hoewel nieuwkomers op de arbeidsmarkt relatief ongelukkig zijn met hun werk, lijken Nederlandse werknemers naarmate hun carrière vordert steeds beter in staat hun passie te vinden en een baan waarvan ze genieten. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal werknemers dat een hekel heeft aan hun baan gestaag omlaag gaat met de leeftijd. Slechts zes procent van de werknemers tussen de 25 en 49 jaar en drie procent van werknemers tussen 50-64 jaar zegt een hekel te hebben aan hun baan.
Tijdens het onderzoek is ook gekeken naar inkomen, waaruit blijkt dat geluk op het werk direct gerelateerd is aan de hoogte van het salaris. Tweederde (66 procent) van de hoge inkomens zegt (veel) van hun werk te houden, in vergelijking met de helft van de middeninkomens (52 procent) en 47 procent van mensen met een laag inkomen.

Kostenbesparing hoogste prioriteit Nederlandse CIO  (index...)
Kostenbesparing staat bovenaan de top vijf prioriteiten van de Nederlandse CIO.
70 procent van de CIO’s ziet dat op dit moment als belangrijkste taak. Het zorgen voor een stabiele IT-omgeving staat op de tweede plek met 67 procent. Daarnaast is het verhogen van operationele efficiency (57 procent) en het verbeteren van zakelijke processen (56 procent) belangrijk. Hekkensluiter is de ontwikkeling van nieuwe producten en services (48 procent). Dat concludeert Harvey Nashin het jaarlijkse CIO report. Uit het onderzoek blijkt verder dat de rol van de Nederlandse CIO de afgelopen zes jaar steeds meer gericht is op de business. Daarnaast is hij door de jaren heen innovatiever geworden. De Nederlandse CIO ziet overigens minder mogelijkheden voor innovatie dan zijn internationale collega (60 procent ten opzichte van 71 procent).
Roland Steenvoorde, directeur van Harvey Nash Executive Search: "Door u als organisatie alleen te richten op besparen en het verzorgen van een stabiele IT-omgeving, gaat u als bedrijf geen verschil maken. Innoveren is en blijft belangrijk, omdat u hiermee voorop blijft lopen in de markt en daarmee de concurrentie voor kan zijn. Idealiter zou de top vijf dus andersom zijn, maar dat is voor veel CIO’s nog niet de realiteit. Het is wel veelbelovend dat de CIO’s meer betrokken zijn bij de business. De invloed die de CIO hierbij kan uitoefenen kan het succes bepalen voor een organisatie."

Veel werkzoekenden horen niets meer na sollicitatie  (index...)
Van de Europese werkzoekenden krijgt 43% na een sollicitatie geen reactie van het bedrijf waar ze gesolliciteerd hebben. Dit komt naar voren uit een onderzoek van vacaturesite StepStone onder ruim 21.000 werkzoekenden. Volgens StepStone kan het niet communiceren van een afwijzing negatieve gevolgen hebben voor het bedrijf. Zo geeft 84% van de sollicitanten aan negatief te gaan denken over het bedrijf op het moment dat zij geen afwijzing ontvangen. Verder laat 60% weten dat ze in het geval ze niets meer op hun sollicitatie horen ook geen producten of diensten van het betreffende bedrijf meer zullen kopen. StepStone heeft het onderzoek gehouden in Nederland, Oostenrijk, België, Denemarken, Zweden, Frankrijk en Duitsland.

(c) 3 April 2020 Vos Interim