x

Nieuwsbrief februari 2014


Beste mevrouw/heer, hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van VOS INTERIM. Met vriendelijke groet, Martin Vos.

Motiverend vermogen management staat ter discussie  (index...)
Werknemers staan sceptisch tegenover de motiverende capaciteiten van het management. Slechts 47 procent is van mening dat managers hun team dusdanig weten te motiveren dat de productiviteit stijgt. 52 procent voelt zich daarentegen persoonlijk gemotiveerd door zijn/haar leidinggevende. Ondanks die kritische houding zegt een grote meerderheid tevreden te zijn over zijn relatie met het management. Dat blijkt uit onderzoek van Edenred onder 800 Britse werknemers.
"De resultaten van het onderzoek zouden kunnen helpen verklaren waarom slechts 27 procent van de werknemers geregeld voldoening blijkt te kunnen vinden in zijn werk en slechts 35 procent zich gelukkig voelt met zijn baan," merkt Andy Philpott, directeur marketing bij Edenred, op. "Ook bleek dat slechts 52 procent van de ondervraagde werknemers het gevoel heeft voldoende erkenning te krijgen voor de geleverde inspanningen." Anderzijds bleek wel dat managers van werknemers positieve scores kregen op het gebied van zakelijke knowhow, ondersteuning in moeilijke omstandigheden en de capaciteit om verantwoordelijkheden te delegeren. Edenred stelde verder dat 75 procent van de ondervraagden stelt een goede relatie te hebben met het management. Deze relaties zouden voor de bedrijven echter nog productiever kunnen worden indien ervoor gezorgd zou worden dat de werknemers zich in hun baan gelukkiger en meer gemotiveerd zouden voelen. Er is een duidelijk verband tussen waardering voor de werknemer en de motivatie en productiviteit. Managers moeten daarvan dan ook een absolute prioriteit maken.

Managers: verleng de inwerktijd voor nieuwe medewerkers  (index...)
De eerste werkdagen hebben een grote invloed voor een nieuwe collega. De ondersteuning die hij of zij tijdens die eerste dagen krijgt van leidinggevenden en collega’s kan de volgende maanden een belangrijke invloed hebben op de prestaties en legt de basis voor de verdere carrière van de werknemer binnen het bedrijf. Dat blijkt uit onderzoek van de University of Minnesota onder meer dan 250 nieuwe medewerkers van een Amerikaanse universiteit. De onderzoekers stellen dan ook dat nieuwe medewerkers gedurende een langere periode dienen te worden ondersteund en begeleid. Onderzoeksleider en professor management aan de University of Minnesota geeft weer: "Die eerste indrukken zinderen niet alleen lang na, maar zijn ook bepalend voor de werkhouding en de prestaties van de medewerker. Het onderzoek bracht aan het licht dat deze interacties in de eerste drie maanden - positief of negatief - een grotere invloed hadden dan die tijdens de allereerste introductieperiode zelf. In het algemeen kan worden gesteld dat ondersteuning door leidinggevenden en collega’s leidt tot een positieve houding, een grotere integratie-bereidheid en een grotere betrokkenheid."
"Wanneer nieuwkomers door leidinggevenden en collega’s daarentegen negatief worden benaderd, krijgt de werknemer het gevoel er niet bij te horen met het gevaar van vaak te laat komen en ziekmeldingen," waarschuwt de onderzoeker. "De behulpzaamheid tegenover nieuwkomers wordt in het algemeen beschouwd als een teken van goodwill van werknemers, maar zou volgens de onderzoekers tot het standaard takenpakket van het bestaande personeel moeten behoren."
Het management gaat er onterecht vanuit dat de nieuwe werknemer zich binnen een relatief korte periode aan zijn nieuwe omgeving aanpast. Nieuwkomers ervaren echter dat de oorspronkelijk gastvrije omgeving ineens drastisch verandert. Daardoor dreigt hun aanvankelijk optimisme over de organisatie een grote klap te krijgen. Wanneer nieuwkomers tegenwerking ervaren van hun leidinggevenden, wordt de kans op een vertrek binnen het jaar bijzonder groot. Dat gevolg is niet vastgesteld bij een negatieve benadering door collega’s. Dat betekent volgens de onderzoekers dat werknemers een negatieve houding van leidinggevenden bijzonder zwaar opnemen. Bedrijven zouden hun leidinggevenden dan ook duidelijk kunnen maken dat feedback en ondersteuning cruciaal is voor nieuwe medewerkers. De onderzoekers geven aan: ”Leidinggevenden moeten ervan doordrongen zijn dat de eerste werkweken een bepalende invloed hebben op de toekomstige prestaties."

Flexibel werken ingeburgerd, het Nieuwe Werken (nog) niet  (index...)
Hoewel het Nieuwe Werken nog niet bij alle organisaties aan de orde is, raakt flexibel werken wel steeds meer ingeburgerd. Dat blijkt uit een enquête van Kluwer Opleidingen. Bijna de helft van de organisaties stelt het Nieuwe Werken al meer of minder ingevoerd te hebben.
Kluwer Opleidingen onderzocht voor het derde jaar op rij hoe bedrijven én medewerkers momenteel aankijken tegen het Nieuwe Werken. Aan het onderzoek, uitgevoerd door iVOX, namen 6.211 HR-verantwoordelijken, medewerkers en managers deel. 73 procent van hen geeft aan wel eens buiten de kantoorlocatie te werken, 21 procent van hen doet dat bijna dagelijks. Ook buiten de kantooruren wordt er veel gewerkt, namelijk 87 procent zegt dat te doen, 30 procent zelfs bijna dagelijks. De verwachtingen hierover naar de werkgever toe zijn hooggespannen: 89 procent van de flexibele werkers vindt het normaal dat hun organisatie de middelen ter beschikking stelt die nodig zijn om buiten kantoor te werken. Vier op de vijf respondenten die nooit flexibel werken gaven aan dat wel te willen. Wat hen tegenhoudt is toestemming van de werkgever (42 %) of organisatorische redenen (38 %). Ook bij de flexibele werkers is er een zekere vorm van koudwatervrees te bespeuren. 53 % geeft aan dat buiten kantoor werken als nadeel heeft minder zichtbaar te zijn voor collega’s en management. 42 % mist direct contact met collega’s, en vindt dat een belangrijke reden om juist wel op kantoor te werken. Een derde (34 procent) van de respondenten is bang voor negatieve reacties als ze later beginnen aan hun werkdag of even niet bereikbaar zijn.
Van de respondenten ziet 27 % zichzelf als een negen-tot-vijf-werker. Een op de drie respondenten ziet zijn organisatie als een negen-tot-vijf-organisatie, een op de vijf vindt dat zijn manager een negen-tot-vijf-mentaliteit heeft. Opvallend is dat men collega’s veel vaker als negen-tot-vijf-werkers beschouwt: bijna de helft onderschrijft die stelling. Negen-tot-vijf-werkers zijn vaak jonger dan 30 en besteden minder aandacht aan hun professionele ontwikkeling. 56 % stelt dat ze zelden of nooit tijd besteden aan cursussen buiten werktijd. De helft van de ondervraagden gaf aan op een of andere manier al bezig te zijn met het Nieuwe Werken. Van de andere helft geeft twee derde aan dat Het Nieuwe Werken niet toegepast kan worden in de organisatie, een derde neemt een afwachtende houding aan en wil pas binnen enkele jaren met het Nieuwe Werken aan de slag. De belangrijkste redenen om Het Nieuwe Werken te implementeren zijn volgens HR en leidinggevenden in de eerste plaats de vraag van de medewerkers of de markt en in de tweede plaats de mobiliteitsproblematiek. Op de derde plaats volgen besparingsmaatregelen. De grote voordelen die men verwacht van het Nieuwe Werken, zijn een hogere productiviteit (21 procent), hogere tevredenheid van de medewerkers (21 procent) en meer flexibiliteit (negentien procent). HR-verantwoordelijken en managers blijken hierover wel van mening te verschillen: de eerste groep zet meer tevredenheid bij de medewerkers op de eerste plaats, managers zien kostenbesparing als grootste voordeel. Opvallende conclusie is dat organisaties die zichzelf als succesvol beschouwen heel andere voordelen verwachten van het Nieuwe Werken dan bedrijven die minder goed presteren. Succesvolle bedrijven zien de hogere tevredenheid en hogere productiviteit als grote voordelen, terwijl minder succesvolle bedrijven kostenbesparing en minder reistijd bovenaan zetten. Ook opmerkelijk zijn de verschillen tussen overheid, non-profit en profitsector. De publieke sector ziet kostenbesparing als grootste voordeel van het Nieuwe Werken, terwijl de non-profitorganisaties gaan voor meer tevredenheid en de profitsector voor meer flexibiliteit.

Langdurige werkloosheid versnelt verouderingsproces  (index...)
Een mens moet werken om te leven en niet omgekeerd. Dat lijkt des te meer waar te zijn nu Fins onderzoek aantoont dat langdurige werkloosheid met name mannen sneller doet verouderen. Onderzoekers van het Imperial College in Londen en de Finse Universiteit van Oulu ontdekten dat mannen bij langdurige werkloosheid sneller verouderen door telomeren. Telomeren zijn structuren die aan het einde van de chromosomen liggen en de genetische code beschermen tegen beschadiging. Met de leeftijd worden de telomeren korter. Werkloosheid zou dit proces bij mannen versnellen. De onderzoekers baseerden zich op DNA van 5.620 mannen en vrouwen geboren in 1966. De metingen van de telomeren gebeurde in bloedstalen die in 1997 werden afgenomen, op het moment dat de deelnemers aan het onderzoek 31 jaar oud waren.  Bij mannen die in de periode voorafgaand aan het onderzoek meer dan twee jaar werkloos waren, werden twee keer vaker korte telomeren gemeten dan bij mannen die hadden gewerkt.  Andere sociale, biologische en gedragsmatige factoren werden mee verrekend zodat ze konden worden uitgesloten als oorzaak van de snellere 'veroudering'. Het verschijnsel werd niet bij de vrouwen opgemerkt. Misschien hebben bezigheden in een gezin in dit geval een beschermend effect. Ook waren minder vrouwen in die periode als werkloos geregistreerd. Behalve biologisch, is werken ook belangrijk voor het psychisch welzijn. Professor Toon Vandevelde, filosoof, econoom en hoogleraar aan de KU in Leuven, beschrijft het weldadig effect van werken als volgende, namelijk professionele arbeid structureert de dag en levert sociale contacten op die belangrijker zijn voor een geluksgevoel dan occasionele contacten. Afgedankt worden is dan ook een ramp, vooral voor mannen van middelbare leeftijd en voor hoger opgeleiden. Zelfs als de reden puur economisch is, wordt het nog gevoeld als teken van overbodigheid.

Positieve vooruitzichten voor het MKB in 2014  (index...)
De vooruitzichten voor het Nederlandse MKB zijn in 2014 met een verwachte afzetgroei van een procent duidelijk positiever na de stevige krimp van twee procent in 2013. Zo blijkt uit onderzoek van Panteia. De belangrijkste redenen voor het aantrekken van de afzetgroei zijn het aantrekken van de export, een toename van investeringen en een positievere consument. De exportgroei neemt toe als gevolg van het aantrekken van de Europese economie. De investeringsbereidheid van het Nederlandse MKB neemt toe door een verbeterde (afzet)perspectief. De omslag in de Nederlandse woningmarkt zal leiden tot een positieve impuls van de consumentenbestedingen.
Het zijn de export georiënteerde sectoren die herstel van afzet zullen realiseren. De sterkste groeiers in het MKB worden de metaalindustrie (+3,5 procent), de voedings- en genotmiddelenindustrie (+2,0 procent) en de groothandel (+2,0 procent). Hierbij kan de industrie profiteren van de aantrekkende investeringen en de groothandel van de aantrekkende handel. Ook de transportsector kan profiteren van de toename van de export. Voor de transportsector wordt een afzetgroei van 0,75 procent verwacht. Veel sectoren zullen in 2014 slechts heel bescheiden groeien. Zo kan de omzetontwikkeling in de bouw licht groeien (0,5 procent) dankzij de aantrekkende woningmarkt en een stijgende vraag naar onderhoud en renovatie. De zakelijke dienstverlening kan dankzij het aantrekken van de economie fractioneel groeien. Onder andere de uitzendbureaus zullen een omzetgroei kunnen laten zien door een aantrekkende vraag naar uitzendkrachten.
Het vertrouwen van consumenten is toegenomen. De koopkracht zal in 2014 verbeteren onder invloed van een lage inflatie. Dit zal een positieve impuls geven aan de consumentenbestedingen. De verbetering van de woningmarkt zal leiden tot een groei van woning gerelateerde consumentenbestedingen. In de horeca kunnen de restaurants zich verheugen op een groei van het aantal consumenten. Ook de detailhandel kan al de eerste lichtpunten zien. Zo zullen de supermarkten hun afzet zien toenemen en zullen de internetverkopen in 2014 met acht procent krachtig verder stijgen. Dit gaat echter wel ten koste van besteding in winkels. De winkelverkoop (non-food) zal daarom met twee procent verder krimpen.
Verbeterd afzetperspectief leidt tot toename MKB-investeringen
Mede door uitstel van investeringen en een terughoudend financieringsbeleid van banken, is het investeringsniveau van het MKB in 2013 op een laag niveau aangeland. Het sterk verbeterd afzetperspectief vormt een belangrijke basis voor een toename van de MKB-investeringen in 2014. De verbeterde afzetmogelijkheden zullen op korte termijn nog niet leiden tot groei in de werkgelegenheid in het MKB. Wel zal het herstel van de groei de vraag naar diensten van zelfstandigen sterk doen toenemen. Verwacht wordt een toename van het aantal zelfstandigen met ruim 18.000.

Inefficiënte werkprocessen belemmeren bedrijfsleven  (index...)
Gelukkig heeft een groot aantal Europese bedrijven de overstap van verouderde, handmatige processen naar geautomatiseerde processen al gemaakt. Geautomatiseerde processen zijn tenslotte efficiënter, eenvoudiger en bovendien minder gevoelig voor menselijke fouten. Maar een kleine meerderheid van de bedrijven leunt nog steeds op handmatige processen. Lexmark heeft recentelijk een onderzoek uitgevoerd onder ruim 700 kantoormedewerkers in heel Europa. De resultaten bieden inzicht in de huidige werkprocessen van Europese bedrijven.
De General Manager bij Lexmark Benelux geeft aan: "Volgens 59 procent van de respondenten is de kantooradministratie in hun bedrijf een te complex proces waarbij te veel stappen doorlopen moeten worden. De arbeidsintensieve en foutgevoelige aard van handmatige processen zorgt ervoor dat deze werkwijze bedrijven veel geld kost. Allereerst zorgt de tijdsduur van deze processen ervoor dat bedrijven waardevolle tijd van medewerkers verspillen. Bovendien is de kans op fouten groter, waardoor er situaties kunnen ontstaan die bedrijven direct voelen in hun portemonnee, zoals dubbele betalingen van facturen. Bijna tweederde van de ondervraagde Europese werknemers kan zich zelfs een voorval herinneren waarbij een fout die werd veroorzaakt bij het handmatig afhandelen van een administratieve taak het bedrijf geld heeft gekost."
Het huidige economische klimaat zorgt ervoor dat we allemaal veeleisender zijn geworden en dat we gewend zijn geraakt aan de snelheid van het digitale tijdperk. Klanten en partners willen sneller antwoord op vragen en kortere doorlooptijden. Uit het onderzoek blijkt dat kantoormedewerkers snelle en eenvoudige werkprocessen willen, zodat ze efficiënter kunnen werken. Langdurende en gecompliceerde handmatige processen zijn niet langer houdbaar. De helft van de respondenten vindt de tijdrovende processen het grootste probleem voor de kantooradministratie.
Het mag duidelijk zijn dat bedrijven die de efficiëntie van hun processen niet optimaliseren het risico lopen tijd en omzet te verliezen aan overbodige, arbeidsintensieve en routinematige taken. Er zijn meerdere manieren om de efficiëntie van bedrijfsprocessen te verhogen, maar het automatiseren van processen is de eerste stap. Hierdoor zijn bedrijven in staat de werkdruk en de operationele kosten te verminderen. Bovendien hebben medewerkers meer tijd over voor taken die het bedrijf ten goede komen.
Door automatisering daalt het aantal fouten, bovendien zou de initiële investering in een automatiseringsoplossing na het eerste jaar al terugverdiend moeten zijn. Maar het grootste voordeel is toch wel de toegang tot en stroom van het belangrijkste bezit van bedrijven: bedrijfsdata. Bedrijfsdata is essentieel voor het reilen en zeilen van een bedrijf. Opgeslagen en gestructureerde digitale data die, wanneer nodig, gemakkelijk terug te vinden is, zorgt namelijk voor verbeterde bedrijfsresultaten. Denk bijvoorbeeld aan het scannen van een factuur die vervolgens automatisch verwerkt en opgeslagen wordt. Er zijn intelligente software-oplossingen die met een hoge mate van nauwkeurigheid data uit hard copy documenten halen. Dergelijke oplossingen zijn in staat te herkennen of een document bijvoorbeeld een factuur of een sollicitatieformulier is, onafhankelijk van spelfouten of lay-out. De software leert van ieder verwerkt document, waardoor het steeds meer informatie kan herkennen en verwerken.
Door handmatige dataverwerking op deze manier te elimineren, kan de snelheid van processen worden verminderd van dagen en weken naar uren en minuten. Medewerkers verzetten hierdoor meer werk in een korter tijdsbestek, waardoor er tijd overblijft voor andere taken.
Financiële resultaten staan centraal in het bedrijfsleven. Medewerkers en de uitvoering van taken stimuleren de groei van een bedrijf. Als bedrijven niet achter de feiten aan willen lopen, moeten ze geautomatiseerde en geoptimaliseerde processen overwegen om efficiënter te werken en de kosten te drukken.

Minder tijd voor klantencontact door verouderde systemen  (index...)
Negen van de tien werknemers die veel klantencontact hebben, willen graag voldoen aan de wensen van de klant, maar worden daarbij belemmerd door een gebrek aan middelen. Dit blijkt uit een recent onderzoek van Forrester dat is uitgevoerd in opdracht van Ricoh. De respondenten (zoals bankmedewerkers, medewerkers in de zorg, callcenter medewerkers en leidinggevenden in retail) geven aan dat er een groot verschil zit tussen de ervaring die zij kunnen bieden en de ervaring die de klant verwacht. Uit het onderzoek blijkt verder dat werknemers die in contact komen met klanten – zij vormen ruim de helft van het totale personeelsbestand – voor organisaties van cruciaal belang zijn om het hoofd te bieden aan de recessie. Helaas verliezen deze medewerkers veel kostbare tijd door een niet -optimale ondersteuning van documentprocessen. Dat is tijd die zij anders in het optimaliseren van de klantervaring hadden kunnen steken, waardoor bedrijven grote kansen laten liggen.
Bijna één op de vier managers (23 procent) geeft aan dat klantencontact niet soepel verloopt door niet goed ingerichte (document)processen. Meer dan een kwart van de ondervraagde managers (26 procent) zegt dat een slechte toegang tot informatie de grootste beperking is. Verder toont het onderzoek aan dat bedrijven die investeren in samenwerking, chat mogelijkheden, mobiele oplossingen en flexibele werkplekken, hun customer facing medewerkers een stuk efficiënter maken. Met deze technische mogelijkheden houden zij meer tijd over voor het verlenen van de nu vaak ontbrekende persoonlijke dienstverlening. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat bedrijven investeren in de onderliggende processen en systemen die nodig zijn om deze vormen van technologie te ondersteunen.
Volgens het onderzoek besteden veel medewerkers momenteel nog te veel tijd aan routinetaken, zoals het invoeren van gegevens. Ook hebben ze moeite met een groot aantal activiteiten waaronder het verzamelen van feiten, het aanmaken van documenten, bewerken, schrijven, verwerken van informatie, oplossingen van complexe uitzonderingen en gebruik maken van mobiele oplossingen. "Het resultaat is dat ze niet actief zijn betrokken bij hun klanten", luidt de conclusie. "Organisaties die deze medewerkers helpen met verbeterde document- en procesondersteuning, zullen een betere concurrentiepositie verwerven en als gevolg meer omzet genereren."
De kern van het probleem is de verouderde technologie die nog te vaak door organisaties wordt gebruikt. Deze technologie is in veel gevallen van mindere kwaliteit dan de technologie waarvan klanten gewend zijn gebruik te maken. Meer dan een derde van de managers (36 procent) stelt dat hun organisatie moeite heeft met het verwerven van de nieuwste technologieën. Ruim een kwart (27 procent) denkt dat het verschil tussen de technologie die klanten gebruiken en de technologie waarmee hun klantmedewerkers het moeten doen, steeds groter wordt. Het is dan ook niet vreemd dat de toegang tot informatie hier onder lijdt.

Veel rechtsbijstand in arbeidsconflicten  (index...)
Ruim 70 procent van de mensen die van plan zijn op korte termijn een rechtsbijstandverzekering af te sluiten, doen dit om hulp in te kunnen schakelen bij een arbeidsconflict. Dit bleek uit een rondvraag op de vergelijkingssite Rechtsbijstandverzekering.net onder ruim 600 respondenten. "Werknemers zijn bang dat ze hun loon niet of te laat uitbetaald krijgen. Ook ondernemers hebben hier last van, in de vorm van klanten die niet betalen", legt oprichter Bram van der Veer uit. Daarnaast bestaat de angst onder werknemers dat ze op staande voet ontslagen kunnen worden. "En ook mensen die op een andere manier ontslagen worden, willen dit besluit vanwege de economische tegenwind aanvechten. Niemand wil in deze tijd zonder baan komen te zitten."
Eerder bleek uit een onderzoek van rechtsbijstandverzekeraars dat het aantal arbeidszaken sinds 2007 met 39 procent is gestegen. Achmea behandelde 20.000 ontslagzaken – twee keer zoveel als in augustus van het afgelopen jaar. Univé heeft zelfs 71 procent meer ontslagzaken dan voorheen en de Nationale Nederlanden 49 procent meer.
Andere arbeidsconflicten gaan onder andere over het wijzigen van het contract, een verschil in mening over de hoogte van het loon of gedwongen worden minder te werken. Slechts elf procent van de respondenten geeft aan een rechtsbijstandverzekering af te sluiten voor het geval van een uit de hand lopende ruzie of omdat zij schade hebben geleden door anderen.
De overige respondenten geven aan niet per se bang te zijn voor een arbeidsconflict of een naderende ruzie. Zij willen er slechts zeker van zijn dat ze nooit diep in hun portemonnee moeten tasten als er wel eens iets gebeurt. Circa vijf procent van de respondenten geeft aan dat ze een rechtsbijstandverzekering afsluiten omdat iemand uit hun omgeving er het afgelopen jaar gebruik van heeft moeten maken.

Nederlanders dol op korting  (index...)
Uit de eerste editie van de jaarlijkse barometer van ActiePagina.nl over het gebruik van kortingscodes, blijkt dat negen op de tien Nederlanders het afgelopen jaar gebruik heeft gemaakt van een kortingscode op internet. 42 procent van de Nederlanders voegt soms zelfs een extra product toe aan het online winkelmandje om gebruik te kunnen maken van een korting. Als de consument geen kortingscode heeft, breekt ruim een kwart (28 procent) de aankoop af. Uit de barometer blijkt dat naast prijzen vergelijken en kortingscodes ook het gebruik van een klantenkaart en het kopen van tweedehands artikelen populaire manieren zijn om geld te besparen. Onderhandelen in de winkel over de prijs wordt door één op de tien Nederlanders gedaan, en dan voornamelijk door de mannen (68 procent).
Plezierig winkelen
Nederlanders zien het gebruik van een kortingscodes niet alleen als noodzaak, maar ervaren het tevens als een manier om plezierig te winkelen en krijgen er voldoening van. Acht procent van de Nederlanders gebruikt zelfs meerdere keren per maand een online kortingscode. Als de consument geen kortingscode heeft, stelt een derde de aankoop uit en maar liefst 45,1 procent koopt het product uiteindelijk helemaal niet.
Uit de barometer blijkt dat vermindering van de europrijs voor Nederlanders het meest aantrekkelijk (49,6 procent) is. Vervolgens ziet de consument graag een procentuele korting (21,7 procent) en gratis verzending (14,1 procent). Een gratis geschenk werkt vooral goed bij vrouwen. Maar liefst 64 procent van de vrouwen laat zich hierdoor verleiden tegenover 36 procent van de mannen. Volgens Maurice Buijs, oprichter van ActiePagina.nl zijn kortingscodes een eenvoudige en gratis oplossing die past bij het veranderende consumentengedrag. "De komst van e-commerce in de late jaren ’90 heeft de manier waarop Nederlanders hun aankopen doen ingrijpend veranderd. Consumenten hebben verschillende manieren om tot de beste prijs- kwaliteitsverhouding te komen en kunnen gemakkelijk prijzen vergelijken," aldus Buijs.

Nederlandse CEO: 'Middenkader is essentieel'  (index...)
Het middenkader is essentieel voor succes. Dat zeggen 10 bekende Nederlandse leiders, geïnterviewd voor Big Improvement Day. Ondanks de toenemende bezuinigingen is het ontwikkelen en het behouden van goed personeel voor hen topprioriteit. De juiste mensen op de juiste plek zetten, dat beschouwen ze als het belangrijkste onderdeel van hun functie. Bij bezuinigingen hebben ze het personeel dan ook zoveel mogelijk ontzien. Ook de reputatie van de organisatie is voor de meeste geïnterviewden een dagelijkse zorg. Al blijkt ook dat vrijwel geen van hen werkt met een geïntegreerde aanpak om de interne en externe communicatie elkaar te laten versterken. De 10 interviews vonden plaats onder de noemer van 'Het BID Leiderschapsonderzoek 2014'. Marja van Renesse (van communicatiebureau Winkelman Van Hessen) voerde voor het onderzoek gesprekken met mensen als Peer Swinkels (Bavaria), Bas van der Veldt (Afas), Martijn Brand (Xerox) en Arjen Bos (Faber Personeelsdiensten). Zo zegt Peer Swinkels: 'Mijn leiderschapsstijl is gericht op vertrouwen, met een sterke drang om naast het bepalen van de strategie ook ervoor te zorgen dat deze operationeel sterk wordt uitgevoerd. Het echte succes wordt namelijk in de executie gemaakt.'
Het onderzoek omschrijft een succesvolle leider als 'een strategisch operator met verstand van de business op hoofdlijnen, die in staat is mensen te motiveren.' De geïnterviewde leiders halen hun inspiratie overigens zelden uit andere bestuurders, slechts een enkeling kan een voorbeeld noemen van een goede of inspirerende bestuurder. Wel vinden ze van zichzelf dat ze andere mensen kunnen 'lezen' en hebben ze een sterke drang duidelijk te zijn in hun communicatie.
Vrijwel alle 10 geïnterviewden noemen dezelfde drie topprioriteiten voor de organisatie:
1.Business- en klantdoelen;
2.Ontwikkeling van personeel en het vastleggen van talent;
3.De continuïteit van de organisatie op lange termijn.
Het onderzoek concludeert dat leiders van nu 'balans zoeken tussen het geven van sturing en het geven van vrijheid aan medewerkers, zodat zij vanuit zichzelf alles doen om het beste voor de klant te realiseren.' Bas van der Veldt van Afas omschrijft ook treffend hoe hij ziet of iemand leiderschapskwaliteiten heeft: 'Als ik op zoek ben naar een nieuwe manager, kijk ik tijdens de (vrijdagmiddag)borrel waar mensen omheen staan. Je haalt ze er zo uit. Het zijn mensen die bevlogen verhalen vertellen.'

Gelukkig gezinsleven is toekomstdroom van jongeren  (index...)
Jongeren ambiëren een fijn gezinsleven, en zijn veel minder op zoek naar een flitsende carrière of het ontdekken van de wereld. Dat blijkt uit onderzoek van Coca-Cola, gehouden onder ruim 600 Nederlandse jongeren tussen de 12 en 29 jaar. Dat bijna 60% van de respondenten een gelukkig gezinsleven als dé toekomstdroom ziet, verbaast trendwatcher Ajiedj Bakas niet. `Er is een golfbeweging ontstaan. Van de hippies uit de jaren 60, naar conservatievere gedachten tien jaar later, vervolgens werd er weer luchtiger gedacht door jongeren en nu dus weer traditioneler`. De jongeren geven het 'leven in het algemeen' een 7,5. Het liefdesleven scoort een 6,9 en de 'wereld in het algemeen' een 5,8. Ongeveer 45% van de jongeren krijgt een gelukkig gevoel als ze tijd doorbrengen met familie en vrienden. Veel jongeren verschuilen zich achter social media, maar voelen zich in werkelijkheid eenzaam en zoeken naar echte intimiteit. Verder noemt 40% moeders als grootste inspiratiebron, gevolgd door vaders met 34%. Ten slotte vindt bijna de helft een leuke baan belangrijker dan een succesvolle carrière. Veel jongeren hebben hun vader hard zien werken in een managementfunctie en vragen zich af of ze daar nu echt gelukkiger van worden.

Slechte service, slecht nettoresultaat  (index...)
Slechte klantenservice heeft een nadelig effect op het nettoresultaat van bedrijven wereldwijd. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van BDO Accountants en Adviseurs. Bijna tweederde (59 procent) van de ondervraagde ondernemingen geeft toe dat slechte service een zichtbaar nadelig effect heeft op de financiële resultaten binnen hun bedrijf. Een kwart (27 procent) verloor zelfs klanten en eenzelfde aantal (23 procent) moest klanten compensatie betalen vanwege slechte service. Voor het onderzoek werden wereldwijd 800 executives ondervraagd en diverse onafhankelijke experts op het gebied van service geïnterviewd.
Vicieuze cirkel
Volgens EIU-onderzoeker en auteur van het onderzoeksrapport Monica Woodley zitten veel ondernemingen vast in een vicieuze cirkel: "Bedrijven lijken intuïtief te snappen dat klantenservice de financiële resultaten beïnvloedt maar worstelen met de manier waarop ze service en het nettoresultaat echt met elkaar kunnen verbinden. Omdat ze dit niet volledig begrijpen, maken ze van service geen prioriteit in de bestuurskamer en omdat ze het geen prioriteit maken, zullen ze het ook niet volledig begrijpen."
Ondanks de nadelige financiële impact van slechte service geeft één op de vier ondervraagden (27 procent) toe dat hun bedrijf de afgelopen twee jaar niks heeft geïnvesteerd in klantenservice. Minder dan een derde (28 procent) van de ondervraagde ondernemingen heeft een aangewezen ‘hoofd klantenservice’ in dienst. Chief Executive bij het Institute of Customer Service: "Financieel managers vertellen hun directeur wat een bedrijf de afgelopen periode heeft gedaan maar klanttevredenheidscijfers geven je een idee van waar het bedrijf naartoe gaat. Echt verbonden, uitgebalanceerde organisaties zien klantenservice als een belangrijk onderdeel van hun strategie en integreren het in elke onderdeel van hun bedrijf."
Eén derde van de bedrijven (36 procent) heeft een strategie die klantenservice aan het nettoresultaat verbindt. Negen van de tien ondervraagde bedrijven (89 procent) geeft aan personeels- en andere interne zaken voorrang te geven over (klant)aangelegenheden.

Mkb'er stuurt op cashflow, nauwelijks op cijfers  (index...)
Veel mkb-ondernemers houden prima de vinger aan de pols als het gaat om de bedrijfsinkomsten en -uitgaven. Toch laten ondernemers veel mogelijkheden liggen om nog slimmer en effectiever (bij) te sturen. Dat blijkt uit onderzoek van Flynth en MKB-Nederland. Ondernemers die bewust en proactief met een ondernemingsplan werken, blijken in de praktijk succesvoller. Ruim 500 bedrijven deden in 2013 de scan 'Sturen op cijfers' op www.mkbservicedesk.nl. Aan de hand van de scan meten Flynth en MKB-Nederland regelmatig hoe goed mkb-ondernemers de eigen bedrijfsvoering en strategie in de gaten houden. De ondernemers scoren gemiddeld een 6,8. Hieruit blijkt dat zij redelijk goed op koers liggen, maar er zeker ruimte is voor verbetering.
Ook voor ondernemers geldt: regeren is vooruitzien. Toch valt op dat mkb-ondernemers weinig 'overall' structuur aanbrengen. De ondernemers beoordelen zichzelf met een onvoldoende (4,6) als het gaat om het gebruik van een actueel ondernemingsplan om het bedrijf te sturen. Van een jaarbegroting wordt meer en beter gebruik gemaakt (6,4), waarbij blijkt dat men vooral stuurt op liquiditeit. Ondernemers geven zichzelf een ruime voldoende (8 plus) op het scherp zijn op in- en uitgaande geldstromen, het saldo van de rekening courant en het debiteurenbeheer scherp op het netvlies. Ook vinden ze dat ze voldoende snel actie ondernemen als een debiteur te laat betaalt (7,1). Ondernemers vinden dat ze te weinig de eigen financiële resultaten met die van branchegenoten vergelijken om verbetermogelijkheden op te sporen (rapportcijfer 5).
Reactief ondernemen
MKB-Nederland en Flynth waarschuwen dat sturen op cashflow vooral reactief ondernemen betekent, hiermee loopt de ondernemer aanzienlijke kans om achter de feiten aan te lopen. Mogelijke structurele problemen komen niet aan het licht, laat staan mogelijke kansen. Illustratief is dat, ondanks financieel zware tijden met omzetdalingen in de volle breedte van het mkb, de meeste bedrijven zichzelf een stevige omzetgroei als doel voor 2013 hebben gesteld, waarbij de branche financiële dienstverlening wel heel ambitieus is met een beoogde omzetgroei van 56 procent
Dat een groot deel van de ondernemers wel werkt met een begroting, is een goede stap in de goede richting. Een begroting is niets anders dan het doorrekenen van toekomstplannen, waarbij zwakke plekken en risico's zichtbaar en vooraf helder wordt wat wel en niet haalbaar is. Door maandelijks de gerealiseerde cijfers te vergelijken met de begroting, ziet de ondernemer eventuele problemen (maar ook opportunities) in een vroeg stadium aankomen. Zo kan hij sturen op cijfers, door te bepalen welke uitgaven wel of niet gewenst of noodzakelijk zijn. Een onderdeel van sturen op cijfers is sturen op de kostprijs. Waar de ondernemer geen of weinig invloed heeft op de verkoopprijs - deze wordt bepaald door de markt - heeft hij wel invloed op de kostprijs. Een bedrijf maakt immers winst als de kostprijs lager is dan de verkoopprijs. Het is daarom belangrijk om op de kostprijs te sturen en deze zo laag mogelijk te houden.
Wie met een ondernemingsplan werkt en stuurt op cijfers, heeft veel meer mogelijkheden als het gaat om financiering. Het ondernemingsplan maakt duidelijk welk bedrag aan financiering nodig is. Zowel de bank als andere financiers stellen een goed ondernemingsplan inclusief begroting als voorwaarde voor financiering. Want daarmee laat de ondernemer zien waarin met het geleende geld wordt geïnvesteerd en wat het rendement wordt. Nu het steeds lastiger wordt om krediet te krijgen, is sturen op cijfers steeds belangrijker.

Vertrouwen topbestuurders op historisch dieptepunt  (index...)
De Edelman Trust Barometer 2014 onthult opzienbarende verschillen in vertrouwen over de hele wereld. Wereldwijd wijst het onderzoek ngo’s aan als de meest betrouwbare instellingen en is de grootste kloof ooit waarneembaar tussen vertrouwen in de overheid en in het bedrijfsleven. In Nederland is het vertrouwen in het bedrijfsleven aanzienlijk gedaald en is dat nu zelfs lager dan in 2007, ten tijde van de eerste Nederlandse meting. Er is geen teken van herstel. Terwijl de totale Nederlandse vertrouwensscores nog steeds de hoogste zijn van de Westerse markten, staat het vertrouwen in het bedrijfsleven op een historisch dieptepunt. De crisis van de zakelijke top, die de enquête vorig jaar uitwees, duurt voort nu het vertrouwen in zakelijke leiders blijft dalen. Volgens de Edelman Trust Barometer 2014 is de mate waarin het Nederlandse algemene publiek erop vertrouwt dat topbestuurders ‘ethische en morele beslissingen nemen’ lager dan het wereldwijde gemiddelde.
Nederlanders staan wantrouwend tegenover de zakelijke en bestuurlijke elite. Deze crisis van topbestuurders wordt aangetoond door het gebrek aan vertrouwen in zakelijke en bestuurlijke leiders in het algemeen (onder het algemene publiek vertrouwensscores van respectievelijk tien en acht procent) en het gebrek aan geloofwaardigheid van de CEO als woordvoerder in het bijzonder (21 procent vertrouwensscore onder opinieleiders). Daarnaast is het vertrouwen in de bancaire sector (26 procent vertrouwensscore onder opinieleiders) een van de laagste in de wereld. Het vertrouwen dat opinieleiders in ngo’s stellen, sprong tien procentpunten omhoog van 57 procent naar 67 procent en daarmee is deze instelling de meest vertrouwde in Nederland. Wereldwijd zakte het gemiddelde vertrouwen in de overheid met vier procentpunten verder af (44 procent), waardoor het voor het derde achtereenvolgende jaar de minst vertrouwde instelling is. In Nederland stagneert het vertrouwen in de overheid, met een vertrouwensscore van 60 procent.
De Trust Barometer laat zien dat het bedrijfsleven een grotere rol moet spelen bij ontwikkeling van en het debat rondom regelgeving. Van de Nederlandse opinieleiders vindt 84 procent dat de overheid moet samenwerken wanneer beleid wordt vastgesteld. Daarnaast vinden zij dat het bedrijfsleven meer betrokken moet worden bij het formuleren van regelgeving in de energie- en voedingsmiddelenindustrie (respectievelijk 68 en 70 procent).
Wat moeten CEO’s doen om vertrouwen te winnen? 81 procent van het algemene publiek in Nederland zegt 'helder en transparant communiceren', 79 procent zegt 'de waarheid vertellen, ongeacht hoe impopulair die is'. Eerlijk en open zijn dus. Op dit moment vertrouwt het Nederlandse algemene publiek er nauwelijks op dat het topmanagement ethische en morele beslissingen neemt, met een score van 8 procent voor zakelijke bestuurders en een score van negen procent voor overheidsfunctionarissen. Annemieke Kievit, General Manager van Edelman Nederland: "Sinds de economische crisis in 2008 is het duidelijk dat de ontwikkeling van innovatieve producten en consistente financiële resultaten slechts nog basisvoorwaarden zijn om vertrouwen te bouwen. Van groter belang zijn betrokkenheid en integriteit. CEO's moeten Chief Engagement Officers worden. Niet alleen moet een CEO drive en visie tonen; het oppakken van signalen, luisteren, zelfreflectie en connecties aangaan met klanten, medewerkers en andere stakeholders zijn even belangrijk."
De Trust Barometer heeft vier belangrijke vertrouwensfactoren voor het bedrijfsleven geïdentificeerd: industrie, bedrijfstype, vertrouwen in de CEO en het land van herkomst. In Nederland zijn technologie (77 procent) en consumentenelektronica (68 procent) wederom de meest vertrouwde sectoren, terwijl het bankwezen (26 procent) het minst wordt vertrouwd.
Wereldwijd worden familiebedrijven (71 procent) en het midden- en kleinbedrijf (68 procent) meer vertrouwd dan grote bedrijven (61 procent). In Nederland is het vertrouwensgat tussen het mkb en grotere, beursgenoteerde bedrijven nog veel groter, met een vertrouwensscore van 81 procent voor familiebedrijven en 79 procent voor het mkb, tegen 57 procent voor grote bedrijven. Het lijkt erop dat Nederlanders sterker dan de rest van de wereld voelen dat grote beursgenoteerde bedrijven minder verantwoordelijk handelen en minder aandacht besteden aan de behoeften van werknemers en klanten. Azië is de enige regio waar niet familiebedrijven (62 procent) en het mkb (65 procent), maar beursgenoteerde bedrijven (74 procent) de meest vertrouwde ondernemingen zijn.
Academici/deskundigen (77 procent), 'mensen zoals ikzelf’ (63 procent), technische deskundigen (62 procent) en reguliere werknemers (48 procent) blijven de meest betrouwbare woordvoerders volgens Nederlandse opinieleiders. Het vertrouwen in financiële analisten steeg het sterkst met zeven procentpunten. "Relaties aangaan met stakeholders moet een team effort worden," aldus Natascha Verdurmen, Deputy General Manager van Edelman Nederland. "CEO's moeten blijven leiden, maar om meer impact te hebben, moeten ze nu werknemers en academici informeren en aan het woord laten. Of het nu gaat om het vaststellen van bepaalde regelgeving, supply chain management of een reactie op een crisis, CEO’s moeten samenwerken met degenen die als meer geloofwaardig worden gezien." Reguliere werknemers zijn wereldwijd de meest betrouwbare bronnen als het gaat om betrokkenheid (50 procent), integriteit (37 procent), producten en diensten (32 procent) en operationele activiteiten (34 procent).

Nederlandse organisaties wendbaar dankzij crisis  (index...)
In de afgelopen 2,5 jaar is het vermogen van Nederlandse organisaties om sneller uit de crisis te komen toegenomen. Het bewustzijn dat cruciale kennis bepalend is voor succes van organisaties speelt hierin een grote rol. Zo is het aantal organisaties zonder veranderingsvermogen afgenomen van 26 procent in 2011 naar zeventien procent eind 2013. Het aantal organisaties dat heel goed in staat is om in te spelen op veranderingen is in diezelfde periode gelijk gebleven, namelijk 21 procent. Wat door de crisis, met als gevolg vele ontslagen, is gegroeid, is het inzicht in welke kennis cruciaal is voor de organisatie. Uit de onderzoekscijfers blijkt dat organisaties met name op het gebied van kennis en personeel grote stappen zetten. "Wat we zien is dat organisaties de afgelopen jaren afscheid hebben genomen van veel mensen. Met deze mensen vertrok ook specifieke kennis uit de organisaties die cruciaal bleek te zijn. Dit heeft ervoor gezorgd dat organisaties alerter zijn geworden als een medewerker de organisatie verlaat. Er is beduidend meer inzicht in wie binnen een organisatie cruciale kennis bezit, dat niet alleen, er ligt ook een plan klaar wat er moet gebeuren als een medewerker vertrekt. Dat is ook echt van belang want in deze huidige tijd wilt u als organisatie niet het risico lopen dat u op achterstand wordt gezet door de concurrent als gevolg van het weglekken van kennis via uw achterdeur," aldus Dick Koopman, directeur bij Yacht. Het heeft er in ieder geval toe geleid dat organisaties de afgelopen tijd onbewust meer wendbaar zijn geworden.
Koopman vervolgt: "Wat een positieve ontwikkeling is, is dat organisaties proberen vooruit te kijken. En dat was een aantal jaren geleden echt anders. Organisatiedoelstellingen moeten gerealiseerd worden in een tijd waarin de markt niet echt meezit. Dit leidt ertoe dat er ook op het gebied van kennis en arbeid die soms toch schaars zijn meer over de toekomst wordt nagedacht. Er wordt beleid gemaakt over hoe te kunnen beschikken over het juiste personeel. Maar waar het vaak nog aan ontbreekt, is het doorvertalen van het strategisch hr-beleid naar de organisatie- en afdelingsplannen. En dat is nu net waar het bij een wendbare organisatie om draait. Wanneer het zo ver is dat organisaties werken aan de uitvoering van strategische personeelsplanning kunnen we spreken van het bewust werken aan de wendbaarheid."
Inhaalslag branches zorg en overheid
De minst wendbare organisaties waren vooral te vinden in de branches zorg en overheid. Met name hier zien we een verbetering van de wendbaarheid. Door telkens veranderende wet- en regelgeving hebben organisaties in de branches zorg en overheid (efficiency)verbeteringen doorgevoerd. In de zorg is het aantal niet-wendbaren het laatste jaar afgenomen van achttien naar zestien procent in 2013. In de overheid van 27 procent naar 21 procent. In de zorg is deze verbetering vooral toe te schrijven aan het feit dat veel vaker dan voorheen een strategisch HR-plan wordt opgesteld (eind 2013 bij 53 procent van de organisaties tegenover 42 procent begin 2012) en er is beleid opgesteld om in de toekomst over de juiste mensen te kunnen beschikken. Ook liggen er plannen klaar bij 43 procent van de organisaties wanneer medewerkers met cruciale kennis vertrekken, dit was begin 2012 nog 21 procent. Bij de overheid zien we dat er bij 63 procent (was 37 procent begin 2012) inmiddels beleid is opgesteld om over de juiste mensen te kunnen beschikken. Wel zien we bij diezelfde overheid dat zo'n tien procent van de overheidsorganisatie totaal niet wendbaar is en er lijkt hier geen enkele beweging in te zitten.

(c) 23 februari 2020 Vos Interim